11 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtBelanghebbende heeft omzetbelasting vermeld op een factuur ter zake van de verhuur van een golfbaan over de…
Parket bij de Hoge Raad|18 juli 2019|ECLI:NL:PHR:2019:781
opleggen van een naheffingsaanslag volgens artikel 20 AWR, voor het berekenen van heffingsrente volgens artikel 30f AWR of voor het begaan van het betalingsmisdrijf van artikel 69a AWR. De twee laatste klachten
- BelastingrechtArt. 30f AWR, heffingsrente. Indien de inspecteur eerst na drie maanden een (voorlopige) aanslag oplegt…
Parket bij de Hoge Raad|24 december 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BM7365
30f AWR, heffingsrente. Indien de inspecteur eerst na drie maanden een (voorlopige) aanslag oplegt, belet het zorgvuldigheidsbeginsel de inspecteur niet heffingsrente in rekening te brengen over de periode van drie maanden
- BelastingrechtDividendbelasting. Heffingsrente. Europees recht. Art. 25a, lid 2, Wet Vpb 1969, art. 15 en 30f AWR…
Parket bij de Hoge Raad|28 september 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BV1420
Dividendbelasting. Heffingsrente. Europees recht. Art. 25a, lid 2, Wet Vpb 1969, art. 15 en 30f AWR. Teruggaaf van dividendbelasting en vergoeding van heffingsrente m.b.t. door een Nederlandse deelneming aan haar Spaanse moedermaatschappij
- BelastingrechtArt. 8.8 en 8.9 Wet IB 2001, art. 30f AWR; verzoek voorlopige teruggaaf algemene heffingskorting…
Parket bij de Hoge Raad|24 september 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BM1206
30f AWR; verzoek voorlopige teruggaaf algemene heffingskorting; vertrouwensbeginsel. Geen vertrouwen gewekt door inrichting formulier. Geen heffingsrente wegens strijd met zorgvuldigheidsbeginsel. Nr. 08/03539 Derde Kamer B Inkomstenbelasting 2002 PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE
- BelastingrechtInleiding A-G IJzerman heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 12/05857 naar aanleiding van het beroep…
Parket bij de Hoge Raad|9 juli 2014|ECLI:NL:PHR:2014:1282
merkt de A-G op dat de wettelijk berekende heffingsrente, in casu op grond artikel 30f AWR, van rechtswege opwaarts en neerwaarts meeloopt met de verschuldigde belasting. Aldus lijkt
- BelastingrechtInleiding A-G IJzerman heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 12/05864 naar aanleiding van het beroep…
Parket bij de Hoge Raad|9 juli 2014|ECLI:NL:PHR:2014:1331
merkt de A-G op dat de wettelijk berekende heffingsrente, in casu op grond artikel 30f AWR, van rechtswege opwaarts en neerwaarts meeloopt met de verschuldigde belasting. Aldus lijkt
- Belastingrechtartikel 30f, lid 3, AWR (tekst 2006), artikel 1 Eerste Protocol bij het EVRM, artikel 6:5, lid 1, onderdeel…
Parket bij de Hoge Raad|21 mei 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BL4320
artikel 30f, lid 3, AWR (tekst 2006), artikel 1 Eerste Protocol bij
- BelastingrechtGevolgen van HR BNB 2012/69. Wettelijke rente ex art. 4:97 Awb over tardieve heffingsrente? Welke rechter?…
Parket bij de Hoge Raad|20 maart 2014|ECLI:NL:PHR:2014:228
Gevolgen van HR BNB 2012/69. Wettelijke rente ex art. 4:97 Awb over tardieve heffingsrente? Welke rechter? Bestuursrechtelijke geldschuld? Verzuim? Geldt in het belastingrecht een ‘andere regeling’ die afdeling 4.2.2 Awb uitschakelt? Feiten: Op 31 januari 2007 is aan de belanghebbende een voorlopige aanslag…
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|12 juli 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD7671
verleend, onder de in het tweede lid onder a (van destijds art. 30a, thans art. 30f AWR; PJW) voorkomende woorden 'die (belasting) welke is aangegeven' wordt verstaan die belasting welke … renteverlies door geldgemis) dan de naheffingsregeling (correcte formalisering van de materiële belastingschuld), (ii) in art. 30f AWR - anders dan in art. 20, lid 1, AWR - de term "ingevolge de belastingwet gedaan verzoek
- BelastingrechtBezwaar tegen de aanslag moet tevens worden opgevat als een bezwaar tegen de beschikking heffingsrente.
Parket bij de Hoge Raad|27 november 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BJ7907
Bezwaar tegen de aanslag moet tevens worden opgevat als een bezwaar tegen de beschikking heffingsrente.
- BelastingrechtArtikel 6:2, aanhef en letter b, Awb; artikel 11, lid 3, AWR. Van het niet tijdig vaststellen van de aanslag…
Parket bij de Hoge Raad|24 juni 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BP8929
Artikel 6:2, aanhef en letter b, Awb; artikel 11, lid 3, AWR. Van het niet tijdig vaststellen van de aanslag als bedoeld in artikel 6:2, aanhef en letter b, Awb is geen sprake als de aanslag binnen de wettelijke driejaarstermijn in de zin van artikel 11, lid 3, AWR is opgelegd.
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.