11 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|28 mei 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE1182
onder voordeel de besparing van kosten is begrepen. 3.9. De wetsgeschiedenis van het oude artikel 36e Sr geeft hier evenmin veel aanknopingspunten voor. De bewijsproblematiek van de omvang van het wederrechtelijk verkregen … overtuiging van de rechter kunnen worden gebaseerd. 3.10. Bij de totstandkoming van het oude art. 36e Sr sloot de Minister van justitie zich aan bij de Commissie Vermogenssancties. De Commissie
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|26 februari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD5368
grondfeit is dus geen voordeel verkregen. () 5. De tekst van het derde lid van artikel 36e Sr stelt dat ook andere strafbare feiten tot wederrechtelijk voordeel hebben geleid. () 6. Duidelijk … grondfeit')(1). 7. In het oorspronkelijke voorstel van wet dat heeft geleid tot artikel 36e Sr luidde het derde lid daarvan: "Op vordering van het openbaar ministerie kan bij een afzonderlijke rechterlijke
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|15 januari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD6238
Ingevolge datzelfde voorschrift gaat die beraadslaging in ontnemingszaken over de vraag of de in art. 36e Sr bedoelde maatregel moet worden opgelegd en zo ja, op welk bedrag de omvang … eerste lid, Sv in verbinding met art. 313 Sv, slechts haar begrenzing vindt in art. 36e Sr." 9. Hieruit volgt dat het hof terecht het namens verzoeker gevoerde verweer heeft verworpen
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|25 juni 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD8950
enigerlei wijze wederrechtelijk voordeel heeft verkregen in de zin van het derde lid van art. 36e Sr, wordt, behoudens het bovenstaande, evenmin aan voorschriften van het Wetboek van Strafvordering onderworpen … Minister schrijft: Voor wat betreft de bewijslast, ten slotte, is de wettelijke norm van art. 36e Sr indicerend. De bewijslast dat een bepaald feit of eventueel soortgelijke feiten wederrechtelijk voordeel hebben opgeleverd
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|24 december 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE9673
besloten mocht liggen dat de rechter ter zake van de betalingsverplichting als bedoeld in art. 36e Sr geen hoger bedrag mag vaststellen dan door het openbaar ministerie is gevorderd, dat oordeel onjuist … Wetboek van Strafrecht opgenomen. 8. Het wetsvoorstel dat leidde tot de invoering van artikel 36e Sr leunt sterk op het rapport van de Commissie Vermogensstraffen(4). In de memorie van toelichting wordt
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|17 september 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE3569
hetgeen door veroordeelde is verkregen louter afkomstig is van strafbare feiten als bedoeld in art. 36e Sr, terwijl het Hof verweren dat het ging om legale inkomsten heeft verworpen omdat de veroordeelde
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|15 oktober 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE2762
één middel van cassatie. 3. Daarin wordt geklaagd over schending van de artt. 24d en 36e Sr. Het hof heeft - aldus het middel - de vervangende hechtenis ten onrechte bepaald op één
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|29 oktober 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE7707
aanleiding bestaat, worden ondervangen doordat de rechter in gevallen waarin het zesde lid van art. 36e Sr geen grond biedt voor vermindering van het genoten voordeel vanwege schadevergoeding aan benadeelden, gebruik maakt
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|12 november 2002|ECLI:NL:PHR:2002:ZE0001
worden ontleend, maar dat verzoeker is veroordeeld voor strafbare feiten in de zin van art. 36e Sr behoeft in de ontnemingszaak niet met een bewijsmiddel 'bewezen' te worden. Voldoende
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|26 november 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE5591
Minister van Justitie zich bij de behandeling van het wetsvoorstel strekkende tot herziening van art. 36e Sr en invoering van de bepalingen betreffende het strafrechtelijk financieel onderzoek en de behandeling
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|18 januari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD4921
waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in art. 36e Sr aan te tonen en daarnaast alle voorwerpen waarvan de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.