28 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overig1 april 2005 Eerste Kamer Nr. C04/051HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser]…
Parket bij de Hoge Raad|1 april 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AS2812
Verweerster] heeft aangevoerd dat de cassatiedagvaarding nietig is, omdat [eiser] niet overeenkomstig art. 407 lid 3 Rv een advocaat bij de Hoge Raad heeft aangewezen. 2.2 Art. 407 lid 3 Rv bepaalt … geding in cassatie zou vertegenwoordigen. Daarmee is aan het vereiste van art. 407 lid 3 Rv voldaan. [Eiser] heeft een advocaat bij de Hoge Raad aangewezen, met de uitgesproken bedoeling dat deze
- Civiel recht overig25 februari 2005 Eerste Kamer Nr. C04/113HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser]…
Parket bij de Hoge Raad|25 februari 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AR6202
Door de verbetering verliest de grosse die de fout bevatte haar kracht (art. 31 lid 3 Rv.). Het verbeterde deel van de uitspraak treedt met terugwerkende kracht in de plaats … gelegen in de aanloop tot de weerslag, de beslissing als genoemd in art. 59 onder 3 Rv. oud. Zie ook Hugenholtz/Heemskerk, 20e druk, 2002, nr. 114: Het oordeel over de rechtsbetreking
- Civiel recht overig10 juni 2005 Eerste Kamer Nr. C04/111HR RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: MODUS…
Parket bij de Hoge Raad|10 juni 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AT4065
algemeen de veroordeelde, doordat het verstekvonnis aan hem betekend moet worden (art. 430 lid 3 Rv), vervolgens ook het beslagexploot binnen acht dagen na het leggen van het derdenbeslag aan hem betekend … verstrijken van vier weken na de beslaglegging door de derdebeslagene gedane verklaring (art. 476b lid 3 Rv), voldoende gelegenheid zal hebben de aangevangen tenuitvoerlegging van het verstekvonnis te beletten voordat de derdebeslagene
- Civiel recht overigGeschil over de vergoeding van schade door bodemverontreiniging; ontvankelijkheid van beroep in cassatie…
Parket bij de Hoge Raad|25 november 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AU1955
Naar het oordeel van het hof volgt echter uit artikel 255 lid 1 juncto lid 3 Rv (oud) dat hier de procedure niet van rechtswege is geschorst, nu de procedure - waarin immers … dood of verlies van de betrekking van de gestelde procureur), bepaalt art. 255 lid 3 Rv. oud dat het geding in staat van wijzen is "na den afloop der pleidooijen". De gedachte
- Civiel recht overig12 augustus 2005 Eerste Kamer Nr. C04/095HR JMH/RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|12 augustus 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AT3477
civiele procedure is - sedert 1 januari 2002 op grond van art. 198 lid 3 Rv. - verplicht mee te werken aan een door de rechter gelast deskundigenonderzoek. Wordt aan deze verplichting niet voldaan … mededeling wordt gedaan aan de wederpartij en de rechter." Buiten rechte is art. 198 lid 3 Rv niet toepasselijk. Wanneer in een geval als het onderhavige een slachtoffer dat vergoeding van letselschade
- Civiel recht overig8 juli 2005 Eerste Kamer Nr. C04/152HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres]…
Parket bij de Hoge Raad|8 juli 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AT4073
tegen de verandering of vermeerdering van de eis op de voet van art. 134 lid 3 Rv. (oud) geen hogere voorziening openstaat. Hoewel de achtergrond van deze wettelijke regel de gedachte … tegen een eiswijziging wordt gegeven. Dat kan de vraag doen rijzen of art. 134 lid 3 Rv. (oud) uitsluitend van toepassing is indien bij rolbeschikking op het verzet wordt beslist
- Civiel recht overig1 april 2005 Eerste Kamer Nr. C04/022HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van:[De vrouw]…
Parket bij de Hoge Raad|1 april 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AS5824
stuk te verbeteren of aan te vullen. Zo dient de aanlegger ingevolge art. 111 lid 3 Rv. in de dagvaarding de door gedaagde tegen de eis aangevoerde verweren en de gronden daarvoor … derde klacht van het middel behelst het betoog dat art. 69 lid 3 Rv. voldoende ruimte biedt om vragen ten aanzien van het gehele connexe stelsel van verbintenissen in dezelfde (dagvaardings)procedure
- Personen- en familierechtVaderschapsactie, bevel tot medewerking aan een DNA-onderzoek, vereisten (art. 1:207 BW); rechtskracht…
Parket bij de Hoge Raad|9 december 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AU3262
Vaderschapsactie, bevel tot medewerking aan een DNA-onderzoek, vereisten (art. 1:207 BW); rechtskracht beschikking betreffende persoonlijke staat, werking ‘erga omnes’; bewijskracht in deze procedure van in een buiten de beweerde verwekker om gehouden voorlopig getuigenverhoor afgelegde verklaringen; belang in…
- Civiel recht overig11 maart 2005 Eerste Kamer Nr. C03/313HR RM/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: COÖPERATIEVE…
Parket bij de Hoge Raad|11 maart 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AS2619
overwogen dat [betrokkene 1] en Eastside op grond van het bepaalde in art. 486 lid 3 Rv. geacht worden de aanmelding van hun vorderingen te hebben ingetrokken (rov. 4.5). 1.14 De Rabobank … heeft het hof overwogen dat zij niet aan de gevolgen van art. 486 lid 3 Rv. kunnen ontkomen door in hoger beroep alsnog verweer te voeren en dat het verweer
- Civiel recht overigVerstekverlening; dagvaarding in cassatie van rechtsopvolger na een juridische fusie, gevolgen van een…
Parket bij de Hoge Raad|23 december 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AU7504
cassatie als zodanig zal vertegenwoordigen. Aldus is gehandeld in strijd met art. 407 lid 3 Rv. in samenhang met art. 111 lid 2 onder h Rv. Hetgeen daarin is bepaald, is voorgeschreven
- Civiel recht overigBopz-zaak; cassatie, ontvankelijkheid van het beroep, overschrijding van beroepstermijn ex art. 426 lid 1 Rv…
Parket bij de Hoge Raad|23 december 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AU7498
juli 2005 door de griffier van de rechtbank is verzonden (art. 290 lid 3 Rv) brengt hierin geen verandering. Van een apparaatsfout, als bedoeld in HR 13 juli
- Civiel recht overig18 maart 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/083HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|18 maart 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AR8211
griffier heeft deze brief aangemerkt als een verzet op grond van art. 243 lid 3 Rv. in verbinding met art. 22 WTBZ. De griffier heeft daarop een verweerschrift ingediend en daarin
- Personen- en familierechtEchtscheiding; verweer op grond van godsdienstige overtuiging dat het huwelijk onontbindbaar is (art. 10…
Parket bij de Hoge Raad|9 december 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AU5285
Hoge Raad daarom in overweging om met gebruikmaking van de door art. 429 lid 3 Rv geboden vrijheid de vrouw in de kosten van het geding in cassatie te veroordelen. De conclusie
- Civiel recht overig8 juli 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R05/066HR JMH/RM Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|8 juli 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AT8128
grond van art. 120 lid 2 jo. 83 RO jo. art. 34 lid 3 Rv aan de griffier van de rechtbank verzocht een afschrift van de oproeping aan de griffier
- Personen- en familierechtWeigering door moeder toestemming te geven tot erkenning door de biologische vader van een minderjarig kind…
Parket bij de Hoge Raad|18 november 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AT6843
onderzoek kan de rechter de gevolgtrekking verbinden die hij geraden acht (art. 198 lid 3 Rv; HR 28 april 1978, NJ 1979, 104; Asser-De Boer
- Personen- en familierecht14 januari 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/013HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De…
Parket bij de Hoge Raad|14 januari 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AR4844
gevolgen kan hebben voor de geestelijke gezondheid van het kind. 18 Zie art. 198 lid 3 Rv, dat via art. 284 lid 1 en art. 353 lid 1 van toepassing
- Civiel recht overig11 februari 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/033HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|11 februari 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AR6809
bepaalt dan ook in het tweede lid, evenals art. 214 lid 3 Rv. oud, dat de rechter tijdens een reeds aanhangig geding op verzoek van een partij een voorlopig getuigenverhoor kan bevelen
- Civiel recht overig11 maart 2005 Eerste Kamer Nr. C04/048HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiseres…
Parket bij de Hoge Raad|11 maart 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AS9444
Staat had gelegen - mede in het licht van het huidige art. 251 lid 3 Rv. - om [eiser] c.s. van het voornemen om verval van instantie te vorderen in kennis te stellen. Daarnaast
- Personen- en familierecht9 september 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/139HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De…
Parket bij de Hoge Raad|9 september 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AT5575
feiten niet opnieuw onderzocht: art. 429 lid 2 i.v.m. art. 419 leden 2 en 3 Rv. 2 Zie onder meer: HR 12 februari 1988, NJ 1988, 945; HR 3 december
- Civiel recht overigVerstekverlening; cassatiedagvaarding aanvankelijk betekend ten kantore van de appel-advocaat van de…
Parket bij de Hoge Raad|23 december 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AU7765
moet - naar de bedoeling van de wetgever(7) - ook de toets van art. 121 lid 3 Rv. worden toegepast. Wanneer aannemelijk is dat de dagvaarding verweersters heeft bereikt dan wordt de nietigheid
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.