12 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigGeschil in het faillissement van een pandgever omtrent de mogelijkheid tot verrekening door een debiteur van…
Parket bij de Hoge Raad|18 november 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AT9061
pandhouder (bank) een beroep toekomt op art. 6:136 BW, strekking van art. 53 lid 3 Fw., verweermiddelen van debiteur van de verpande vordering, bescherming … inmiddels failliet verklaarde pandgever, gaat het om de vraag of art. 53 lid 3 Fw in de weg staat aan toepassing door de rechter van art. 6:136 BW. 2. Voor zover
- InsolventierechtWSNP, verzoek tot opheffing van een op een ingetrokken surséance van betaling gevolgd faillissement (art. 242…
Parket bij de Hoge Raad|14 oktober 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AT6856
toepassing van de schuldsaneringsregeling. De schuldenaar heeft zich daarbij beroepen op art. 15b jo. art. 3 Fw. 3. De rechtbank heeft het verzoek bij uitspraak van 28 september 2004 afgewezen op grond … blijkt uit de tekst daarvan bezien in samenhang met tekst en wetsgeschiedenis van art. 3 Fw - slechts geschreven voor gevallen waarin het faillissement is uitgesproken op eigen aangifte van de schuldenaar
- Insolventierecht30 september 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/110HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|30 september 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AT6373
arrest van het hof (tijdig; zie art. 355 lid 2 jo. art. 342 lid 3 Fw) in cassatie gekomen met een uit vijf onderdelen opgebouwd middel. 9. Het eerste, tweede en derde … niet vrij stond de door de rechtbank gekozen grondslag (art. 350 lid 3 Fw) te verlaten en zelf te kiezen voor de toepasselijkheid van art. 354 leden 1 en 2 Fw
- Insolventierecht25 maart 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/044HR RM/JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: 1…
Parket bij de Hoge Raad|25 maart 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AS2047
arrest van het hof (tijdig; zie art. 355 lid 2 jo. 342 lid 3 Fw) in cassatie gekomen met twee middelen. 10. Middel 1 verwijt het hof ten onrechte te hebben nagelaten … verklaart de bepalingen van art. 341 lid 2, 3 en 6 en art. 342 lid 3 Fw van toepassing. Geen van deze bepalingen schrijft voor dat in hoger beroep de bewindvoerder dient
- Insolventierecht11 maart 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/052HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|11 maart 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AR7932
rechter maakt, nu de rechter bij de toepassing van de beëindigingsgronden van art. 350 lid 3 Fw een discretionaire bevoegdheid heeft(3), maar die afweging hoeft niet in het voordeel … Hoge Raad is ingekomen (art. 351 lid 2 jo art. 342 lid 3 Fw jo art. 1 lid 1 Algemene termijnenwet). 2 De memorie van toelichting is ten aanzien
- InsolventierechtWSNP, beëindiging van de schuldsaneringsregeling op de voet van art. 354 lid 1 F. zonder aan de schuldenaar…
Parket bij de Hoge Raad|4 november 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AT5574
tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, buiten beschouwing kan blijven (art. 354 lid 3 Fw)(4). Daarbij is de rechtbank niet van enige voordracht van de rechter-commissaris of verzoek … derhalve tijdig ter griffie van de Hoge Raad ingekomen (art. 355 jo 342 lid 3 Fw). 3 Zie het dictum van het vonnis van 29 september 2004, eerste gedachtestreepje. 4 Zie over
- InsolventierechtFaillissementszaak, toestand dat een schuldenaar heeft opgehouden te betalen; pluraliteitsvereiste…
Parket bij de Hoge Raad|9 december 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AU2864
heeft geoordeeld, ten aanzien van Tasc niet is voldaan aan de door art. 6 lid 3 Fw gestelde vereisten voor faillietverklaring, zonder dat het onderdeel aangeeft in welk opzicht het hof, door
- Insolventierecht9 september 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R05/013HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|9 september 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AT8785
doen. 2. Wanneer de schuldenaar hangende een tegen hem gericht faillissementsrekest op grond van artikel 3 Fw in de gelegenheid wordt gesteld een verzoekschrift tot het uitspreken van de toepassing
- InsolventierechtWSNP, (tussentijdse) beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder aan de schuldenaar de “schone lei” te…
Parket bij de Hoge Raad|11 november 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AU5976
cassatietermijn bedraagt 8 dagen (art. 355 lid 2 Fw in verbinding met art. 342 lid 3 Fw). 6 Met "[betrokkene 1]" is kennelijk bedoeld [betrokkene 1]; zie de kennisgeving van de Rechtbank
- Insolventierecht8 april 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R03/151HR RM/JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|8 april 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AS5949
vermogen van de echtgenoot, anders dan in het geval van art. 284 lid 3 Fw, al is getroffen door het faillissement
- Insolventierecht8 juli 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/103HR RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Verzoeker]…
Parket bij de Hoge Raad|8 juli 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AT4555
termijn van acht dagen zoals bedoeld in art. 355 lid 2 jo art. 342 lid 3 Fw. 9 TK 1992-1993, 22 969, nr. 3, blz. 6. 10 Aan de website
- Insolventierecht4 februari 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/008HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|4 februari 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AR4483
Fw slechts van procedurele aard is. Dat zou de reden zijn waarom artikel 6 lid 3 Fw niet van toepassing zou zijn, maar ik zie daarvoor, in elk geval waar
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.