Zoekresultaten

Voor “"3 Rv"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

14 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • Civiel recht overig
    3 oktober 2003 Eerste Kamer Nr. C02/294HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: DE…

    Parket bij de Hoge Raad3 oktober 2003ECLI:NL:PHR:2003:AI0347

    door het instellen van een "eis in de hoofdzaak" als bedoeld in art. 700 lid 3 Rv. oud nu het opleggen van een belastingaanslag hiermee niet kan worden gelijk gesteld. De (naheffings … beslag behoeft te worden gevorderd(8). 2.2 Het hier toepasselijke art. 700 lid 3 Rv. oud schrijft voor dat, tenzij op het tijdstip van het verlof voor het leggen van conservatoir beslag

  • Civiel recht overig
    17 januari 2003 Eerste Kamer Nr. C02/273HR RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres]…

    Parket bij de Hoge Raad17 januari 2003ECLI:NL:PHR:2003:AF1568

    daarvan van belang zijnde) betekening overeenkomstig art. 63 lid 1 Rv, nodig. Art. 56 lid 3 Rv, dat bij art. 10 Uitvoeringswet EG-betekeningsverordening is vastgesteld, luidt als volgt: "3. Wanneer … verordening zendt ter betekening aan de betrokkene." De wetgever heeft met art. 56 lid 3 Rv gebruik gemaakt van de ruimte die de EG-betekeningsverordening met betrekking tot het "dateren" van betekeningen

  • Personen- en familierecht
    10 oktober 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R02/095HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van…

    Parket bij de Hoge Raad10 oktober 2003ECLI:NL:PHR:2003:AL8115

    inleidend verzoekschrift ten kantore van de procureur als bedoeld in art 278 lid 3 Rv. 2.5 In het echtscheidingsprocesrecht van art. 815 e.v. Rv. daarentegen dient de verzoeker in eerste aanleg … herstel moest worden gegeven, aldus het onderdeel. 2.11 Volgens het voorschrift van art. 816 lid 3 Rv. zijn op de betekening van het verzoekschrift de artikelen 120 en 121 Rv. van overeenkomstige

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad2 mei 2003ECLI:NL:PHR:2003:AF5892

    ongewijzigd overgenomen in de art. 233 tot en met 235(11). 2.2 Art. 233 lid 3 Rv. bepaalt thans dat de rechter aan de uitvoerbaarverklaring bij voorraad de voorwaarde kan verbinden … titel beschikte. Juist voor deze gevallen is, aldus Zwalve, de regeling van art. 53 lid 3 Rv. (oud) - art. 233 lid 3 Rv. - bedoeld(26). 2.17 Het onbetamelijke in het arrest Ontvanger/Hamm

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad14 maart 2003ECLI:NL:PHR:2003:AF2834

    geen inkomen of vermogen heeft, niet zonder meer betekent dat de in art. 598f lid 3 Rv (oud) bedoelde onmacht zich voordoet. Het kan immers zijn dat de tot onderhoud verplichte niet … weergegeven in rov. 3.4, en aangemerkt als een beroep op de in art. 598f sub 3 Rv (oud) genoemde grond (rov. 3.5). De president achtte evenwel voorshands niet aannemelijk geworden dat sprake

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad2 mei 2003ECLI:NL:PHR:2003:AF3431

    bestond er de mogelijkheid van een reactie als bedoeld in artikel 347 lid 3 Rv. (oud) voor het geval dat een geïntimeerde incidenteel appelleerde of een exceptie tegen het principaal beroep aanvoerde … reken. Ik wil hierbij aansluiting zoeken bij het bepaalde in het huidige artikel 132 lid 3 Rv. dat - ook voor de procedure in hoger beroep (art. 353 Rv.) - voorschrijft dat de rechter

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad4 april 2003ECLI:NL:PHR:2003:AF2828

    thans een, op de rechtens voorgeschreven wijze, ingesteld incidenteel beroep niet vervallen (art. 339 lid 3 Rv. oud)(14). 3.3 In het verleden werd aanvankelijk de mogelijkheid tot het instellen van incidenteel

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad31 januari 2003ECLI:NL:PHR:2003:AF1414

    hoger beroep van tussenvonnissen diende te worden gezocht naar de parallel met artikel 429n lid 3 Rv. De commissie was van oordeel dat tussentijds appel in beginsel ongewenst is, omdat dergelijke appellen

  • Belastingrecht
    Nr. 38.452 17 oktober 2003 WM gewezen op het beroep in cassatie van X1 te Z tegen de uitspraak van het…

    Parket bij de Hoge Raad17 oktober 2003ECLI:NL:PHR:2003:AF9786

    Nr. 38.452 17 oktober 2003 WM gewezen op het beroep in cassatie van X1 te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, nr. 99/02139, in afschrift aan partijen verzonden op 27 juni 2002, betreffende na te melden aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen. 1. Aanslag, bezwaar en geding…

  • Civiel recht overig
    19 december 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R03/017HR JMH/HJH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van…

    Parket bij de Hoge Raad19 december 2003ECLI:NL:PHR:2003:AL8610

    daaraan haar medewerking te verlenen (art. 205 lid 1 Rv. jo. art. 198 lid 3 Rv.(7)). De partij die, in weerwil van het feit dat die dat als (zeer) belastend ervaart

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad31 januari 2003ECLI:NL:PHR:2003:AF1415

    hoger beroep van tussenvonnissen diende te worden gezocht naar de parallel met artikel 429n lid 3 Rv. De commissie was van oordeel dat tussentijds appel in beginsel ongewenst is, omdat dergelijke appellen

  • Civiel recht overig
    13 juni 2003 Eerste Kamer Nr. C01/296HR MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: PRINCEHOEVE…

    Parket bij de Hoge Raad13 juni 2003ECLI:NL:PHR:2003:AF5882

    getuigenbewijs behoort - bij uitstek - tot de feitelijke oordelen die in cassatie ingevolge art. 419 lid 3 Rv. als gegeven moeten worden aanvaard. Dergelijke waardering kan in cassatie - op de voet van daarop

  • Civiel recht overig
    24 oktober 2003 Eerste Kamer Nr. C02/120HR JMH/HJH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser]…

    Parket bij de Hoge Raad24 oktober 2003ECLI:NL:PHR:2003:AM2625

    maart 2001, bij het hof aangebracht. Gelet op de in artikel 295 lid 3 Rv voorgeschreven termijn is het hoger beroep tijdig ingesteld. [Verweerder] is dan ook ontvankelijk in het door

  • Civiel recht overig
    13 juni 2003 Eerste Kamer Nr. C01/259HR RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: de commanditaire…

    Parket bij de Hoge Raad13 juni 2003ECLI:NL:PHR:2003:AF5529

    en/of art. 705 lid 3 in verbinding met art. 438 lid 3 Rv. Een zodanig oordeel is volgens het onderdeel onjuist, althans onvoldoende gemotiveerd. Het onderdeel betoogt dat waar de cruciale geschilpunten

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.