Zoekresultaten

Voor “"326 Sr"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

29 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • Strafrecht overig
    Militaire zaak. Het begrip “goed” in art. 326 Sr. Het bewegen van de leidinggevende tot het verlenen van…

    Parket bij de Hoge Raad6 oktober 2015ECLI:NL:PHR:2015:2466

    Militaire zaak. Het begrip “goed” in art. 326 Sr. Het bewegen van de leidinggevende tot het verlenen van toestemming voor het opnemen van verlof. De HR geeft algemene overwegingen over het begrip … dienstbetrekking ontleend recht op 'verlof' zonder meer kan worden aangemerkt als "goed" i.d.z.v. art. 326 Sr, geeft blijk van een onjuiste rechtsopvatting. De omstandigheid dat dergelijk verlof, naar het Hof heeft vastgesteld

  • Strafrecht overig
    Oplichting, art. 326.1 Sr. Valse hoedanigheid? Het middel faalt voor zover het klaagt dat het Hof heeft…

    Parket bij de Hoge Raad24 maart 2015ECLI:NL:PHR:2015:669

    vooruitbetaalde goederen te leveren, niet oplevert het aannemen van een valse hoedanigheid i.d.z.v. art. 326 Sr. Het Hof heeft immers o.m. vastgesteld dat verdachte zich, bij het op internet aanbieden van elektronische … verdachte zijn aan te merken als het aannemen van een valse hoedanigheid i.d.z.v. art. 326 Sr niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Dat oordeel is ook niet onbegrijpelijk. Nr. 14/01652 Zitting

  • Strafrecht overig
    Oplichting door het aannemen van een valse hoedanigheid? Als startende ondernemer van bloemenzaak personen…

    Parket bij de Hoge Raad30 juni 2015ECLI:NL:PHR:2015:1764

    oordeel van het hof dat het handelen van de verdachte oplichting als bedoeld in art. 326 Sr oplevert. 4. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat: “1. hij in de periode

  • Strafrecht overig
    Slagende bewijsklacht oplichting.

    Parket bij de Hoge Raad31 maart 2015ECLI:NL:PHR:2015:787

    goederen te leveren, niet het aannemen van een valse hoedanigheid in de zin van art. 326 Sr oplevert, is juist. 9. Desalniettemin is er volgens het hof in de onderhavige zaak sprake … oplichting als bedoeld in art. 326 Sr, omdat de verdachte zich niet alleen heeft voorgedaan als een bonafide verkoper, maar zich ook heeft bediend van de oplichtingsmiddelen “het aannemen van een valse

  • Strafrecht overig
    Oplichting. Valse hoedanigheid? Het oordeel van het Hof dat de gedragingen van de verdachte meer omvatten dan…

    Parket bij de Hoge Raad19 mei 2015ECLI:NL:PHR:2015:1020

    voornaam dan de zijne, hetgeen niet als een ‘valse naam’ in de zin van art. 326 Sr kan worden aangemerkt, aldus de steller van de middelen. Voorts is ’s Hofs oordeel hieromtrent … aannemen van een valse hoedanigheid en dus nog geen oplichting in de zin van art. 326 Sr oplevert. Voor het aannemen van een valse hoedanigheid in het kader van een strafbare oplichting

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad8 september 2015ECLI:NL:PHR:2015:2100

    meerdere adressen opgeven is onvoldoende om de bedrieglijke handelingen te kunnen aannemen die artikel 326 Sr verlangt. Anders zou iedereen die in de taxi stapt en daarna tot ontdekking komt geen geld … minder snel sprake van het aannemen van een valse hoedanigheid in de zin van artikel 326 Sr. Is het daarentegen in het maatschappelijk verkeer gebruikelijk dat men op basis van goed vertrouwen

  • Strafrecht overig
    Marktplaatsoplichting. Slagende bewijsmotiveringklacht. Het aannemen van een valse hoedanigheid kan niet z.m…

    Parket bij de Hoge Raad3 maart 2015ECLI:NL:PHR:2015:478

    feiten 5 en 6 sprake is van oplichting in de zin van art. 326 Sr. Daartoe wordt aangevoerd dat (i) het enkele zich voordoen als bonafide verkoper niet het aannemen

  • Strafrecht overig
    Vordering wijziging tll. Art. 313 Sv. Art. 257f.3 Sv. Art. 68 Sr. ’s Hofs oordeel geeft – gelet op de…

    Parket bij de Hoge Raad15 september 2015ECLI:NL:PHR:2015:2236

    Vordering wijziging tll. Art. 313 Sv. Art. 257f.3 Sv. Art. 68 Sr

  • Strafrecht overig
    Vordering wijziging tll. Art. 313 Sv. Art. 257f.3 Sv. Art. 68 Sr. ’s Hofs oordeel geeft – gelet op de…

    Parket bij de Hoge Raad15 september 2015ECLI:NL:PHR:2015:2235

    Vordering wijziging tll. Art. 313 Sv. Art. 257f.3 Sv. Art. 68 Sr

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad15 september 2015ECLI:NL:PHR:2015:2242

    girorekening [001] plaatsvond, ten onrechte heeft aangemerkt als een listige kunstgreep als bedoeld in art. 326 Sr, aangezien een zodanige valse factuur een op schrift gestelde leugen is en één enkele leugen … storting per e-mail op zich niet listig behoeft te zijn. 8. Art. 326 Sr luidt: “Hij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, hetzij door

  • Strafrecht overig
    Slagende bewijsklacht medeplichtigheid aan het in vereniging plegen van diefstal met geweld. Dat verdachte…

    Parket bij de Hoge Raad17 februari 2015ECLI:NL:PHR:2015:433

    voor ogen draaien. Deze overwegingen duiden op oplichting, hoewel het hof niet direct naar artikel 326 Sr verwijst. Maar zelfs als verdachte de aanmerkelijke kans zou hebben beseft dat hij een pand … delictsgedragingen zijn dus te verschillend, zij het dat zowel artikel 312 Sr als artikel 326 Sr (mede) het vermogen van de ander in bescherming pogen te nemen. Naar mijn oordeel heeft

  • Strafrecht overig
    OM-cassatie. Beklag, beslag ex art. 94, 94a en 552a Sv. De beslissing tot gegrondverklaring van het beklag is…

    Parket bij de Hoge Raad8 december 2015ECLI:NL:PHR:2015:2713

    wederrechtelijk verkregen voordeel (tweede lid). Klager wordt naar zijn zeggen verdacht van overtreding van artikel 326 Sr en artikel 140 Sr. Voor beide delicten kan een geldboete van de vijfde categorie worden … vordering volgt dat klager wordt verdacht van overtreding van de artt. 140 en 326 Sr. 3.5. Het oordeel van de Rechtbank dat het dossier onvoldoende is om de aard en de omvang

  • Strafrecht overig
    Oplichting, samenweefsel van verdichtsels. Slagende bewijsklacht.

    Parket bij de Hoge Raad7 april 2015ECLI:NL:PHR:2015:670

    hotel doorgespeeld naar mijn bedrijf. Ik heb het hotel de e-mail overhandigd.” 6. Art. 326 Sr luidt: "Hij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, hetzij … schuld of tot het teniet doen van een inschuld als bedoeld in art. 326 Sr, komt het aan op alle omstandigheden van het geval. Tot die omstandigheden behoren de vertrouwenwekkende aard

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad3 november 2015ECLI:NL:PHR:2015:2472

    aannemen van een valse hoedanigheid en dus nog geen oplichting in de zin van art. 326 Sr oplevert. Voor het aannemen van een valse hoedanigheid in het kader van een strafbare oplichting … bedoeld in art. 326a Sr ten laste gelegd, en subsidiair oplichting als bedoeld in art. 326 Sr. Blijkens het bestreden arrest heeft het hof in een aantal gevallen die primair tenlastegelegde flessentrekkerij

  • Strafrecht overig
    Op de gronden die zijn vermeld in ECLI:NL:HR:2015:2842 treffen de middelen geen doel.

    Parket bij de Hoge Raad23 juni 2015ECLI:NL:PHR:2015:1600

    anders volgt. 3.5.3. De wet van 22 december 2005, Stb. 2006, nr. 11, waarbij art. 326 Sr in die zin is gewijzigd dat de op oplichting gestelde gevangenisstraf van drie jaren … ingang van de inwerkingtreding van die wet ten aanzien van het misdrijf van art. 326 Sr een executie-verjaringstermijn van zestien jaar is gaan gelden, ook voor voordien onherroepelijk geworden vonnissen waarvan

  • Strafrecht overig
    Op de gronden die zijn vermeld in ECLI:NL:HR:2015:2842 treffen de middelen geen doel.

    Parket bij de Hoge Raad23 juni 2015ECLI:NL:PHR:2015:1598

    anders volgt. 3.5.3. De wet van 22 december 2005, Stb. 2006, nr. 11, waarbij art. 326 Sr in die zin is gewijzigd dat de op oplichting gestelde gevangenisstraf van drie jaren … ingang van de inwerkingtreding van die wet ten aanzien van het misdrijf van art. 326 Sr een executie-verjaringstermijn van zestien jaar is gaan gelden, ook voor voordien onherroepelijk geworden vonnissen waarvan

  • Strafrecht overig
    OM-cassatie.1. Verjaring. 2. Motivering vrijspraak. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit…

    Parket bij de Hoge Raad23 juni 2015ECLI:NL:PHR:2015:1594

    anders volgt. 3.5.3. De wet van 22 december 2005, Stb. 2006, nr. 11, waarbij art. 326 Sr in die zin is gewijzigd dat de op oplichting gestelde gevangenisstraf van drie jaren … ingang van de inwerkingtreding van die wet ten aanzien van het misdrijf van art. 326 Sr een executie-verjaringstermijn van zestien jaar is gaan gelden, ook voor voordien onherroepelijk geworden vonnissen waarvan

  • Strafrecht overig
    Op de gronden die zijn vermeld in ECLI:NL:HR:2015:2842 treffen de middelen geen doel.

    Parket bij de Hoge Raad23 juni 2015ECLI:NL:PHR:2015:1596

    anders volgt. 3.5.3. De wet van 22 december 2005, Stb. 2006, nr. 11, waarbij art. 326 Sr in die zin is gewijzigd dat de op oplichting gestelde gevangenisstraf van drie jaren … ingang van de inwerkingtreding van die wet ten aanzien van het misdrijf van art. 326 Sr een executie-verjaringstermijn van zestien jaar is gaan gelden, ook voor voordien onherroepelijk geworden vonnissen waarvan

  • Strafrecht overig
    Op de gronden die zijn vermeld in ECLI:NL:HR:2015:2842 treffen de middelen geen doel.

    Parket bij de Hoge Raad23 juni 2015ECLI:NL:PHR:2015:1599

    anders volgt. 3.5.3. De wet van 22 december 2005, Stb. 2006, nr. 11, waarbij art. 326 Sr in die zin is gewijzigd dat de op oplichting gestelde gevangenisstraf van drie jaren … ingang van de inwerkingtreding van die wet ten aanzien van het misdrijf van art. 326 Sr een executie-verjaringstermijn van zestien jaar is gaan gelden, ook voor voordien onherroepelijk geworden vonnissen waarvan

  • Strafrecht overig
    Op de gronden die zijn vermeld in ECLI:NL:HR:2015:2842 treffen de middelen geen doel.

    Parket bij de Hoge Raad23 juni 2015ECLI:NL:PHR:2015:1617

    anders volgt. 3.5.3. De wet van 22 december 2005, Stb. 2006, nr. 11, waarbij art. 326 Sr in die zin is gewijzigd dat de op oplichting gestelde gevangenisstraf van drie jaren … ingang van de inwerkingtreding van die wet ten aanzien van het misdrijf van art. 326 Sr een executie-verjaringstermijn van zestien jaar is gaan gelden, ook voor voordien onherroepelijk geworden vonnissen waarvan

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.