34 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigOndernemingsrecht. Enquêterecht. Procesrecht. Ondernemingskamer stelt wanbeleid vast van naamloze…
Parket bij de Hoge Raad|29 maart 2019|ECLI:NL:PHR:2019:364Aangehaald in 5 uitspraken
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Procesrecht. Ondernemingskamer stelt wanbeleid vast van naamloze vennootschap en stelt vast wie daarvoor verantwoordelijk zijn. Klachten dat een niet-verschenen belanghebbende niet deugdelijk is opgeroepen en dat de ondernemingskamer bij verbetering van de beschikking in haar…
- Civiel recht overigProcesrecht. Verstekprocedure waarin een derde tussenkomt of zich aan de zijde van gedaagde voegt…
Parket bij de Hoge Raad|8 maart 2019|ECLI:NL:PHR:2019:249
derde tussenkomt of zich aan de zijde van gedaagde voegt. Toepasselijkheid art. 140 lid 3 Rv. Verplichting derde de niet verschenen gedaagde van de voeging/tussenkomst op de hoogte te stellen. Omstandigheden waaronder … wordt het oordeel van het hof bestreden dat een redelijke uitleg van art. 140 lid 3 Rv meebrengt dat het vonnis van de voorzieningenrechter ten opzichte van de niet verschenen oorspronkelijke gedaagde
- Civiel recht overigPrejudiciële vragen (art. 392 Rv). Kan en moet de deurwaarder een exploot uitbrengen aan een in de…
Parket bij de Hoge Raad|9 april 2019|ECLI:NL:PHR:2019:484Aangehaald in 11 uitspraken
onzekerheid bestaat over de vraag of een exploot aan de eisen van art. 45 lid 3 Rv kan voldoen, ondanks het ontbreken van de vermelding daarin van de woonplaats van degene voor … Rv bepaalt – eigenlijk ten overvloede – dat de in art. 45 lid 3 Rv genoemde gegevens ook in exploten van dagvaarding moeten worden opgenomen. Nietigheid van exploten
- Civiel recht overigCassatieprocesrecht. Art. 407 lid 3 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Cassatieverzoek niet ondertekend door advocaat…
Parket bij de Hoge Raad|22 februari 2019|ECLI:NL:PHR:2019:373
Cassatieprocesrecht. Art. 407 lid 3 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Cassatieverzoek niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad. Zaaknr: 19/00153 mr. W.L. Valk Zitting: 22 februari 2019 Conclusie inzake
- Internationaal privaatrechtAanvullende conclusie op ECLI:NL:PHR:2019:454. IPR. Kinderontvoering. Bevoegdheid Nederlandse rechter om…
Parket bij de Hoge Raad|5 april 2019|ECLI:NL:PHR:2019:792
enige opmerkingen gewijd aan de verhouding tussen de onderdelen a en c van art. 3 Rv. Het navolgende vormt daarvan op sommige punten noodzakelijkerwijs een herhaling. 1.2 Art. 3 Rv regelt … rechtsmacht aan te nemen als geen van de andere aanknopingspunten voor rechtsmacht van art. 3 Rv zich voordoet, maar de zaak naar het oordeel van de rechter toch voldoende met de Nederlandse
- Burgerlijk procesrechtProcesrecht. Deelgeschilprocedure (art. 1019w Rv). Begroting proceskosten deelgeschil op de voet van art…
Parket bij de Hoge Raad|24 mei 2019|ECLI:NL:PHR:2019:604
genoemde uitzondering op deze hoofdregel is de bepaling van art. 1019cc lid 3 Rv. In de procedure ten principale kan hoger beroep worden ingesteld van een beschikking in de deelgeschilprocedure voor zover … welk moment in de procedure ten principale hoger beroep kan worden ingesteld. Art. 1019cc lid 3 Rv geeft daarvoor twee momenten. Onder b is bepaald dat van een hiervoor bedoelde beschikking
- Burgerlijk procesrechtProcesrecht. Incident tot het verbinden van de voorwaarde van zekerheidstelling aan de uitvoerbaarheid bij…
Parket bij de Hoge Raad|14 juni 2019|ECLI:NL:PHR:2019:637
bespreking van de incidentele vordering stel ik het volgende voorop. In art. 233 lid 3 Rv is bepaald dat de rechter aan de uitvoerbaarverklaring bij voorraad de voorwaarde kan verbinden … zekerheidstelling te verbinden aan de uitvoerbaarverklaring bij voorraad op de voet van art. 233 lid 3 Rv , kan mijns inziens niet worden aangenomen dat het hof de mogelijkheid van zekerheidstelling bij zijn
- Personen- en familierechtArt. 81 lid 1 RO. Familierecht. Procesrecht. Kan de vrouw na beëindiging van de gezamenlijke huishouding van…
Parket bij de Hoge Raad|7 juni 2019|ECLI:NL:PHR:2019:602
zich vóór 28 februari 2013 geen situatie voordeed als bedoeld in art. 143 lid 3 Rv., waarbij het vonnis ten uitvoer is gelegd als bedoeld in art. 144 Rv. Het gaat hierbij … voortvloeit dat het vonnis of de aangevangen tenuitvoerlegging aan hem bekend is. (…)” Artikel 143 lid 3 Rv luidt als volgt: ‘‘Buiten de gevallen bedoeld in het vorige lid vangt de termijn waarbinnen
- ArbeidsrechtArbeidsrecht. WWZ. Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens disfunctioneren (art. 7:669 lid 3, onder d, BW)…
Parket bij de Hoge Raad|15 maart 2019|ECLI:NL:PHR:2019:341Aangehaald in 8 uitspraken
Arbeidsrecht. WWZ. Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens disfunctioneren (art. 7:669 lid 3, onder
- Strafrecht overigConclusie AG: Art. 198 Sr, feitelijke leidinggeven aan onttrekken aan door de fiscus gelegd bodembeslag…
Parket bij de Hoge Raad|5 maart 2019|ECLI:NL:PHR:2019:201
bewezenverklaring bedoelde beslag niet overeenkomstig het bepaalde in art. 435 lid 3 Rv aan [A] is betekend, een verzuim is dat tot gevolg heeft dat – ten opzichte van de BV – geen sprake … bodemrecht, kan de derde ook op grond van onder meer art. 435 lid 3 Rv tegen de inbeslagneming opkomen. 4.8. Om verzet te kunnen aantekenen moet de derde wel op de hoogte
- Strafrecht overigConclusie A-G over de vraag of in de vordering ex art. 103 Sv, tot het leggen van conservatoir beslag, de…
Parket bij de Hoge Raad|11 juni 2019|ECLI:NL:PHR:2019:519
Conclusie A-G over de vraag of in de vordering ex art. 103 Sv, tot het leggen van conservatoir beslag, de concrete verhaalsobjecten moeten worden benoemd.
- Civiel recht overigExecutiegeschil - Grenzen beoordeling executierechter - HR 22 april 1983, NJ 1984/145 (Ritzen/Hoekstra)…
Parket bij de Hoge Raad|8 november 2019|ECLI:NL:PHR:2019:1264
Executiegeschil - Grenzen beoordeling executierechter - HR 22 april 1983, NJ 1984/145 (Ritzen/Hoekstra) - Ongemotiveerd passeren verweer tegen uitvoerbaarverklaring bij voorraad- Verbetering vonnis wegens kennelijke rekenfout (art. 31 lid 2 Rv).
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Beroepsaansprakelijkheidsverzekering advocaat. Verzekeraar sluit vaststellingsovereenkomst…
Parket bij de Hoge Raad|15 november 2019|ECLI:NL:PHR:2019:1174Aangehaald in 9 uitspraken
Art. 81 lid 1 RO. Beroepsaansprakelijkheidsverzekering advocaat. Verzekeraar sluit vaststellingsovereenkomst met cliënt van advocaat zonder inzage te geven in brief van advocaat aan advocaat van verzekeraar. Onrechtmatig? Beroep verzekeraar op afgeleid verschoningsrecht. Belang bij enkele verklaring voor recht dat…
- Personen- en familierechtPrejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht. Kinderalimentatie. Is een niet-wijzigingsbeding…
Parket bij de Hoge Raad|1 augustus 2019|ECLI:NL:PHR:2019:797Aangehaald in 5 uitspraken
bepaling betreffende de contractuele regeling van de kosten van verzorging en opvoeding. Art. 815 lid 3 Rv bepaalt dat in een ouderschapsplan onder meer afspraken worden opgenomen over de kosten van verzorging
- Civiel recht overigPrejudiciële vraag (art. 392 Rv). Aardbevingsschade in Groningen. Gronden voor aansprakelijkheid. Verband…
Parket bij de Hoge Raad|10 mei 2019|ECLI:NL:PHR:2019:496Aangehaald in 9 uitspraken
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Aardbevingsschade in Groningen. Gronden voor aansprakelijkheid. Verband
- Internationaal privaatrechtIPR. Kinderontvoering. Bevoegdheid Nederlandse rechter om kennis te nemen van verzoek tot gedwongen afgifte…
Parket bij de Hoge Raad|5 april 2019|ECLI:NL:PHR:2019:454
ontvoering van minderjarigen vanuit Nederland naar Pakistan, dat zij bevoegd was op grond van art. 3 Rv omdat de zaak voldoende aanknopingspunten met Nederland had, onder meer omdat de verzoeker (de vader … niet dat het verzoek tot teruggeleiding ook kan worden toegewezen. In de wetsgeschiedenis van art. 3 Rv valt het volgende te lezen: ‘Na de rechtsmachttoets komt nog de toetsing aan het beginsel
- Burgerlijk procesrechtArt. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Auteursrecht. Dwangsom. Proceskosten; art. 1019h Rv.
Parket bij de Hoge Raad|30 augustus 2019|ECLI:NL:PHR:2019:942
over een toereikende procesvolmacht beschikt. Voor de kantonprocedure is dit neergelegd in art. 80 lid 3 Rv. De regel geldt echter ook voor andere instanties. Van deze regel moet worden afgeweken, indien
- Civiel recht overigOndernemingsrecht. Enquêterecht. Procesrecht. Ondernemingskamer stelt wanbeleid vast van naamloze…
Parket bij de Hoge Raad|29 maart 2019|ECLI:NL:PHR:2019:365
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Procesrecht. Ondernemingskamer stelt wanbeleid vast van naamloze vennootschap en stelt vast wie daarvoor verantwoordelijk zijn. Klachten dat een niet-verschenen belanghebbende niet deugdelijk is opgeroepen en dat de ondernemingskamer bij verbetering van de beschikking in haar…
- InsolventierechtProcesrecht. Faillissement. Hoor en wederhoor. Tweeconclusieregel. Heeft de eiser, wanneer de curator niet…
Parket bij de Hoge Raad|21 juni 2019|ECLI:NL:PHR:2019:794
Procesrecht. Faillissement. Hoor en wederhoor. Tweeconclusieregel. Heeft de eiser, wanneer de curator niet verschijnt om de procedure over te nemen ten aanzien van de vorderingen die vallen onder art. 28 Fw, recht op ontslag van instantie? Is sprake van een ontoelaatbare verrassingsbeslissing indien het hof beslist op…
- Civiel recht overigProcesrecht. Wet Bopz. Toetsing na cassatie en verwijzing van verzoek om machtiging: ex tunc of ex nunc? Kan…
Parket bij de Hoge Raad|10 mei 2019|ECLI:NL:PHR:2019:600Aangehaald in 11 uitspraken
zaak verwijzen naar de meervoudige kamer. Dat volgt uit art. 15, lid 2 en lid 3 Rv). De meervoudige kamer, op haar beurt, kan de behandeling van de zaak geheel of gedeeltelijk
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.