20 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Personen- en familierecht19 maart 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/070HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De…
Parket bij de Hoge Raad|19 maart 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO2785
kinderen exclusieve werking heeft ten opzichte van de algemene bevoegdheidsregels voor verzoekschriftprocedures van art. 3 Rv. 2. In cassatie dient van de volgende feiten te worden uitgegaan … Naar het oordeel van het hof is de algemene rechtsmachtregel voor verzoekschriftprocedures van art. 3 Rv niet van toepassing op de bijzondere verzoekschriftprocedures waarvoor specifieke rechtsmachtregels bestaan, te weten echtscheiding en daaraan
- Civiel recht overig26 maart 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/045HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|26 maart 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO1330
26 maart 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/045HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: Verzoekster], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, voorwaardelijk incidenteel verweerster,advocaat: mr. R.S. Meijer, t e g e n LEVOB SCHADEVERZEKERING N.V., gevestigd te Amersfoort, VERWEERSTER in…
- Personen- en familierecht26 maart 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/076HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De…
Parket bij de Hoge Raad|26 maart 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO1991
middelonderdeel 3a m.i. al af. 3.8 Ik wijs daarnaast op het volgende. Art. 800 lid 3 Rv. bepaalt - voorzover hier van belang - dat de beschikking tot machtiging van de gezinsvoogdij-instelling … dreiging van "onmiddellijk en ernstig gevaar" voor [het kind] als bedoeld in art. 800 lid 3 Rv. bestaande in een "mogelijke mishandeling". 3.11 Dit betekent niet dat het horen (in de hierboven
- Civiel recht overig16 januari 2004 Eerste Kamer Nr. C02/208HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser]…
Parket bij de Hoge Raad|16 januari 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AM2341
huidige recht bevat op dit punt een uitdrukkelijke bepaling. Allereerst is in art. 143 lid 3 Rv. bepaald dat de verzettermijn aanvangt op de dag waarop het vonnis ten uitvoer is gelegd … betaling van periodieke uitkeringen als het uitvoerbaar bij voorraad verklaard verstekvonnis overeenkomstig art. 430 lid 3 Rv. oud aan de geëxecuteerde is betekend; - na het leggen van het derdenbeslag is de executant
- Civiel recht overig26 maart 2004 Eerste Kamer Nr. C02/325HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser]…
Parket bij de Hoge Raad|26 maart 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO1950
dergelijk oordeel is daarom in cassatie niet mogelijk, zie o.a. art. 419 lid 3 Rv. Toetsing in cassatie moet beperkt blijven tot de maatstaven die bij de beoordeling zijn aangelegd, en eventueel … cassatie niet op juistheid of onjuistheid worden getoetst (omdat o.a. art. 419 lid 3 Rv. zich daartegen verzet). Eventuele gebreken in de motivering kunnen daarentegen (mits daarop toegesneden klachten worden aangevoerd
- Personen- en familierecht19 maart 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/074HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De…
Parket bij de Hoge Raad|19 maart 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO1990
ambtshalve - een proceskosten-veroordeling uitspreken (zie art. 289 in verbinding met 362 en 429 lid 3 Rv.)(12). Gelet op de aard van de onderhavige procedure en het rechtens te respecteren belang … juli 1994, Stb. 570 is de zesde titel van Boek 3 Rv. geheel opnieuw vastgesteld waarbij art. 902a oud Rv. is vervallen en vervangen door art. 810 Rv. De tekst
- Personen- en familierecht5 maart 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/066HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De…
Parket bij de Hoge Raad|5 maart 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO1974
marge van appreciatie voor de feitelijke rechter die art. 419 lid 3 Rv. hier beoogt te geven, niets overblijven. Uitleggen van een contract(sbepaling) komt immers neer op beoordeling, welke uitleg … gesteld. Aanvaarding van die consequentie is klaarblijkelijk strijdig met de o.a. in art. 419 lid 3 Rv. tot uitdrukking komende bedoeling, en trouwens ook klaarblijkelijk onwenselijk. . 15) Daarom denk
- Personen- en familierecht23 april 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/126HR RM/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: 1…
Parket bij de Hoge Raad|23 april 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO4611
niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor de minderjarige (art. 809 lid 3 Rv). De kinderrechter heeft het verzoek daarom toegewezen voor het tijdvak tot 30 januari … namens de ouders gesproken over de afgehandelde strafzaak. 3 Art. 426 lid 1 en lid 3 Rv in verbinding met art. 806 Rv. Het verzoek is per fax op 17 oktober
- Civiel recht overig17 december 2004 Eerste Kamer Nr. C03/282HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: de…
Parket bij de Hoge Raad|17 december 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AR3635
onduidelijke) rechtsverhouding tussen Meadow en [verweerder 1]. Uit art. 79 RO en art. 419 lid 3 Rv volgt dat daarvoor in cassatie geen plaats is. 9) Ten overvloede merk
- Civiel recht overig9 januari 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/128HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|9 januari 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AN8082
zwakzinnigeninrichting(7). 2.6. Art. 429 lid 2 in verbinding met art. 419 lid 3 Rv brengt echter met zich mee dat in cassatie moet worden uitgegaan van de - in het middel niet
- Civiel recht overig12 november 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R04/001HR RM Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|12 november 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AR1783
niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad is op grond van artikel 419 lid 3 Rv gebonden aan hetgeen in de bestreden uitspraak omtrent de feiten is vastgesteld. De aard
- Civiel recht overig15 oktober 2004 Eerste Kamer Nr. C03/106HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|15 oktober 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AP1665
vordering van Zurich wordt onverkort toegewezen. Buderus stelt tijdig cassatieberoep in; art. 402 lid 3 Rv. is van toepassing omdat in eerste aanleg de vordering van GTI tot vrijwaring tegen Buderus werd
- Civiel recht overig2 april 2004 Eerste Kamer Nr. C03/022HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiseres…
Parket bij de Hoge Raad|2 april 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO2783
cassatie kan worden gebaseerd, en stuit ook af op de regel van art. 419 lid 3 Rv. Het middel verwijst nog naar de argumenten die [eiser] c.s. ter bestrijding van het dienovereenkomstige
- Civiel recht overig30 januari 2004 Eerste Kamer Nr. C02/262HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser]…
Parket bij de Hoge Raad|30 januari 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AN9077
streep door die plannen gehaald en is het huidige art. 164 lid 2 en 3 Rv. in de wet terecht gekomen(11). Thans bepaalt art. 164 lid 2 Rv. op een tekstuele
- Civiel recht overig24 december 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R04/017HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|24 december 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AR4980
Rv, en voor de in eerste aanleg gegeven beslissing art. 429 k lid 3 Rv (oud), dat hier ingevolge art. IX lid 2 van de Wet van 3 december
- Civiel recht overig30 januari 2004 Eerste Kamer Nr. C02/255HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser]…
Parket bij de Hoge Raad|30 januari 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AN9075
erkend instituut is, zie thans art. 279 lid 4 Rv., maar destijds art. 429g lid 3 Rv.(oud). Onder vigeur van die bepaling gold geen voorschrift dat het proces-verbaal tijdig
- Civiel recht overig9 juli 2004 Eerste Kamer Nr. C03/117HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: DE ONDERLINGE…
Parket bij de Hoge Raad|9 juli 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO8706
vertrekt). Daarom vind ik het bepaald voor de hand liggend, dat uit art. 198 lid 3 Rv. geen specifieke medewerkingsplicht ten aanzien van partijdeskundigenonderzoeken kan worden afgeleid; en dat de vraag
- Civiel recht overig19 maart 2004 Eerste Kamer Nr. C02/110HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: KONINKLIJKE…
Parket bij de Hoge Raad|19 maart 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO0903
rechter die zijn bevoegdheid uitsluitend baseert op artikel 24 EVEX/EEX-Verdrag (juncto artikel 126 lid 3 Rv.) niet ordenend moet optreden buiten Nederland (zie ook rechtsoverweging 16 van het arrest
- OmgevingsrechtNr. 1396 Hoge Raad der Nederlanden Derde Kamer 26 november 2004 in de zaak van 1. [Eiser 3], 2. [Eiser 4], 3…
Parket bij de Hoge Raad|26 november 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AR6228
blijkt niet dat Enka, die overeenkomstig het bepaalde in art. 877 derde lid onder 3 Rv in het verzoekschrift van Dupont was aangeduid als "de wederpartij'', op het verzoek is gehoord, althans
- OmgevingsrechtNr. 1395 Hoge Raad der Nederlanden Derde Kamer 26 november 2004 in de zaak van 1. [Eiseres 1], 2. [Eiser 2]…
Parket bij de Hoge Raad|26 november 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AR4503
blijkt niet dat Enka, die overeenkomstig het bepaalde in art. 877 derde lid onder 3 Rv in het verzoekschrift van Dupont was aangeduid als "de wederpartij'', op het verzoek is gehoord, althans
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.