11 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigWSNP. Weigering van tussentijdse beëindiging toepassing schuldsaneringsregeling. Art. 351 lid 5 Fw. Is…
Parket bij de Hoge Raad|15 oktober 2019|ECLI:NL:PHR:2019:1161
bewindvoerder ontvankelijk in het cassatieberoep? Toerekenbare tekortkomingen van de schuldenaar. Beoordelingsruimte art. 350 lid 3 Fw. Is de beslissing van het hof om de schuldsaneringsregeling niet te beëindigen voldoende begrijpelijk? Zaaknr: 19/03261 … strenge en imperatieve afwijzingsgronden. In het verlengde hiervan is de tekst van art. 350 lid 3 Fw over de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling aangepast. De beoordelingsruimte van de rechter is hierdoor
- InsolventierechtProcesrecht. Insolventierecht. Overneming van het geding door de curator (art. 25, 27 Fw). Valt vordering van…
Parket bij de Hoge Raad|6 september 2019|ECLI:NL:PHR:2019:870
gefailleerde voortprocederen. De curator kan echter op ieder moment het proces overnemen (art. 27 lid 3 Fw). Art. 27 lid 2 Fw verschaft de door de schuldenaar aangesproken gedaagde een middel
- InsolventierechtArt. 81 lid 1 RO. Faillissementsrecht. Verzoek faillietverklaring. Vereiste dat summierlijk blijkt van…
Parket bij de Hoge Raad|20 december 2019|ECLI:NL:PHR:2019:1364
Faillissementsrecht. Verzoek faillietverklaring. Vereiste dat summierlijk blijkt van vorderingsrecht van de aanvrager; art. 6 lid 3 Fw. PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 19/02616 Zitting 20 december 2019 CONCLUSIE … geven van een onjuiste rechtsopvatting. Daartoe wordt aangevoerd dat op grond van art. 6 lid 3 Fw slechts vereist is dat ‘summierlijk blijkt’ van het vorderingsrecht van de aanvrager
- OndernemingsrechtPrejudiciële vragen (art. 392 Rv). Ondernemingsrecht. Faillissementsrecht. Rechtskarakter vennootschap onder…
Parket bij de Hoge Raad|1 maart 2019|ECLI:NL:PHR:2019:189
wijze van betekening van een voor een vof bestemd exploot) en artikel 4 lid 3 Fw (betreffende de aangifte tot faillietverklaring van een vof). Rechtspraak 2.11 In de rechtspraak
- Civiel recht overigWSNP. Procesrecht. Procesbevoegdheid tijdens beschermingsbewind. Is de schuldenaar wiens goederen onder…
Parket bij de Hoge Raad|28 november 2019|ECLI:NL:PHR:2019:1238Aangehaald in 7 uitspraken
nodig is om de hoogte daarvan vast te stellen. Nominaal bedrag 3.3 Art. 295 lid 3 Fw bepaalt dat de rechter-commissaris de beslagvrije voet op verzoek van de schuldenaar, de bewindvoerder
- InsolventierechtFaillissementsrecht. Pluraliteitsvereiste. Is schuld teniet gegaan door verrekening met tijdens…
Parket bij de Hoge Raad|11 januari 2019|ECLI:NL:PHR:2019:62
steun)vordering als de eventueel gestelde verrekening dienen summierlijk te worden aangetoond (art. 6 lid 3 Fw) . Daarbij zijn de gewone bewijsregels niet van toepassing : de maatstaf van het ‘summierlijk’ blijken houdt … gegrondheid van het verrekeningsverweer op eenvoudige wijze is vast te stellen (art. 53 lid 3 Fw in verbinding met art. 6:136 BW) – berust op de gedachte dat de schuldeiser zijn schuld
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. WSNP. Omvang van de boedel. Art. 295 lid 1 en lid 6 Fw. Is sprake van levensverzekering als…
Parket bij de Hoge Raad|16 juli 2019|ECLI:NL:PHR:2019:811
bedrag buiten de boedel gelaten ter grootte van de beslagvrije voet. Art. 295 lid 3 Fw bepaalt dat het in lid 2 bedoelde bedrag door de rechter-commissaris kan worden verhoogd
- Burgerlijk procesrechtProcesrecht. Door vof op eigen naam ingestelde vordering; vordering in reconventie tegen afzonderlijke…
Parket bij de Hoge Raad|22 november 2019|ECLI:NL:PHR:2019:1331
eigen naam failliet verklaard worden (art. 4 lid 3 Fw). Verder is volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad het voor het bedrijf van de vof bestemde vermogen van de vennoten afgescheiden
- Burgerlijk procesrechtWSNP. Verzet tegen griffierecht in cassatie. Art. 4 lid 2, onder j, Wgbz. Is griffierecht verschuldigd indien…
Parket bij de Hoge Raad|30 september 2019|ECLI:NL:PHR:2019:1138
vast te stellen bedrag (“het vrij te laten bedrag”, zie art. 295 leden 2 en 3 Fw) . Wel geldt voor [betrokkene 1] het tarief “griffierecht voor onvermogenden” . Het geheven bedrag
- Civiel recht overigFaillissementsrecht. Verrekening ex art. 53 lid 1 Fw door bank met schuld uit bodemverhuurconstructie. Is…
Parket bij de Hoge Raad|12 april 2019|ECLI:NL:PHR:2019:489
beroep op verrekening op eenvoudige wijze is vast te stellen (art. 53 lid 3 Fw). De gedachte hierachter is dat iedere schuldeiser van de boedel zijn schuld aan de boedel als ‘onderpand
- VerbintenissenrechtArt. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Is tussen partijen een koopovereenkomst tot stand gekomen?
Parket bij de Hoge Raad|1 maart 2019|ECLI:NL:PHR:2019:190
eiser] zijn verweer zodanig heeft onderbouwd dat niet, zoals art. 6 lid 3 Fw vereist, met een eenvoudig onderzoek, summierlijk, kan worden vastgesteld dat [verweerster] (nog steeds) een vordering heeft op [eiser
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.