47 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overig1. Slagende bewijsklacht “ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers” a.b.i. art. 341 Sr…
Parket bij de Hoge Raad|6 november 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BY5446
Slagende bewijsklacht “ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers” a.b.i. art. 341 Sr. 2. Art. 359.2 Sv. Uos inzake delictsomschrijving art. 341 Sr en normadressaat. Ad 1. HR herhaalt … gehandeld ter bedrieglijke verkorting van de rechten van schuldeisers. De in art. 341 Sr gebezigde bewoordingen 'ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers' brengen tot uitdrukking dat de verdachte het opzet
- Strafrecht overigConclusie AG. Bedrieglijke bankbreuk (art. 341 (oud) jo. 51 Sr). Bewijsklachten over feitelijk leidinggeven…
Parket bij de Hoge Raad|12 mei 2020|ECLI:NL:PHR:2020:458
bewijsmotivering weergeven. Voorts zal ik enkele algemene opmerkingen maken over de strafbaarstelling van art. 341 Sr. Bewezenverklaring, bewijsmotivering, art. 341 Sr 5. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard
- Strafrecht overigFaillissementsfraude door bedrieglijke bankbreuk en onttrekking van goederen aan failliete boedel, meermalen…
Parket bij de Hoge Raad|3 december 1974|ECLI:NL:PHR:1974:AB6908
oordelen dat verdachte heeft gehandeld “ter bedrieglijke verkorting van rechten van schuldeisers” a.b.i. art. 341 Sr? Ad 1. Verklaring van getuige bevat niet iets wat niet vatbaar kan worden geacht voor eigen … rechten van de schuldeisers(in de telastelegging gebruikt in dezelfde zin als in art. 341 Sr.) een met de wet strijdige betekenis heeft toegekend. Naar aanleiding van dit middel merk
- Strafrecht overigConclusie AG over de vraag of sprake is van een gewijzigd inzicht van de wetgever als bedoeld in art. 1…
Parket bij de Hoge Raad|8 oktober 2019|ECLI:NL:PHR:2019:1013
onderscheid al deels aanwezig in het wetboek: de delictsomschrijvingen van de artikelen 340 en 341 Sr zien op «hij die in staat van faillissement is verklaard», terwijl de artikelen … tijdens het faillissement. Daarmee is beoogd de verwarring die onder de oude bepaling van art. 341 Sr was ontstaan – doordat de normadressaat van onder meer art. 341 (oud) Sr met toepassing
- Strafrecht overigConclusie A-G. Veroordeling voor 1. opzettelijk valse bankbiljetten in voorraad hebben (art. 209 Sr), 2…
Parket bij de Hoge Raad|22 april 2025|ECLI:NL:PHR:2025:456
opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift (art. 225 Sr) en 3. faillissementsdelicten (art. 341 Sr). M1: klacht over bewijsvoering feit 1. M2 t/m M5: rechtsklachten en bewijsklachten over bewijsvoering feit
- Strafrecht overigFaillissementsfraude. Medeplichtigheid aan bedrieglijke bankbreuk door gelden aan failliete boedel te…
Parket bij de Hoge Raad|14 januari 1992|ECLI:NL:PHR:1992:AC2505
Faillissementsfraude. Medeplichtigheid aan bedrieglijke bankbreuk door gelden aan failliete boedel te onttrekken (art. 341 Sr). 1. Bewijsklacht. Verweer dat financiële activiteiten van persoon die failliet is gegaan (A), namens wie verdachte betalingen
- Strafrecht overigConclusie AG. Bedrieglijke bankbreuk (art. 341 (oud) jo. 51 Sr). Bewijsklachten over feitelijk leidinggeven…
Parket bij de Hoge Raad|12 mei 2020|ECLI:NL:PHR:2020:457
bewijsmotivering weergeven. Voorts zal ik enkele algemene opmerkingen maken over de strafbaarstelling van art. 341 Sr. Bewezenverklaring, bewijsoverweging, art. 341 Sr 5. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard
- Strafrecht overigArtt. 341 Sr en 3:15i.1 BW. Bedrieglijke bankbreuk. Falende bewijsklacht. Het Hof heeft uit de bewijsvoering…
Parket bij de Hoge Raad|4 december 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BY0226
Artt. 341 Sr en 3:15i.1 BW. Bedrieglijke bankbreuk. Falende bewijsklacht. Het Hof heeft uit de bewijsvoering kunnen afleiden dat verdachte niet heeft voldaan aan de verplichting de tot de administratie behorende
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|23 november 1999|ECLI:NL:PHR:1999:AA3802
beslissing te geven op het verweer dat die feiten niet kunnen worden gesubsumeerd onder art. 341 Sr, aangezien art. 344 Sr dienaangaande als een bijzondere strafbepaling moet worden beschouwd … worden bewezen dan kan dat niet leiden tot kwalificatie als het strafbaar gestelde onder art. 341 Sr, aangezien de strafbaarstelling van art. 344 aanhef en onder 1 Sr voor wat betreft
- Strafrecht overigConclusie AG. Beleggingsfraude. Middelen bevatten bewijsklachten gericht tegen bewezenverklaring oplichting…
Parket bij de Hoge Raad|15 september 2020|ECLI:NL:PHR:2020:804
Beleggingsfraude. Middelen bevatten bewijsklachten gericht tegen bewezenverklaring oplichting (art. 326 Sr) en bedrieglijke bankbreuk (art. 341 Sr). Middel 5 keert zich met deelklachten tegen oplegging bijkomende straf van ontzetting van het recht
- Strafrecht overigFaillissementsfraude. Opdracht geven en/of feitelijk leiding geven aan bedrieglijke bankbreuk gepleegd door…
Parket bij de Hoge Raad|9 april 2019|ECLI:NL:PHR:2019:529
Faillissementsfraude. Opdracht geven en/of feitelijk leiding geven aan bedrieglijke bankbreuk gepleegd door een rechtspersoon, meermalen gepleegd. Klachten over: 1. afwijzing van een verzoek tot nader onderzoek psychische gesteldheid van verdachte, 2. het bewezenverklaarde handelen ‘ter bedrieglijke verkorting van de…
- Strafrecht overigArt. 344 Sr. Art. 343 Sr. Noch de tekst van de wet, noch de wetsgeschiedenis biedt steun voor de aan het…
Parket bij de Hoge Raad|12 mei 2015|ECLI:NL:PHR:2015:964
Art. 344 Sr. Art. 343 Sr. Noch de tekst van de wet
- Strafrecht overigCassatie OM en verdachte. Rotterdamse havenaffaire. OM-cassatie tegen: 1. vrijspraak van feitelijk leiding…
Parket bij de Hoge Raad|29 november 2016|ECLI:NL:PHR:2016:1489
BY5446 de uitleg van 'ter bedrieglijke verkorting van de rechten van zijn schuldeisers’ i.d.z.v. art. 341 Sr. ’s Hofs kennelijke oordeel dat het handelen van verdachte niet de aanmerkelijke kans op verkorting
- Strafrecht overigConclusie AG. Feitelijk leidinggeven aan bedrieglijke bankbreuk door rechtspersoon. Middelen klagen over niet…
Parket bij de Hoge Raad|8 februari 2022|ECLI:NL:PHR:2022:124
hybride delict ten laste te leggen, namelijk in de basis uitgaand van artikel 341 Sr., waarbij de tenlastelegging feitelijk echter is toegesneden op een rechtspersoon als (hoofd-)dader … voor de wetswijziging per 1 juli 2016. De toen ingevoerde, huidige delictsbewoordingen in art. 341 Sr "wetende dat hierdoor een of meer schuldeisers in hun verhaalsmogelijkheden worden benadeeld" dienen ter vervanging
- Strafrecht overigConclusie AG. Medeplegen van faillissementsfraude, meermalen gepleegd (art. 343 (oud) Sr) en medeplegen van…
Parket bij de Hoge Raad|7 maart 2023|ECLI:NL:PHR:2023:433
Conclusie AG. Medeplegen van faillissementsfraude, meermalen gepleegd (art. 343 (oud) Sr) en
- Strafrecht overigConclusie AG. Medeplegen van bedrieglijke bankbreuk, meermalen gepleegd. Art. 341 (oud) Sr. M1 en M2…
Parket bij de Hoge Raad|26 maart 2024|ECLI:NL:PHR:2024:299
april 2016, Stb. 2016, 154 (Wet herziening strafbaarstelling faillissementsfraude) in werking getreden. Onder andere art. 341 Sr is hierbij gewijzigd. Op dit moment luidt art. 341 Sr – voor zover hier van belang … wederrechtelijk heeft bevoordeeld of bevoordeelt.” 5.7 Uit de wetsgeschiedenis volgt dat de wijziging van art. 341 Sr strekte tot verbetering en met name vereenvoudiging van de delictsomschrijving. De term “ter bedrieglijke verkorting
- Strafrecht overigBedrieglijke bankbreuk, art. 344a en 341 (oud) Sr. Strafmotivering. Verandering in regels van sanctierecht…
Parket bij de Hoge Raad|19 juni 2018|ECLI:NL:PHR:2018:1002
tevoorschijn brengen van boeken en/of bescheiden en/of andere gegevensdragers in dat artikel bedoeld.’ 5. Artikel 341 Sr luidde ten tijde van het bewezen verklaarde, voor zover voor de beoordeling van het middel … juli 2016 is de Wet herziening strafbaarstelling faillissementsfraude ingevoerd. Dientengevolge is artikel 341 Sr, voor zover van belang, als volgt komen te luiden: ‘1. Hij die in staat van faillissement is verklaard
- Strafrecht overigOngegronde bewijsklachten t.a.v. witwassen en medeplegen van verduistering.
Parket bij de Hoge Raad|27 maart 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BT8765
verplichtingen kunnen worden gekend". Niet naleving van deze verplichtingen wordt met straf bedreigd in art. 341 Sr (bedrieglijke bankbreuk door natuurlijke persoon en rechtspersoon(2)), art. 342 Sr (eenvoudige bankbreuk door bestuurder … vraag wat de betekenis is van 'ter bedrieglijke verkorting' als bedoeld in art. 341 Sr en art. 343 Sr. Dat daaronder niet enkel het oogmerk dan wel de bedoeling is te verstaan
- Strafrecht overigOnttrekken van een auto aan het beslag, art. 198 Sr. Bewijsklachten over een onjuiste interpretatie van art…
Parket bij de Hoge Raad|17 maart 2020|ECLI:NL:PHR:2020:624
bestaan. Ik wijs er in dit verband nog op dat Uw Raad bij art. 341 Sr (oud) heeft aangenomen dat het onttrekken van goederen aan de boedel handelingen betreft ‘waardoor hetgeen rechtens … ECLI:NL:HR:2013:BY8365, NJ 2013/76. J.M. Verheul, Tekst en Commentaar Strafrecht , art. 341 Sr, aantekening 10 onder d. Dat een ‘faillissementsbeslag’ niet een ‘krachtens de wet gelegd beslag
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|9 oktober 2001|ECLI:NL:PHR:2001:ZD2913
gaat het middel uit van een verkeerde lezing van de bewezenverklaring. In artikel 341 Sr, zowel oud als nieuw is immers mede strafbaar gesteld, zoals in casu bewezenverklaard, het ter bedrieglijke verkorting … administratie, waardoor te allen tijde de rechten en plichten zijn terug te vinden. Artikel 341 Sr stelt strafbaar het ter bedrieglijke verkorting van de rechten van schuldeisers níet voeren van een dergelijke
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.