26 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigBeklag. 1. Kennisneming stukken ogv art. 33 Sv. 2. Inhoud beschikking beslissend. 3. Vatbaarheid voor beslag…
Parket bij de Hoge Raad|20 maart 2001|ECLI:NL:PHR:2001:ZD2496
beschikking is genomen. Derhalve is art. 447 Sv (oud) toepasselijk. 4. Ingevolge art. 447 lid 3 Sv (oud) dient, indien het cassatieberoep door de verdachte is ingesteld en deze gebruik wenst … kennelijke vergissing ter griffie van de Hoge Raad is een aanzegging ingevolge art. 447 lid 3 Sv, zoals die bepaling sedert 1 juni 1999 luidt, aan verzoekster verstuurd. Deze vergissing
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|27 februari 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB0261
heeft vastgelegd dat alle redengevende feiten of omstandigheden als bedoeld in art. 359 lid 3 Sv in de aanvulling als bedoeld in art. 365a Sv voorkomen, zodat het niet aangaat … bewijsmiddelen, maar ook de daarvoor redengevende feiten en omstandigheden als bedoeld in art. 359 lid 3 Sv slechts in de aanvulling op de uitspraak zullen mogen worden opgenomen. 9. In die gedachte
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|3 juli 2001|ECLI:NL:PHR:2001:ZD2932
dient te worden gegeven indien vragen van financiële aard worden gesteld. (ii) Art. 27 lid 3 Sv, waar de steller van het middel zich mede op beroept, ziet op degene tegen … uitreiking pas bijna drie maanden na het desbetreffende verhoor aan verzoeker betekend. Art. 27 lid 3 Sv was in het onderhavige geval dus niet van toepassing, waardoor de politie dus ten tijde
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|30 oktober 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB2943
tweede lid van art. 287 Sv opgenomen voorschrift; thans in art. 288 lid 3 Sv is bepaald dat van hernieuwde oproeping kan worden afgezien indien het openbaar ministerie en de verdachte daarmee … diens vordering (in zoverre) alleen bij de burgerlijke rechter aangebracht kan worden, art. 361 lid 3 Sv. 16. Dat is in dit geval het oordeel van het Hof ten aanzien van deze
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|8 mei 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB1566
heeft de Hoge Raad beslist dat een redelijke uitleg van art. 359a lid 3 Sv meebrengt dat de rechter die vaststelt dat zich een onherstelbaar vormverzuim heeft voorgedaan, maar tot het oordeel … voor ogen stond om met die codificatie een met het bepaalde in art. 358 lid 3 Sv vergelijkbaar stelsel van nieuwe verweren waarop zou moeten worden gereageerd, in het leven te roepen
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|6 februari 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AA9813
oordeel) aan nietigheid leiden, zodat het Hof niet op de voet van art. 423 lid 3 Sv die overweging had mogen overnemen, of dat wordt gesteld dat het eigen oordeel … beschouwd. Het stond het Hof vrij die overweging op de voet van art. 423 lid 3 Sv over te nemen. Aangezien het in eerste aanleg gevoerde verweer in hoger beroep slechts
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|25 september 2001|ECLI:NL:PHR:2001:ZD1853
houdt in dat die dagvaarding conform art. 588, eerste lid aanhef en onder b sub 3( Sv op 16 juli 1998 is uitgereikt aan de griffier omdat van verdachte geen woon
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|29 mei 2001|ECLI:NL:PHR:2001:ZD2170
komt mij voor dat zulks in ieder geval op grond van art. 552f lid 3 Sv (ook) had dienen te geschieden. 4. De eis van behandeling binnen een redelijke termijn geldt
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|15 mei 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB1597
cassatie ingesteld. Door hem is tijdig een schriftuur ingediend. 3. Ingevolge artikel 575 lid 3 Sv is de veroordeelde in zijn cassatieberoep slechts ontvankelijk na voorafgaande consignatie van het nog verschuldigde bedrag
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|22 mei 2001|ECLI:NL:PHR:2001:ZD2667
worden uitgereikt, dan wel betekend op de voet van art. 588 lid 2 of lid 3 Sv. Van een betekening aan verzoeker conform art. 588 lid 3 sub c Sv blijkt evenwel
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|27 februari 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB0264
niet direct van toepassing op Curaçao: de regeling in art. 588 lid 1 jo. lid 3 Sv ziet op betekeningen in Nederland en niet in de overige landen van het Koninkrijk
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|11 december 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AD6826
zich de uitzondering van art.7 van de Beschikking niet voordeed. Het belang dat art.358 lid 3 Sv dient, te weten dat aan verdachte expliciet wordt uitgelegd waarom een uitdrukkelijk voorgedragen verweer niet
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|30 oktober 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB2946
uitdrukkelijk voorgedragen verweer dat de redelijke termijn zou zijn overschreden, waarop ingevolge art. 358 lid 3 Sv bepaaldelijk een beslissing moest worden genomen (vgl. HR 9 januari 2001, nr. 01751/00
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|30 januari 2001|ECLI:NL:PHR:2001:ZD2099
uitspraak rechtsgeldig is betekend door de in art. 588, eerste lid onder b sub 3°, Sv voorziene uitreiking aan de griffier om reden dat de verdachte niet als ingezetene is ingeschreven
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|25 september 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB3128
redelijkerwijs hadden kunnen opbrengen (ter vaststelling van die waarde strekt het in art. 117 lid 3 Sv opgenomen voorschrift). 25. Wat het Hof heeft willen bereiken - en mij geenszins onbegrijpelijk voorkomt
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|18 december 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AD5211
maakt niet dat hiermede tevens een verweer is gevoerd als bedoeld in art. 358 lid 3 Sv. Nu niet blijkt dat een beroep op verjaring naar - kort gezegd - buitenlands recht is gedaan
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|19 juni 2001|ECLI:NL:PHR:2001:ZD2815
middel faalt primair omdat de appèldagvaarding is uitgereikt overeenkomstig art. 588, derde lid onder 3, Sv en subsidiair omdat deze is uitgereikt overeenkomstig het bepaalde in art. 558, eerste lid onder
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|11 december 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AD5385
blijkt dat het is gevoerd, levert geen verweer in de zin van art. 358 lid 3 Sv op. 9. Ook dit middel faalt derhalve bij gebrek aan feitelijke grondslag. 10. Het derde
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|10 april 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB0963
aanvulling dus niet geschied binnen de termijn van vier maanden, zoals door art. 365a lid 3 Sv wordt voorgeschreven. Nu overschrijding van deze termijn niet tot nietigheid leidt(1), hetgeen de steller
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|11 september 2001|ECLI:NL:PHR:2001:ZD2712
omdat evengenoemde volkenrechtelijke bepaling uitoefening van deze bevoegdheid in de zin van art. 539a lid 3 Sv. slechts toelaat na verkregen toestemming of machtiging van de vlaggestaat. 16. Het Hof heeft
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.