21 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigArt. 81 RO. Verzet tegen dwangbevel. Executiegeschil. Ontvankelijkheid hoger beroep; art. 339 Rv.
Parket bij de Hoge Raad|24 februari 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BU7357
Verzet tegen dwangbevel. Executiegeschil. Ontvankelijkheid hoger beroep; art. 339 Rv. 10/02398 Mr. F.F. Langemeijer 2 december 2011 Conclusie inzake: [Eisers] tegen de ambtenaar van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier belast met de invordering … zijn echtgenote niet tijdig heeft bereikt, zodat zij daarop niet hebben kunnen reageren. 5. Art. 339 Rv bepaalt dat de termijn van hoger beroep drie maanden is, te rekenen
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Overschrijding appeltermijn (art. 339 Rv) door onjuist in vonnis vermelde…
Parket bij de Hoge Raad|3 februari 2017|ECLI:NL:PHR:2017:68
Procesrecht. Overschrijding appeltermijn (art. 339 Rv) door onjuist in vonnis vermelde uitspraakdatum? Zaaknr: 16/01658 mr. E.M. Wesseling-van Gent Zitting: 03 februari 2017 Conclusie inzake: [eiseres] Tegen mr. R.C.M. Michielsen … vonnis. 3.4.4. Niet gezegd kan worden dat in het onderhavige geval toepassing van artikel 339 Rv tot gevolg zou hebben dat het recht op toegang tot de rechter wordt aangetast. Appellante
- Civiel recht overig(Appel)procesrecht. Toepassing art. 140 en 339 Rv. Verschoonbare termijnoverschrijding? Geval waarin…
Parket bij de Hoge Raad|13 juni 2014|ECLI:NL:PHR:2014:618
Appel)procesrecht. Toepassing art. 140 en 339 Rv. Verschoonbare termijnoverschrijding? Geval waarin inleidende dagvaarding niet in persoon is betekend en vonnis aan bij verstek veroordeelde niet bekend is geworden voorafgaand aan verstrijken
- Burgerlijk procesrechtAppelprocesrecht, aanvang beroepstermijn (art. 339 Rv), verschoonbare termijnoverschrijding na beweerdelijke…
Parket bij de Hoge Raad|6 december 2024|ECLI:NL:PHR:2024:1280
Appelprocesrecht, aanvang beroepstermijn (art. 339 Rv), verschoonbare termijnoverschrijding na beweerdelijke apparaatsfout, invloed onttrekking advocaat op aanvang beroepstermijn? PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 24/00698 Zitting 6 december 2024 CONCLUSIE
- Civiel recht overigProcesrecht/Verbintenissenrecht. Op voet van art. 339 Rv. incidenteel beroep mogelijk tegen niet door…
Parket bij de Hoge Raad|23 april 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BL6156
Procesrecht/Verbintenissenrecht. Op voet van art. 339 Rv. incidenteel beroep mogelijk tegen niet door principaal beroep bestreken deel van vonnis. Pensioenovereenkomst, tekortkoming in nakoming verplichting om bij einde contract en waardeoverdracht zorg
- Civiel recht overigProcesrecht. Aanvang, lengte en einde van rechtsmiddeltermijnen (art. 339 lid 1, 358 lid 2, 402 lid 1 en 426…
Parket bij de Hoge Raad|12 mei 2017|ECLI:NL:PHR:2017:419
Raad in een arrest uit 1919 met betrekking tot de appeltermijn in dagvaardingszaken “dat art. 339 Rv. bepalende, dat de termijn van beroep zal zijn drie maanden, te rekenen … Rv.’, NJB 1962, p. 274-275. Zie Van Rossem-Cleveringa, art. 339 Rv, aant. 6 met verwijzing in noot 2 naar literatuur en rechtspraak. Cleveringa merkt in noot 2 tevens
- Civiel recht overig12 maart 2004 Eerste Kamer Nr. C03/115HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres]…
Parket bij de Hoge Raad|12 maart 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO1315
commentaar onder art. 402 Rv. overgenomen. Zie voor het op dit punt overeenkomstige art. 339 Rv. onder meer aant. 1 bij art. 339 Rv. in de losbladige Rechtsvordering (Mollema), alsmede Snijders-Wendels
- Civiel recht overigProcesrecht. Veroordeling bij verstek bij vonnis op tegenspraak, art. 140 lid 3 Rv. Termijn waarbinnen de…
Parket bij de Hoge Raad|6 maart 2015|ECLI:NL:PHR:2015:187
hoger beroep. Termijnen voor het instellen van een rechtsmiddel, zoals hier die van art. 339 Rv, zijn van openbare orde. In het belang van een goede rechtspleging moet duidelijkheid bestaan omtrent … ECLI:NL:HR:2014:413, NJ 2014/131). 3.4.3 De toepassing van de art. 140 en 339 Rv in een concreet geval mag niet tot gevolg hebben dat het recht op toegang
- Civiel recht overigOntvankelijkheid incidenteel hoger beroep in procedure in conventie en reconventie. Ontvankelijkheid hoger…
Parket bij de Hoge Raad|19 januari 1979|ECLI:NL:PHR:1979:AC6464
gedaagde in hoger beroep in conventie conform het tweede lid van art. 339 Rv. incidenteel hoger beroep tegen het vonnis in conventie instellen bij conclusie van antwoord, gelijk zij heeft gedaan. Hieraan
- Civiel recht overigProceskostenveroordeling ook zonder uitdrukkelijke desbetreffende vordering. De originele conclusie is niet…
Parket bij de Hoge Raad|28 november 1986|ECLI:NL:PHR:1986:AC9604
dwingend aan de rechter wordt opgelegd. 24.1. Laat mij een ander voorbeeld geven. Art. 339 Rv (beroepstermijn van drie maanden) moet door de rechter ambtshalve worden toegepast. Partijen kunnen nog zo zijn
- Personen- en familierechtFamilierecht. Geschil over naleving omgangsregeling minderjarig kind (81 RO).
Parket bij de Hoge Raad|11 december 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BK0668
neer, omgekeerd. 7 De cassatietermijn bedraagt ingevolge art. 402 lid 2 Rv. jo art. 339 Rv. acht weken. Het arrest is van 19 augustus 2008. De cassatiedagvaarding is op 8 oktober
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Kort geding. Weigering door zorgverzekeraar om zorgovereenkomst aan te gaan met…
Parket bij de Hoge Raad|21 december 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BY2641
vonnis in eerste aanleg. 2 Overeenkomstig art. 402 lid 2 jo. art. 339 Rv bedraagt de cassatietermijn acht weken. De cassatiedagvaarding is op 11 oktober 2011 uitgebracht. 3 Deze termijn geldt vanaf
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Wet tarieven in burgerlijke zaken, art. 40. Verzetprocedure; hoger beroep; ontvankelijkheid.
Parket bij de Hoge Raad|17 mei 2013|ECLI:NL:PHR:2013:CA0728
vervolg in HR 11 april 1997, NJ 1997/455. 14 Bij overeenkomstige toepassing van art. 339 Rv (dagvaardingsprocedure) of art. 358 lid 2 Rv (verzoekschriftprocedure). 15 Het bevelschrift d.d. 19 augustus
- Civiel recht overigAppelprocesrecht. Tweede hoger beroep ontvankelijk? HR 9 juli 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZC2953, NJ 1999/699 en HR…
Parket bij de Hoge Raad|20 november 2015|ECLI:NL:PHR:2015:2291
tweede hoger beroep dus niet in de weg, mits dit binnen de termijn van art. 339 Rv is ingesteld . Zo is ook in oude jurisprudentie beslist dat indien van een tussenvonnis vergeefs
- GoederenrechtProces- en goederenrecht. Toewijzing van verklaring voor recht dat hypotheekrechten als gevolg van art. 3:45…
Parket bij de Hoge Raad|6 oktober 2023|ECLI:NL:PHR:2023:874
hoger beroep niet-ontvankelijk krachtens art. 3:29 lid 3 BW en/of art. 339 Rv (overschrijding appeltermijn), en heeft het vonnis kracht van gewijsde. Het bestreden arrest lijkt in rov. 3.8 ervan
- Burgerlijk procesrechtProcesrecht. Verzettermijn van art. 143 lid 3 in verbinding met art. 144 aanhef en onder b. Rv; toepassing…
Parket bij de Hoge Raad|26 januari 2024|ECLI:NL:PHR:2024:99
Procesrecht. Verzettermijn van art. 143 lid 3 in verbinding met art. 144 aanhef en onder b. Rv; toepassing verzettermijn en art. 6 EVRM; nadere termijn; lengte nadere termijn
- Civiel recht overig23 april 2004 Eerste Kamer Nr. C03/053HR RM/IS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser]…
Parket bij de Hoge Raad|23 april 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO2784
reglement is te vinden in S&J 17a, 2002, p. 243 e.v. 5 Art. 339 Rv. 6 Wet van 28 juni 1984, Stb. 273 (in werking getreden 1 oktober 1981). Deze
- Civiel recht overigArubaans procesrecht. Betekening van exploot aan buiten Aruba wonende partij (art. 5, onder 8, RvA). Geen…
Parket bij de Hoge Raad|31 maart 2017|ECLI:NL:PHR:2017:233
Arubaans procesrecht. Betekening van exploot aan buiten Aruba wonende partij (art. 5, onder 8, RvA). Geen verzet tegen beslissing in hoger beroep indien geïntimeerde niet is verschenen (art. 284 RvA). Verenigbaarheid met recht op toegang tot de rechter en recht op hoor en wederhoor (art. 6 EVRM). Haags…
- Civiel recht overigAntilliaanse zaak. Procesrecht; doorbreking van een rechtsmiddelenverbod, schending hoor en wederhoor…
Parket bij de Hoge Raad|21 september 2007|ECLI:NL:PHR:2007:BA9614
Antilliaanse zaak. Procesrecht; doorbreking van een rechtsmiddelenverbod, schending hoor en wederhoor; ontvankelijkheid incidenteel (hoger) beroep dat geen doorbrekingsgronden aanvoert; strekking rechtsmiddelenverbod.
- BelastingrechtOntvankelijkheid van het incidentele beroep na intrekking van het principale beroep; prematuur incidenteel…
Parket bij de Hoge Raad|30 mei 2025|ECLI:NL:PHR:2025:620
Ontvankelijkheid van het incidentele beroep na intrekking van het principale beroep; prematuur incidenteel beroep in cassatie; art. 3.55, lid 7, Wet IB 2001.
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.