20 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|27 september 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE4041
gelet op het bepaalde in art. 429 lid 3 (oud, thans art. 358 lid 3) Rv, hoger beroep openstaat van een beschikking waarbij de Rechtbank op een verzoek tot het treffen … omgangsregeling, een tussenbeschikking is (r.o. 4), zodat daarvan ingevolge het bepaalde in art. 429n lid 3 Rv afzonderlijk hoger beroep niet is toegestaan, nu de rechter niet anders heeft bepaald
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|25 januari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD6103
Snijders/Wendels, 2e druk blz. 308. 9 Art. 429o lid 2 en lid 3 Rv. werden in (het ingetrokken) wetsvoorstel 24 651 overgebracht naar art. 359 lid 2 en 3 Rv
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|13 september 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE4357
kort geding niet als eis in de hoofdzaak in de zin van art. 700 lid 3 Rv heeft te gelden - van het hof niet hebben uitgelokt of verdedigd, is er reden … Kort gezegd: (i) uit het afschrift van het vonnis dat ingevolge art. 260 lid 3 Rv tegelijk met de in lid 1 bedoelde verklaring moet worden overgelegd, blijkt dit moment van betekening
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|3 mei 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD9588
redenen is omkleed. 9) Deze klachten falen omdat zij de wijze waarop art. 419 lid 3 Rv volgens de rechtspraak van de Hoge Raad dient te worden toegepast, miskennen. Op grond … 3 Rv is de Hoge Raad gebonden aan hetgeen in de bestreden uitspraak omtrent de feiten is vastgesteld. Deze regel houdt in dat de juistheid van de vaststelling van feiten
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|14 juni 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE0658
genoemd, nog daargelaten dat deze praktijk niet spoort met de wet (thans art. 88 lid 3 Rv., destijds art. 19a lid 3 Rv.) 4 Maar in verband met de hierna te bespreken
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|8 maart 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD8170
Nederlandse rechter - ook zonder het onderhavige beslag - reeds uit hoofde van artikel 126 lid 3 Rv bevoegd zou zijn geweest over de onderhavige zaak te oordelen, laat dat onverlet
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|22 november 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE9245
verplichting tot procureurstelling neergelegd in art. 429d lid 3 (oud) Rv. (thans art. 278 lid 3 Rv.). Vóór de inwerkingtreding van genoemde wet van 5 april 2001 gold eveneens dat het verzoekschrift
- SocialezekerheidsrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Socialezekerheidsrecht
Parket bij de Hoge Raad|18 januari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD6630
Rechtbank (tijdig; zie art. 66 (oud) ABW jo. art. 426 lid 2 en 3 Rv) in cassatie gekomen met twee middelen. De Gemeente heeft geen verweerschrift in cassatie ingediend. 4. Middel
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|1 maart 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD9149
titel; de inhoud van art. 429d lid 3 (oud) komt terug in art. 278 lid 3 Rv. Op dit cassatierekest, ingediend vóór 1 januari 2002, zijn nog de oude bepalingen van toepassing
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|12 april 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD9117
wordt incidenteel appèl ingesteld dan kan de incidenteel verweerder daarop uiteraard reageren (art. 347 lid 3 Rv.). Hij pleegt dat vanzelfsprekend ook te doen. Daarom is er geen goede grond
- InsolventierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht
Parket bij de Hoge Raad|12 juli 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE3344
beginsel van uitsluiting van tussentijds hoger beroep opgenomen in art. 358 lid 3 Rv voor rekestprocedures. Eenzelfde regel geldt sinds 1 januari 2002 voor rolprocedures: zie art. 337 lid 2 Rv
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|11 oktober 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE5145
documentatie die daarvoor wordt ingebracht, neerkomt op (louter) feitelijke beoordeling, die krachtens art. 419 lid 3 Rv in cassatie niet kan worden herbeoordeeld. De tweede hindernis wordt gevormd door de in bestendige
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|27 september 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE8133
algemeen is afzonderlijk hoger beroep van een tussenbeschikking niet mogelijk (art. 429n lid 3 Rv. oud). Tegen een provisionele tussenbeschikking staat echter wel afzonderlijk beroep in cassatie open
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|8 maart 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD7355
eerste aanleg; rov. 3 van het thans bestreden arrest. 3 Zie art. 410 lid 3 Rv. 4 In HR 26 januari 1996, NJ 1996, 607 m.nt. WMK (Dicky Trading), ook een geval
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|16 april 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD9560
partij in een geding betrokken, zich moeten laten vertegenwoordigen, ook in cassatie (art. 407 lid 3 Rv).(7) Nu de cassatiemiddelen niet zijn ingediend door een door de verdachte gevolmachtigd advocaat
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|29 november 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE9396
lijkt mij intussen duidelijk dat daarvan geen sprake kan zijn. Ingevolge art. 419 lid 3 Rv is wat [eiser] c.s. in dit opzicht hebben aangevoerd aan beoordeling door de Hoge Raad onttrokken
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|9 augustus 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE2146
Hoge Raad teweeggebracht(1); en de regel van art. 448 lid 1 sub 3 Rv. (oud) geeft nader accent aan het belang dat aan het houden van (juist) een beperkt aantal dieren
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|22 november 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE8215
overeenkomsten in overwegende mate op feitelijke appreciatie berust, en in zoverre ingevolge art. 419 lid 3 Rv aan beoordeling is cassatie is onttrokken, neem ik geen baanbrekend standpunt is. Dat is immers
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|27 september 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE4289
indienen van een verweerschrift - ook na de ommekomst van de in art. 426b lid 3 Rv bedoelde termijn - toegestaan.(15) Weliswaar is de termijnoverschrijding in casu aanzienlijk groter dan in het toen
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|19 april 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD8168
zijn bedoeld. Het ligt in dat geval voor de hand de in art. 430 lid 3 Rv voorgeschreven betekening van de betrokken uitspraak bepalend te achten, behoudens het geval waarin de tenuitvoerlegging
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.