11 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|6 december 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE9258
brief van 21 september 1998 heeft de curator met verwijzing naar artikel 40 lid 3 Fw de arbeidsovereenkomst met [eiser] opgezegd per 2 november 1998. Voor de opzegging is geen toestemming verleend … opzegging van de arbeidsovereenkomst door de curator op grond van art. 40 lid 3 Fw(15) aan [eiser] kon worden tegengeworpen nadat de faillietverklaring van ISA was vernietigd. Het onderdeel betoogt
- InsolventierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht
Parket bij de Hoge Raad|12 juli 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE1547
invordering (2000), hoofdstuk 9. 2.3. Naast de genoemde bepalingen is van belang art. 57 lid 3 Fw: "Bij de verdeling van de opbrengst oefent de curator ten behoeve van de boedel mede … einde maakt; art. 33 Fw) neemt de curator op grond van art. 57 lid 3 Fw de afwikkeling ter hand: hetzij door zelf de goederen te gelde te maken, hetzij door
- InsolventierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht
Parket bij de Hoge Raad|15 februari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD9144
zijn tegen het arrest van het Hof (tijdig; zie art. 351 jo. 342 lid 3 Fw) in cassatie gekomen met een uit vier onderdelen opgebouwd middel. 5. Onderdeel 1 van het middel … eigener beweging niet gevraagde inlichtingen te verstrekken (subonderdeel 1.c). 6. In art. 350 lid 3 Fw zijn de gronden waarop de Rechtbank de toepassing van de schuldsaneringsregeling kan beëindigen, uit oogpunt
- InsolventierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht
Parket bij de Hoge Raad|12 juli 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE2508
schuldsaneringsregeling. 18. Dit betoog faalt. Uit de wetgeschiedenis blijkt dat art. 350 lid 3 Fw de rechter de mogelijkheid biedt om de toepassing van de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen, indien, nadat … wordt met betrekking tot art. 350 lid 3 Fw opgemerkt: "Ook als de schuldenaar voorafgaand aan de toepassing van de regeling handelingen heeft verricht die erop gericht waren zijn schuldeisers te benadelen
- InsolventierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht
Parket bij de Hoge Raad|18 januari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD4939
uitdrukking te brengen dat de in art. 1 lid 1 en art. 6 lid 3 Fw bedoelde toestand zich niet slechts laat afleiden uit hetgeen in rov. 2.3 is vastgesteld, maar … toestand dat hij heeft opgehouden te betalen (art. 1 lid 1 en art. 6 lid 3 Fw). Voor het bestaan van deze toestand is tenminste vereist, dat de schuldenaar meer dan één
- InsolventierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht
Parket bij de Hoge Raad|12 juli 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE4548
Fw. 3. Het tijdig (zie art. 351 jo. 342 lid 3 Fw) door [verzoeker] ingestelde cassatieberoep steunt op een uit acht onderdelen opgebouwd middel. 4. Onderdeel 1 van het middel behelst twee
- InsolventierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht
Parket bij de Hoge Raad|12 juli 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE4547
vonnis met betrekking tot [verzoekster]." 3. Het tijdig (zie art. 351 jo. 342 lid 3 Fw) door [verzoekster] ingestelde cassatieberoep steunt op een uit negen onderdelen opgebouwd middel. 4. De onderdelen
- InsolventierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht
Parket bij de Hoge Raad|11 januari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD4929
octopus, 1996. 13 Art. 28 lid 2 Fw. Het "doen stellen" van art. 27 lid 3 Fw. heeft geen bijzondere betekenis zo blijkt uit de wetsgeschiedenis: Kortmann/Faber, Van der Felts
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|25 januari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD5818
voet van art. 295 lid 2 en lid 3 jo art. 343 lid 3 Fw voor zijn noodzakelijke uitgaven wordt gelaten) vastgesteld op 50% van de beslagvrije voet voor een gezin
- InsolventierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht
Parket bij de Hoge Raad|22 november 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE8474
voor het "vrijgelaten" arbeidsinkomen en de alimentatie van art. 21 sub 2° en sub 3° Fw. - Andere uitzonderingen berusten, althans mede, op de gedachte dat het betreffende vermogen(sbestanddeel
- InsolventierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht
Parket bij de Hoge Raad|3 mei 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE2208
Promissory Note summierlijk is gebleken.(7) Zowel uit de tekst van art. 6 lid 3 Fw. als uit HR 22 augustus 1997, NJ 1997, 664 blijkt dat deze eis serieus moet worden
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.