21 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- InsolventierechtArt. 81 lid 1 RO. WSNP. Afwijzing toelatingsverzoek, schuldenaar niet te goeder trouw, art. 288 lid 1 onder b…
Parket bij de Hoge Raad|1 december 2017|ECLI:NL:PHR:2017:1502
niet te goeder trouw, art. 288 lid 1 onder b Fw. Hardheidsclausule, art. 288 lid 3 Fw. Zaaknr: 17/04917 mr. L. Timmerman Zitting 1 december 2017 Conclusie inzake: [verzoekster] tegen Geen verweer … CJIB. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien voor toepassing van art. 288 lid 3 Fw. 1.3. Verzoekster is in hoger beroep gekomen bij het Hof Amsterdam (hierna: het hof). Het hoger beroep
- Civiel recht overigWSNP. Toelatingsverzoek voormalig ondernemer, nadat zijn faillissement is verzocht (art. 3 Fw). Ontbreken…
Parket bij de Hoge Raad|6 april 2017|ECLI:NL:PHR:2017:384Aangehaald in 5 uitspraken
WSNP. Toelatingsverzoek voormalig ondernemer, nadat zijn faillissement is verzocht (art. 3 Fw). Ontbreken verklaring over minnelijk traject (art. 285 lid 1 sub f Fw); termijn hiervoor. Schulden niet te goeder trouw? Plicht … minnelijke regeling zijn ondernomen heeft Verzoekster niet reëel gebruik kunnen maken van de in artikel 3 Fw aan een natuurlijk persoon, tegen wie een verzoek tot faillietverklaring wordt ingediend
- InsolventierechtInsolventierecht. Intrekking surseance van betaling en faillietverklaring o.g.v. art. 242 Fw. Internationaal…
Parket bij de Hoge Raad|19 mei 2017|ECLI:NL:PHR:2017:527
onduidelijk is wie moeten verstaan onder partijen in de zin van art 244 lid 3 Fw. PTIF wijst op de samenhang tussen art. 243 en art. 244 Fw. Hieruit zou volgen … behandeling in raadkamer geen partij zijn in de zin van art. 244 lid 3 Fw, en dus niet behoeven te worden opgeroepen. Ten slotte voert PTIF aan dat de bewindvoerder
- InsolventierechtFaillissementsrecht. Verrekening vordering opdrachtgever met verpande vorderingen van gefailleerde…
Parket bij de Hoge Raad|15 september 2017|ECLI:NL:PHR:2017:942
debiteur van de verpande vordering (Artis) met overeenkomstige toepassing van art. 53 lid 3 Fw zijn tegenvordering verrekenen zonder dat de pandhouder (Parallel Groep) zich op art. 6:136 BW kan beroepen … vast te stellen en de vordering overigens voor toewijzing vatbaar is. Art. 53 lid 3 Fw bepaalt dat de curator geen beroep kan doen op art. 6:136 BW. 2.6 Onder verwijzing
- InsolventierechtInsolventierecht. Intrekking surseance van betaling en faillietverklaring o.g.v. art. 242 Fw. Internationaal…
Parket bij de Hoge Raad|21 juni 2017|ECLI:NL:PHR:2017:526
niet heeft gevraagd. Hiermee is voldaan aan de intrekkingsgrond van artikel 242 lid 1 sub 3 Fw. 5.8. Citicorp betoogt met grief 4 dat PTIF in Brazilië actief stappen heeft ondernomen … verrichten (art. 228 lid 1 Fw). Uit art. 242 lid 1 aanhef en sub 3 Fw blijkt dat overtreding van deze bepaling een grond is voor intrekking van de surseance
- InsolventierechtInsolventierecht. Intrekking surseance van betaling en faillietverklaring o.g.v. art. 242 Fw. Internationaal…
Parket bij de Hoge Raad|19 mei 2017|ECLI:NL:PHR:2017:529
deze zaak moeten worden opgeroepen voor de mondelinge behandeling (art. 244 lid 3 Fw). Er zijn door betrokkenen op 1 mei, 3 mei en 4 mei met het oog op beantwoording … mogen zijn. Oi Coop wijst in dit verband op de tekst van art. 243 lid 3 Fw en stelt dat art. 243 en 244 Fw in samenhang moeten worden gelezen. Volgens
- BelastingrechtEén van de voormalig firmanten van belanghebbende exploiteerde in de jaren 2007, 2008 en 2009 een agrarisch…
Parket bij de Hoge Raad|21 februari 2017|ECLI:NL:PHR:2017:310
Eén van de voormalig firmanten van belanghebbende exploiteerde in de jaren 2007, 2008 en 2009 een agrarisch loonbedrijf in de vorm van een eenmanszaak. Op 1 oktober 2009 is deze eenmanszaak met terugwerkende kracht per 1 januari 2009 omgezet in een vennootschap onder een firma (Vof). Per 31 december 2009 is de Vof…
- InsolventierechtInsolventierecht. Schorst ook een tweede verzoek tot toelating tot de WSNP de behandeling van het…
Parket bij de Hoge Raad|12 mei 2017|ECLI:NL:PHR:2017:410
samenloop van een faillissementsverzoek en een WSNP-verzoek (al dan niet na toepassing van art. 3 Fw ), bepaalt art. 3a lid 1 Fw dat eerst op het WSNP-toelatingsverzoek moet worden beslist … vervalt het verzoek tot faillietverklaring van rechtswege wegens gebrek aan belang (art. 3a lid 3 Fw) . Art. 3b Fw geeft een regeling voor het geval van samenloop van een schuldsaneringsregeling
- InsolventierechtWSNP. Kan de termijn van de schuldsaneringsregeling worden verlengd, ook als de schuldenaar heeft voldaan aan…
Parket bij de Hoge Raad|23 mei 2017|ECLI:NL:PHR:2017:563
Volgens het middel heeft het hof de strekking van de verlengingsregeling van art. 349a lid 3 Fw, in samenhang met de eisen voor het verlenen van een schone lei, miskend. Ter inleiding … daarentegen gaat om een verlenging door de rechter op de voet van art. 349 lid 3 Fw (tussentijdse beëindiging ex art. 350 Fw of reguliere beëindiging ex art. 352 Fw) kan slechts
- InsolventierechtPrejudiciële vraag (art. 392 Rv). WSNP. Dient voor toepassing van de tienjaarstermijn van art. 288 lid 2…
Parket bij de Hoge Raad|17 februari 2017|ECLI:NL:PHR:2017:113
worden verlengd (art. 349a lid 1 Fw) of worden verkort (art. 349a lid 2 en 3 Fw). Verlenging van de termijn van de schuldsaneringsregeling is mogelijk tot maximaal vijf jaar. In zijn … publiceert de datum en het tijdstip van de zitting op grond van art. 352 lid 3 Fw in de Staatscourant. Uiterlijk drie maanden voordat de termijn van art. 349a Fw afloopt, brengt
- InsolventierechtWSNP. Procesrecht. Art. 349a Fw. Schuldsaneringsregeling door rechtbank met twee jaar verlengd. Is…
Parket bij de Hoge Raad|20 december 2017|ECLI:NL:PHR:2017:1578
349a Fw jo 352 Fw, is sprake van een einduitspraak. Ingevolge art. 349a lid 3 Fw staat tegen een beslissing tot verlenging van de schuldsaneringsregeling hoger beroep open. De artikelen … schuldsaneringsregeling met een termijn van maximaal twee jaar. Deze mogelijkheid volgt uit art. 349a lid 3 Fw. Als voorbeeld van een situatie waarin verlenging aan de orde kan zijn
- InsolventierechtInsolventierecht. Intrekking surseance van betaling en faillietverklaring o.g.v. art. 242 Fw. Internationaal…
Parket bij de Hoge Raad|21 juni 2017|ECLI:NL:PHR:2017:528
niet heeft gevraagd. Hiermee is voldaan aan de intrekkingsgrond van artikel 242 lid 1 sub 3 Fw. (…) 4.12. Het hof constateert dat uit de onder 3.7 en 3.8 weergegeven correspondentie tussen … verrichten (art. 228 lid 1 Fw). Uit art. 242 lid 1 aanhef en sub 3 Fw blijkt dat overtreding van deze bepaling een grond is voor intrekking van de surseance
- Civiel recht overigFaillissementsrecht. Pluraliteitsvereiste. Moet Hoge Raad terugkomen van het krachtens vaste rechtspraak voor…
Parket bij de Hoge Raad|3 februari 2017|ECLI:NL:PHR:2017:41
schuldeiser het verzoek doet, ook van het vorderingsrecht van deze.” (art. 6 lid 3 Fw). Uit het woord ‘toestand’ valt af te leiden dat sprake moet zijn van enige bestendigheid … worden geconcludeerd. Rechtspraak 2.10 De maatstaf van de artikelen 1 lid 1 en 6 lid 3 Fw (verkeren in de toestand van hebben opgehouden te betalen) heeft in de rechtspraak
- InsolventierechtArt. 81 lid 1 RO. WSNP. Afwijzing verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling.
Parket bij de Hoge Raad|3 maart 2017|ECLI:NL:PHR:2017:204
mijns inziens niet slagen. Indien een uitdrukkelijk beroep op de hardheidsclausule ex art. 288 lid 3 Fw is gedaan, dient de rechter daarover een gemotiveerd oordeel te geven. Ik stel vast … ontbreken van goede trouw, toelating rechtvaardigen. Gelet op het discretionaire karakter van art. 288 lid 3 Fw heeft het hof daarbij een ruime beoordelingsvrijheid. Het hof heeft blijkens
- InsolventierechtArt. 81 lid 1 RO. WSNP. Afwijzing verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling.
Parket bij de Hoge Raad|3 maart 2017|ECLI:NL:PHR:2017:203
mijns inziens niet slagen. Indien een uitdrukkelijk beroep op de hardheidsclausule ex art. 288 lid 3 Fw is gedaan, dient de rechter daarover een gemotiveerd oordeel te geven. Ik stel vast … ontbreken van goede trouw, toelating rechtvaardigen. Gelet op het discretionaire karakter van art. 288 lid 3 Fw heeft het hof daarbij een ruime beoordelingsvrijheid. Het hof heeft blijkens
- Civiel recht overigFaillissementsrecht. Verzet ex art. 184 Fw. Mogelijkheid terugkomen van beschikking RC ex art. 67 Fw omtrent…
Parket bij de Hoge Raad|1 september 2017|ECLI:NL:PHR:2017:892
cassatieberoep met terugwijzing van het geding naar de rechtbank Rotterdam. 2.7 Hoewel art. 186 lid 3 Fw lijkt te indiceren dat voor een kostenveroordeling in een verzetprocedure, anders … Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden A-G Vgl. art. 119 lid 3 Fw: indien er behoefte bestaat aan verdaging der vergadering, wordt deze binnen acht dagen, op het door
- InsolventierechtArt. 81 lid 1 RO. Insolventierecht; goederenrecht. Pandhouder vraagt faillissement panddebiteur aan. Is…
Parket bij de Hoge Raad|30 juni 2017|ECLI:NL:PHR:2017:664
faillietverklaring en over de positie van de pandhouder. De faillissementsaanvraag 3.2. Volgens art. 6 lid 3 Fw wordt de faillietverklaring op verzoek van een schuldeiser uitgesproken, indien blijkt dat deze een vorderingsrecht … gaan. In dat geval was immers niet voldaan aan de eisen van art. 6 lid 3 Fw en is het faillissement ten onrechte uitgesproken. Een uitzondering op het voorgaande is gemaakt
- InsolventierechtInsolventierecht. Verzoek omzetting faillissement in schuldsanering, art. 15b Fw. Verklaring als bedoeld in…
Parket bij de Hoge Raad|21 februari 2017|ECLI:NL:PHR:2017:266
orde is. Verder doet [verzoekster] een beroep op de hardheidsclausule ex artikel 288 lid 3 Fw. 1.7 Het hoger beroepschrift is ter zitting van 7 december 2016 behandeld. Daarbij waren aanwezig [verzoekster
- InsolventierechtArt. 81 lid 1 RO. Insolventierecht; IPR. Bevoegdheid kennis te nemen van faillissementsverzoek…
Parket bij de Hoge Raad|17 maart 2017|ECLI:NL:PHR:2017:225
Art. 81 lid 1 RO. Insolventierecht; IPR. Bevoegdheid kennis te nemen van faillissementsverzoek. Toepasselijkheid van Insolventieverordening (‘Centre of Main Interests’) of van art. 2 Fw (plaats van statutaire zetel)? Verbod van terugverwijzing door hof. Toestand van te hebben opgehouden te betalen.
- InsolventierechtPrejudiciële vragen (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Invloed faillissement op wederkerige overeenkomsten…
Parket bij de Hoge Raad|13 oktober 2017|ECLI:NL:PHR:2017:1593
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Invloed faillissement op wederkerige overeenkomsten, art. 37-40 Fw. Fixatiebeginsel, art. 24 Fw. Mogelijkheid tot verificatie van vorderingen uit overeenkomst of andere rechtsverhouding die na ingaan van het faillissement zijn ontstaan; precisering van HR 19…
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.