36 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtConclusie PG: A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van X1 B.V. en…
Parket bij de Hoge Raad|25 april 2013|ECLI:NL:PHR:2013:CA0813
toetsen of de WKK een onroerende zaak is in de zin van artikel 3:4 BW, zodat het Hof, naar de A-G meent, ongemotiveerd aan deze toets voorbij mocht gaan … 3:3 BW moet worden gekwalificeerd dan wel subsidiair op de voet van artikel 3:4 BW. Belanghebbende beantwoordt de vraag zowel primair als subsidiair ontkennend en de Inspecteur in tegenovergestelde
- BelastingrechtOverdrachtsbelasting; geldt de netwerkvrijstelling (art. 15(1)(y) Wet BvR) voor…
Parket bij de Hoge Raad|30 juli 2021|ECLI:NL:PHR:2021:728
Staatssecretaris van Financiën (i) (primair): de WKOs zijn onzelfstandige bestanddelen van de gebouwen ( art. 3:4 BW) en volgen dus het (belaste) overdrachtsbelastingregime van die gebouwen); (ii) (subsidiair): de bronnetten zijn geen … onzelfstandige bestanddelen van andere onroerende zaken, nl. de gebouwen, in de zin van art. 3:4 BW (en volgen dus het overdrachtsbelastingregime van die gebouwen, neem ik aan); (ii) (subsidiair): de bronnetten
- GoederenrechtGoederenrecht. Bestanddeelvorming (art. 3:4 lid 2 BW). Fysieke verbondenheid met hoofdzaak. Is gestold…
Parket bij de Hoge Raad|24 april 2020|ECLI:NL:PHR:2020:422
Goederenrecht. Bestanddeelvorming (art. 3:4 lid 2 BW). Fysieke verbondenheid met hoofdzaak
- Civiel recht overigVerhuur woonruimte; is WKO-installatie een onroerende aanhorigheid ex art. 7:233 BW?; maatstaf…
Parket bij de Hoge Raad|9 juli 2021|ECLI:NL:PHR:2021:698
installatie een onroerende aanhorigheid ex art. 7:233 BW?; maatstaf; bestanddeelvorming (art. 3:4 BW); relevantie opstalrecht; verhouding huurrecht tot Warmtewet 2014; feitelijke grondslag vordering (art. 24 Rv); terugkomen van bindende eindbeslissing
- BelastingrechtArt. 3.30a(2) Wet IB 2001: afschrijvingsbeperking ter zake van ‘de onderdelen van een gebouw, de daarbij…
Parket bij de Hoge Raad|29 oktober 2019|ECLI:NL:PHR:2019:1096Aangehaald in 6 uitspraken
mensen, dieren of productieproces beschutten tegen weersinvloeden. Zij zijn evenmin ‘bestanddelen’ van gebouwen (art. 3:4 BW) nu zij naar verkeersopvatting geen onderdelen zijn van de bedrijfsgebouwen, die immers niet incompleet zijn
- Civiel recht overigGoederenrecht. Horizontale natrekking. Kwalificering zaak als bestanddeel van hoofdzaak, art. 3:4 lid 1 BW…
Parket bij de Hoge Raad|6 december 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BX7474
groutankers naar zijn oordeel naar verkeersopvatting als bestanddeel in de zin van art. 3:4 BW van de tunnelbak moeten worden beschouwd (rov. 6), zodat Prorail als eigenaar van de groutankers … groutankers naar verkeersopvatting als bestanddeel in de zin van art. 3:4 BW van de tunnelbak moeten worden beschouwd (rov. 6) en onderdeel 2 bestrijdt het oordeel dat de groutankers niet door
- Civiel recht overigEnergierecht. Goederenrecht. Overeenkomsten tussen chemiebedrijf en netbeheerder m.b.t. transformatoren die…
Parket bij de Hoge Raad|20 oktober 2017|ECLI:NL:PHR:2017:1205
noch krachtens artikel 5:20 lid 2 BW, noch krachtens artikel 3:4 BW een bestanddeel van een net van kabels en leidingen als bedoeld in artikel 5:20 lid 2 BW
- BelastingrechtWet WOZ. Art. 3:3 BW. Waardevaststelling voor stacaravanchalets op gehuurde grond ten onrechte achterwege…
Parket bij de Hoge Raad|24 juni 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AQ7093
worden bepaald of een zaak onroerend is.(4) De artikelen 3:3 en 3:4 BW zijn voor de vaststelling van het onroerende karakter van belang. Art. 3:3 BW luidt … andere gebouwen of werken. 2. Roerend zijn alle zaken die niet onroerend zijn. Art. 3:4 BW luidt: 1. Al hetgeen volgens verkeersopvatting onderdeel van een zaak uitmaakt, is bestanddeel
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|6 juni 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AD3578
geen bestanddeel is van de (zeer vele) percelen waar het in ligt (zie art. 3:4 BW), nu niet gezegd kan worden dat die percelen incompleet zouden zijn zonder kabel. 2.2 Volgens … zijn niet mogelijk. Om volgens verkeersopvatting bestanddeel te zijn (in de zin van art. 3:4 BW) moet het bestanddeel zodanig onderdeel uitmaken van een hoofdzaak (roerend of onroerend) dat die hoofdzaak
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|6 juni 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AD3591
geen bestanddeel is van de (zeer vele) percelen waar het in ligt (zie art. 3:4 BW), nu niet gezegd kan worden dat die percelen incompleet zouden zijn zonder kabel. 2.2 Volgens … zijn niet mogelijk. Om volgens verkeersopvatting bestanddeel te zijn (in de zin van art. 3:4 BW) moet het bestanddeel zodanig onderdeel uitmaken van een hoofdzaak (roerend of onroerend) dat die hoofdzaak
- BelastingrechtVerlaagde tarief voor ‘woonhuizen’ (art. 14(2) Wet BvR). Verkaveling in 8 bouwkavels en 1 openbare-wegperceel…
Parket bij de Hoge Raad|14 februari 2025|ECLI:NL:PHR:2025:202
zaak, ook als die op iemand anders’ grond staan. Bestanddelen zijn volgens art. 3:4 BW al hetgeen volgens verkeersopvatting onderdeel van een zaak is en zaken die zodanig verbonden zijn
- BelastingrechtVerlaagde tarief voor ‘woonhuizen’ (art. 14(2) Wet BvR). Verkaveling in 8 bouwkavels en 1 openbare-wegperceel…
Parket bij de Hoge Raad|14 februari 2025|ECLI:NL:PHR:2025:201
zaak, ook als die op iemand anders’ grond staan. Bestanddelen zijn volgens art. 3:4 BW al hetgeen volgens verkeersopvatting onderdeel van een zaak is en zaken die zodanig verbonden zijn
- Civiel recht overigGeschil over de ontbinding van koopovereenkomst m.b.t. een keuken c.a. wegens niet-plaatsbare afzuigkap (81 RO).
Parket bij de Hoge Raad|3 februari 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AU9718
aangevoerd dat de afzuigkap een bestanddeel is van het fornuis als bedoeld in art. 3:4 BW. Stadsherstel heeft in haar antwoordakte verwezen naar hetgeen zij eerder had aangevoerd. 1.8. Bij vonnis … folder van Atag, een bestanddeel is van het fornuis als bedoeld in art. 3:4 BW, dat mede gezien de gecompliceerde partijverhouding redelijkheid en billijkheid ten deze gebieden aan te nemen
- Civiel recht overigVermenging verpande en niet-verpande zaken. Pandrecht op vloeibaar aluminium. Oordeel hof over verhouding…
Parket bij de Hoge Raad|17 april 2015|ECLI:NL:PHR:2015:504
geval sprake is van een ‘hoofdzaak’ en een ‘bestanddeel’ in de zin van art. 3:4 BW. 2 Feiten In cassatie kan van de volgende feiten worden uitgegaan. (i) Op 13 december
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|25 oktober 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE6999
vraag of iets bestanddeel van een zaak is in de zin van art. 3:4 BW - niet kunnen worden gebezigd als zelfstandige maatstaf voor de beoordeling van de vraag of een zaak … genomen dat graftekens niet kunnen worden aangemerkt als bestanddeel in de zin van art. 3:4 BW. In dat verband overwoog het Hof dat graftekens in het algemeen niet zodanig
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|28 februari 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF0131
deze steiger moet worden beschouwd als een bestanddeel in de zin van art. 3:4 BW van het aan hem in eigendom toebehorende perceel; hij vordert - in conventie - een verklaring voor recht … geen bestanddeel is van de onroerende zaak van [eiser] in de zin van art. 3:4 BW. Het Hof tekende daarbij aan dat hetgeen [eiser] daarover in hoger beroep nog te berde
- Strafrecht overigConclusie AG. Beklag, beslag ex art. 94 Sv op personenauto waarin gestolen onderdelen zijn gemonteerd…
Parket bij de Hoge Raad|3 april 2018|ECLI:NL:PHR:2018:289
aangebracht. Er was niets met het voertuig aan de hand. Op grond van artikel 3:4 BW is klager door natrekking rechtmatig eigenaar geworden van alle onderdelen in de Mercedes. Deze goederen
- Civiel recht overigOnrechtmatige daad; aansprakelijkheid wegbeheerder. Art. 6:174 en 6:162 BW. Struikeling over…
Parket bij de Hoge Raad|24 juni 2016|ECLI:NL:PHR:2016:555Aangehaald in 6 uitspraken
Onrechtmatige daad; aansprakelijkheid wegbeheerder. Art. 6:174 en 6:162 BW. Struikeling
- BelastingrechtOverdracht, door BV, van recht op waardeverandering van grond; BV ‘wordt geacht’ een ‘recht van erfpacht’…
Parket bij de Hoge Raad|20 augustus 2013|ECLI:NL:PHR:2013:790
Overdracht, door BV, van recht op waardeverandering van grond; BV ‘wordt geacht’ een ‘recht van erfpacht’ voor te behouden waarvoor zij een jaarlijkse ‘canon’ betaalt. Primair: Belaste verkrijging van economische ex art. 2(2) Wet BvR? Zo ja, subsidiair: waarde verminderen met de waarde van de ‘canon’ ex art. 11(2) Wet…
- BelastingrechtArtikel 2 Wet BRV. Verkrijging economische eigendom van bestanddeel?
Parket bij de Hoge Raad|11 december 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BK1045
Artikel 2 Wet BRV. Verkrijging economische eigendom van bestanddeel?
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.