2 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- InsolventierechtFaillissementsrecht. Tweede faillissement. Aanvang verjaringstermijn van gedurende het eerste faillissement…
Parket bij de Hoge Raad|4 maart 2016|ECLI:NL:PHR:2016:77
beroep op verjaring is ook niet in strijd met de redelijkheid en billijkheid. Artikel 36 Fw, waarin tijdens het faillissement verlopende verjaringstermijnen worden verlengd tot zes maanden na het einde … aanmerking komende vorderingen. De in geschil zijnde rentevorderingen vormen niet dergelijke vorderingen. Indien artikel 36 FW niettemin wel toepasselijk zou zijn, dan zijn de rentevorderingen in ieder geval zes maanden
- InsolventierechtFaillissementsrecht. Verjaring van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van in proces-verbaal van…
Parket bij de Hoge Raad|12 februari 2016|ECLI:NL:PHR:2016:51
eiser] voert aan dat de vordering van de Bank is verjaard op basis van art. 36 Fw. De Bank heeft gemotiveerd verweer gevoerd. 1.13 De Amsterdamse kantonrechter heeft op 4 september … feitelijke instanties wil aangeven dat de verjaringstermijn voor de restantvordering van de Bank volgens art. 36 Fw is verstreken zes maanden na beëindiging van het faillissement. Deze veronderstelling lijkt mij juist
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.