23 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigVerjaring. Vordering uit overeenkomst van geldlening. Is art. 3:324 BW van toepassing op in executoriale vorm…
Parket bij de Hoge Raad|11 september 2015|ECLI:NL:PHR:2015:1715
Verjaring. Vordering uit overeenkomst van geldlening. Is art. 3:324 BW van toepassing op in executoriale vorm uitgegeven proces-verbaal van schikkingscomparitie? Zaaknr: 14/0472 9 mr. E.M. Wesseling-van Gent Zitting … één lijn moet worden gesteld met een rechterlijke uitspraak (vonnis) als bedoeld in art. 3:324 BW zodat de verjaringstermijn van twintig jaar geldt en (ii) handhaving van een (conservatoir) (derden)beslag
- Civiel recht overigBeroepsaansprakelijkheid van advocaat. Verzuim om verjaring van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van…
Parket bij de Hoge Raad|3 juni 2016|ECLI:NL:PHR:2016:473
advocaat. Verzuim om verjaring van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van rechterlijke uitspraak (art. 3:324 BW) te stuiten? Rechtsgevolg van stuiting door daad van tenuitvoerlegging in de zin van art. 3 … weder zou aanvangen te loopen en de verjaring zelfs zou kunnen intreden.” In artikel 3:324 BW is vervolgens bepaald dat de bevoegdheid tot ten uitvoerlegging van een rechterlijke uitspraak (de toewijzing
- InsolventierechtFaillissementsrecht. Verjaring van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van in proces-verbaal van…
Parket bij de Hoge Raad|12 februari 2016|ECLI:NL:PHR:2016:51
open rechtsvraag of de lange verjaringstermijn van twintig jaar voor rechterlijke uitspraken uit art. 3:324 BW kan worden toegepast op een vordering die blijkt uit de lijst van erkende vorderingen … maar [eiser] meent dat die restantvordering is verjaard, omdat de verlengde verjaringstermijn van art. 3:324 BW alleen voor rechterlijke uitspraken geldt, waarvan hier geen sprake is. [eiser] klaagt in cassatie volgens
- Civiel recht overigVerjaring bevoegdheid tenuitvoerlegging rechterlijke uitspraak, art. 3:324 BW. Stuiting naar oud recht, art…
Parket bij de Hoge Raad|7 juni 2013|ECLI:NL:PHR:2013:CA3740
Verjaring bevoegdheid tenuitvoerlegging rechterlijke uitspraak, art. 3:324 BW. Stuiting naar oud recht, art. 120 Overgangswet Nieuw BW. Onmiddellijke werking nieuw BW op grond van art. 68a in verbinding … maand waartoe [eiseres] is veroordeeld, geldt op de voet van art. 3:308 juncto 3:324 BW een termijn van vijf jaren. Zodoende kan IDM geen rente vorderen per 27 juni
- Civiel recht overigVerjaring van bevoegdheid tot tenuitvoerlegging rechterlijke uitspraak; art. 3:324 BW. Veroordeling tot…
Parket bij de Hoge Raad|2 september 2016|ECLI:NL:PHR:2016:882
Verjaring van bevoegdheid tot tenuitvoerlegging rechterlijke uitspraak; art. 3:324 BW. Veroordeling tot vergoeding van wettelijke rente zonder dat het bedrag bepaald is: valt dit onder de korte verjaringstermijn van lid 3 … betaling. 1.6. In het kort overwoog het hof dat het derde lid van art. 3:324 BW van toepassing is, waarbij de vordering na vijf jaar verjaart (rov. 3.3). Volgens
- Burgerlijk procesrechtProcesrecht. Verjaring. Een door VCG tegen Groeivermogen aangespannen collectieve actie is geëindigd in een…
Parket bij de Hoge Raad|8 maart 2024|ECLI:NL:PHR:2024:262
nieuwe termijn van vijf jaar is gaan lopen, of anders dat ingevolge artikel 3:324 BW een nieuwe verjaringstermijn is gaan lopen van twintig jaar. Groeivermogen heeft dit betoog gemotiveerd weersproken … Afnemer] is gesteld, komt hem daarmee geen beroep toe op de in artikel 3:324 BW geregelde bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van een rechterlijke uitspraak gedurende twintig jaar. In de eerste plaats niet
- Burgerlijk procesrechtVerjaring van dwangsommen (art. 611g Rv). Dwangsomschuldenaar maakt executiegeschil aanhangig en…
Parket bij de Hoge Raad|4 oktober 2024|ECLI:NL:PHR:2024:1005
gegeven omstandigheden in plaats van het regime van art. 611g Rv dat van art. 3:324 BW van toepassing en faalt daarom het beroep op verjaring. De klachten van het cassatiemiddel komen … bedrag van € 37.500,00 besloten. Daarmee is het verjaringsregime van artikel 3:324 BW en daarmee de verjaringstermijn van 20 jaren van toepassing. Daarbij: met het instellen van het hoger beroep
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|28 juni 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE1538
komen, zijn de art. 3: 319 BW, zoals het hof heeft gedaan (rov.5.9) en 3: 324 BW, zoals door de Gemeente wordt bepleit. 2.16 Art. 3: 319 BW luidt: "1. Door stuiting … tijdstip in dan waarop ook de oorspronkelijke termijn zonder stuiting zou zijn verstreken." Art. 3: 324 BW luidt, voor zover voor deze zaak van belang: "1. De bevoegdheid tot tenuitvoerlegging
- Civiel recht overigVerbintenissenrecht. Kredietovereenkomst. Verjaringsverweer; art. 3:307 lid 1 BW. Materiële rechtsverhouding…
Parket bij de Hoge Raad|23 september 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BQ8449
door veroordelend vonnis met betrekking tot een deel van de vordering. Andere verjaringstermijn art. 3:324 BW doet daaraan niet af. Feitelijk oordeel hof dat betalingsregeling niet uitsluitend betrekking had op door
- Civiel recht overig611g lid 1 Rv., aanvang verjaringstermijn dwangsommen door moment van verbeurte. Verjaring niet geschorst…
Parket bij de Hoge Raad|29 juni 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BW1260
onderdelen 4 en 8 getuigt het oordeel van het hof over art. 3:324 BW van een onjuiste rechtsopvatting. Kratos betoogt dat art. 3:324 BW niet van toepassing is, omdat deze … stuitingshandelingen in de zin van art. 3:317 BW worden aangemerkt.(15) 2.11 Art. 3:324 BW heeft betrekking op de verjaring van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van een rechterlijke of arbitrale
- Civiel recht overigPersonen- en familierecht. Procesrecht. Ter zitting bereikte schikking. Onbegrijpelijk oordeel in…
Parket bij de Hoge Raad|29 januari 2021|ECLI:NL:PHR:2021:85
kwalificatie als rechterlijke uitspraak, te weten de toepasselijkheid van de verjaringstermijn van art. 3:324 BW. In het arrest van 27 november 2015 ging het om de vraag of deze verjaringstermijn … proces-verbaal van de comparitie niet meebrengt dat de verjaringstermijn van art. 3:324 BW geldt, nu de vastlegging van een schikking in een proces-verbaal niet kan worden aangemerkt
- Strafrecht overigConclusie AG. Geen sprake van verjaring van de vordering van de benadeelde partij. Voor de verjaring is art…
Parket bij de Hoge Raad|9 juli 2019|ECLI:NL:PHR:2019:764
aanvang van de dag, volgende op die waarop het bindend advies is uitgebracht.” - art. 3:324 BW: “1. De bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van een rechterlijke of arbitrale uitspraak verjaart door verloop
- Civiel recht overigPrejudiciële vraag (art. 392 Rv). Collectieve actie effectenlease-overeenkomst, art. 3:305a BW. Geldt…
Parket bij de Hoge Raad|10 juli 2015|ECLI:NL:PHR:2015:1128
toegewezen. Laatstbedoelde situatie is uitgezonderd van art. 3:319 BW en geregeld in art. 3:324 BW, dat ziet op de tenuitvoerlegging van rechterlijke vonnissen. Weliswaar kan blijkens de totstandkomingsgeschiedenis
- Civiel recht overigOnverschuldigde betaling. Verjaring. Huurrecht. Huurverhoging wordt in appel (na vernietiging in cassatie en…
Parket bij de Hoge Raad|12 februari 2016|ECLI:NL:PHR:2016:57
Onverschuldigde betaling. Verjaring. Huurrecht. Huurverhoging wordt in appel (na vernietiging in cassatie en verwijzing) vernietigd. Vordering tot terugbetaling van te veel betaalde huur. Aanvang verjaringstermijn van deze vordering.
- Civiel recht overigPandrecht op aandelen. Tenietgaan (substitutie)pandrecht door verjaring van gezekerde vordering?…
Parket bij de Hoge Raad|27 juni 2014|ECLI:NL:PHR:2014:682
gesteld noch gebleken en kan ook overigens op grond van het in artikel 3:324 BW bepaalde niet worden aangenomen.” Nu van het tenietgaan van het pandrecht geen sprake is, dienen Delta
- Civiel recht overigInternationaal privaatrecht. Vordering tot betaling uit hoofde van een overeenkomst van borgtocht…
Parket bij de Hoge Raad|6 juni 2014|ECLI:NL:PHR:2014:530
rechterlijke beslissing wordt beheerst door de desbetreffende lex fori, in Nederland door art. 3:324 BW. 2.13 Onder 1.2 betoogt de klacht dat het hof in strijd heeft gehandeld met hetgeen volgt
- Civiel recht overigEffectenlease-overeenkomst. Geldt voor het Dexia Aanbod het toestemmingsvereiste van art. 1:88 BW? Belang bij…
Parket bij de Hoge Raad|3 maart 2017|ECLI:NL:PHR:2017:358Aangehaald in 6 uitspraken
tweede zin, BW). Indien de eis tot toewijzing leidt, regelt art. 3:324 BW verder de verjaring van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van de uitspraak. Leidt een ingestelde eis niet tot toewijzing
- Civiel recht overig14 mei 2004 Eerste Kamer Nr. C02/258 HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. N.V…
Parket bij de Hoge Raad|14 mei 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO3852
zoals tot uitdrukking gebracht in de artt. 3:316 lid 2 en 3:324 BW. Op grond van art. 3:316 lid 2 BW - dat hiervoor onder 13 reeds zijdelings
- Civiel recht overigVerzekeringsrecht. Geschil tussen WAM-verzekeraar en slachtoffer van een verkeersongeval over de…
Parket bij de Hoge Raad|24 november 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AZ0418
voorbehoudt, zoals vereist door art. 3:317 BW dat "op grond van de schakelbepaling 3:324 BW" van toepassing is op de verjaring op de voet
- Civiel recht overigVermogensrecht. Effectenlease. Verstekvonnis tot betaling restschuld uit effectenlease-overeenkomst…
Parket bij de Hoge Raad|19 november 2021|ECLI:NL:PHR:2021:1081
procedure. De eis is door een toewijzing (het verstekvonnis) gevolgd. Hierop is artikel 3:324 BW van toepassing, welk artikel bepaalt dat de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging verjaart door verloop van 20 jaar
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.