59 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigBeklag, beslag. Art. 116.2 aanhef, 552a.1 Sv en art. 5:18 BW. Door klager afstand gedaan van de…
Parket bij de Hoge Raad|20 januari 2015|ECLI:NL:PHR:2015:228
heeft geopenbaard (art. 3:33 BW), hetgeen - nu niet anders is bepaald - overeenkomstig art. 3:37 BW vormvrij kan geschieden. Het oordeel van de Rb dat klager, door tegenover de verbalisanten
- ArbeidsrechtArt. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Art. 3:35 en 3:37 BW. Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die ingevolge…
Parket bij de Hoge Raad|5 juni 2020|ECLI:NL:PHR:2020:557
Arbeidsrecht. Art. 3:35 en 3:37 BW. Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die ingevolge art. 7:668a lid 1 BW als voor onbepaalde tijd aangegaan gold. Na veronderstelde einddatum
- Civiel recht overigVertegenwoordiging, ontbreken bevoegdheid, onrechtmatige daad. Aansprakelijkheid voor sluiten overeenkomst…
Parket bij de Hoge Raad|25 november 2016|ECLI:NL:PHR:2016:1225
Bekrachtiging in oprichtingsakte, aan bekrachtigingshandeling te stellen eisen (art. 3:69, 3:33 en 3:37 BW). 15/05400 Mr. L. Timmerman Zitting 25 november 2016 Conclusie inzake: [eiseres] eiseres tot cassatie, (hierna
- InsolventierechtInsolventierecht. Opheffing van faillissement en gelijktijdig uitspreken schuldsaneringsregeling, afgewezen…
Parket bij de Hoge Raad|12 oktober 2007|ECLI:NL:PHR:2007:BA7958
vraag vraagt daarom om aandacht, omdat de rechtspraak van de Hoge Raad over art. 3:37 BW niet dadelijk verenigbaar lijkt met een bevestigende beantwoording. 8) Of een brief al-dan-niet … Maar hoezeer dit "overigens" het geval moge zijn, bij zijn uitleg van art. 3:37 BW heeft de Hoge Raad de grenzen - althans: zo begrijp ik deze jurisprudentie - juist iets anders
- Civiel recht overigVerzekeringsrecht. Beroep op schending mededelingsplicht (art. 7:928 BW); vereiste dat verzekeraar tijdig…
Parket bij de Hoge Raad|25 september 2020|ECLI:NL:PHR:2020:882
opzegging, wil zij werking hebben, moeten voldoen aan de vereisten van artikel 3:37 BW. Zij zal derhalve in beginsel de verzekeringnemer binnen de termijn van twee maanden moeten bereiken (artikel 3 … 37 lid 3 BW). Voor een uitzondering op de algemene regeling van artikel 3:37 BW zie ik in dit verband, waar de eisen van rechtszekerheid een belangrijke rol spelen, onvoldoende grond
- BelastingrechtGemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 30 mei 2025 in de zaken met: 24/04262 ECLI:NL:PHR:2025:623…
Parket bij de Hoge Raad|30 mei 2025|ECLI:NL:PHR:2025:652Aangehaald in 21 uitspraken
volmacht heeft aanvaard; wel dient de volmachtverlening de gevolmachtigde te hebben bereikt (art. 3:37 BW). Er is in de literatuur discussie of volmachtverlening ook mogelijk is door een verklaring gericht
- VerbintenissenrechtCaribische zaak. Verbintenissenrecht. Beëindiging van engagement letter. Verschuldigdheid boete…
Parket bij de Hoge Raad|2 juli 2021|ECLI:NL:PHR:2021:748
Caribische zaak. Verbintenissenrecht. Beëindiging van engagement letter. Verschuldigdheid boete. Ongedaanmakingsvordering ingesteld bij (schriftelijk) pleidooi.
- Civiel recht overigProcesrecht. Indiening appelverzoekschrift per fax (art. 33 lid 3 Rv). Faxapparaat gerecht draait fax niet…
Parket bij de Hoge Raad|11 december 2015|ECLI:NL:PHR:2015:2428
locatie Arnhem is gebeurd, is niet helder geworden. Gelet op de ontvangsttheorie van artikel 3:37 BW komst zulks evenwel voor rekening van de verzender. 3.10 Het hof stelt derhalve vast … risico komt van de indiener van het stuk. Hiermee wordt toepassing gegeven aan art. 3:37 BW. 3.8 In het onderhavige geval is de fax naar het juiste faxnummer verzonden
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Effectenleasezaak (Dexia). WCAM-overeenkomst (Duisenbergregeling). Geen (tijdig)…
Parket bij de Hoge Raad|23 januari 2015|ECLI:NL:PHR:2015:23
nadele van de wederpartij (in casu de lessee [eiseres]) afwijkt van art. 3:37 BW (dat in lid 3 bepaalt dat een tot een bepaalde persoon gerichte verklaring, om haar werking … bijzondere voorwaarden effectenlease bepaalt. Deze ‘tenzij-bepaling’ strookt overigens met art. 3:37 BW dat immers ook bepaalt (in de tweede zin van lid 3): “Nochtans heeft ook een verklaring
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|3 februari 1999|ECLI:NL:PHR:1999:AA2633
BW. 2.2.8 Op de verklaring bedoeld in art. 6:127 is art. 3:37 BW van toepassing (zie ook Parl. Gesch. Boek 6 NBW, blz. 490). Art. 3:37 BW luidt (voor
- Civiel recht overigArbeidsrecht. Procesrecht. Beëindiging van pensioenregeling ter zake provisie inkomsten behelst in dit geval…
Parket bij de Hoge Raad|12 februari 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BK3570
niet kenbaar maken van bezwaren geldt dan als instemming. Voor toepassing van art. 3:37 BW hangt het af van de omstandigheden van het geval of het niet kenbaar maken van bezwaren … overeenkomstige regel, zodat voor de beoordeling of van stilzwijgende instemming sprake is, op art. 3:37 BW moet worden teruggevallen(14). 3.5 Bij het beëindigen van een arbeidsovereenkomst geldt - vanwege de verstrekkende
- InsolventierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht
Parket bij de Hoge Raad|19 januari 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AA9561
opgeroepen kan, als van feitelijke aard, niet met vrucht in cassatie worden bestreden. Art. 3:37 BW regelt niet de geldigheid van een gerechtelijke oproeping in een procedure op grond … faillissement te onttrekken door zich onbereikbaar te houden. Zie over de relatie met art. 3:37 BW ook: A. Knigge, Effectieve toegang tot het civiele geding (1998) blz. 239-254, i.h.b
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Arbeidsovereenkomst met statutair bestuurder; overeenkomst voor onbepaalde of…
Parket bij de Hoge Raad|19 mei 2017|ECLI:NL:PHR:2017:470
Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Arbeidsovereenkomst met statutair bestuurder; overeenkomst voor onbepaalde of bepaalde tijd? Geëindigd door opzegging? Aanvulling rechtsgronden? Weging gevolgen van het ontslag.
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Rolbeslissing dat partij zich binnen twee weken diende uit te laten over akte…
Parket bij de Hoge Raad|7 juni 2019|ECLI:NL:PHR:2019:673
annotator T.F.E. Tjong Tjin Tai – “duidelijkheid gegeven over de ontvangsttheorie als besloten in art. 3:37 BW”. De Hoge Raad overwoog als volgt: “3.3.2 Met betrekking tot een schriftelijke verklaring geldt
- Civiel recht overigMediation. Belastingrecht. Geschil tussen particulier en Inspecteur over taxatie appartement in verband met…
Parket bij de Hoge Raad|20 september 2013|ECLI:NL:PHR:2013:879
voortvloeit, kan een rechtshandeling onder een tijdsbepaling of onder een voorwaarde worden verricht (art. 3:37 BW). Zo kan tijdens onderhandelingen (het uitwisselen van verklaringen) een partij het voorbehoud maken … bepaald rechtsfeit kan worden bewezen . 2.10. De woorden “tenzij anders is bepaald” in art. 3:37 BW hebben betrekking op gevallen waarin de wet anders heeft bepaald, maar ook op gevallen waarin
- Civiel recht overigVerdeling gemeenschap; mede-eigendom. Geschil tussen voormalige levenspartners over verkoop van…
Parket bij de Hoge Raad|12 juni 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BH9283
deelgenoten, gericht op de wijze van verdeling(9). Deze wilsverklaringen kunnen volgens art. 3:37 BW in iedere vorm geschieden en kunnen in een of meer gedragingen besloten liggen … stand kan komen. De wilsverklaringen, met inbegrip van het aanbod, kunnen volgens art. 3:37 BW in iedere vorm geschieden en kunnen in een of meer gedragingen besloten liggen (zie hiervóór onder
- Civiel recht overigMedische aansprakelijkheid; schadevordering voor bij een operatie opgelopen lichamelijk letsel. Bevrijdende…
Parket bij de Hoge Raad|4 april 2008|ECLI:NL:PHR:2008:BC3569
gebied, is opgesteld. Voorts is volgens de rechtbank voldaan aan het vereiste van artikel 3:37 BW, nu uit de in het geding gebrachte stukken is gebleken dat [verweerder … onjuiste rechtsopvatting ten aanzien van het bepaalde in de artikelen 3:33 - 3:37 BW. Uit de producties 4 en 5 bij cva blijkt dat de medisch adviseur van de verzekeraar
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|8 februari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:ZC8109
bestaan van de overeenkomst, daarmee het gelijkheidsbeginsel en art. 3:33 en 3:37 BW schendende; - het Hof heeft het eigendomsgrondrecht van art. 1 Eerste Protocol EVRM onjuist geïnterpreteerd. 3. Wettelijke bepalingen … strijd is met art. 26 IVBPR en met de art. 3:33 en 3:37 BW. Ik merk op dat deze beperking ook een afwijking inhoudt van de gewone vrije bewijsleer
- BelastingrechtArt. 25, lid 3, aanhef en letter a, art. 49 en art. 75 Wet IB 1964. Art. I, onderdeel O, lid 1 en lid 4…
Parket bij de Hoge Raad|21 januari 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BO0391
Art. 25, lid 3, aanhef en letter a, art. 49 en art
- VerbintenissenrechtOvereenkomstenrecht. Procesrecht. Bewijs dat afspraak tot stand is gekomen. Onbegrijpelijk oordeel daarover?…
Parket bij de Hoge Raad|23 september 2022|ECLI:NL:PHR:2022:842Aangehaald in 31 uitspraken
Overeenkomstenrecht. Procesrecht. Bewijs dat afspraak tot stand is gekomen. Onbegrijpelijk oordeel daarover? Afstand van recht. Toetsing proceskostenveroordeling in cassatie: misslag? Belang voortbouwklacht in cassatie.
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.