6 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- InsolventierechtInsolventierecht. Intrekking surseance van betaling en faillietverklaring o.g.v. art. 242 Fw. Internationaal…
Parket bij de Hoge Raad|21 juni 2017|ECLI:NL:PHR:2017:528
komen. (…) 4. De beoordeling 4.4. Het hof overweegt als volgt. In artikel 218 lid 4 Fw is bepaald dat surseance nimmer definitief kan worden verleend, indien er gegronde vrees bestaat … opleveren voor intrekking van de surseance op de voet van artikel 242 lid 1 sub 4 Fw. 4.14. (…) De door het hof gemaakte afweging van de betrokken belangen leidt ertoe
- InsolventierechtInsolventierecht. Intrekking surseance van betaling en faillietverklaring o.g.v. art. 242 Fw. Internationaal…
Parket bij de Hoge Raad|21 juni 2017|ECLI:NL:PHR:2017:526
opleveren voor intrekking van de surseance op de voet van artikel 242 lid 1 sub 4 Fw. 5.12. Uit het voorgaande volgt dat aan de onder sub 1, 3 en 4 … behalve op het al genoemde art. 242 Fw (de intrekkingsgronden) ook op art. 218 lid 4 Fw, dat onder meer bepaalt dat de surseance nimmer definitief verleend kan worden indien er gegronde
- Civiel recht overigPrejudiciële vragen (art. 392 Rv). Faillissementsrecht, arbeidsrecht. Is uitkering in geld voor niet genoten…
Parket bij de Hoge Raad|6 oktober 2017|ECLI:NL:PHR:2017:1094
bedoelde uitkering in geld loon is in de zin van art. 40 lid 4 Fw (thans art. 40 lid 2 Fw), zodat de aanspraak op deze uitkering reeds daarom als een boedelvordering … moet worden aangemerkt. 2.8.3 Art 40 lid 2 (voorheen lid 4) Fw luidt: Van de dag der faillietverklaring af zijn het loon en de met de arbeidsovereenkomst samenhangende premieschulden boedelschuld. 2.8.4 Naar
- InsolventierechtProcesrecht. Insolventierecht. Surseance van betaling. Akkoord aan schuldeisers aangeboden. Beslissingen…
Parket bij de Hoge Raad|14 juli 2017|ECLI:NL:PHR:2017:885
waar beroep uitdrukkelijk is uitgesloten in art. 315 lid 2 Fw (vgl. art. 332 lid 4 Fw), werd in de toelichting gemotiveerd met het argument dat de gevolgen van (weigering van) dwangakkoorden … Fw (appel- en cassatietermijn bij intrekking van de surseance), art. 247b leden 2 en 4 Fw (appel- en cassatietermijn bij afwijzing van een verzoek tot omzetting van surseance in de schuldsaneringsregeling natuurlijke
- InsolventierechtPrejudiciële vragen (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Invloed faillissement op wederkerige overeenkomsten…
Parket bij de Hoge Raad|13 oktober 2017|ECLI:NL:PHR:2017:1593
Faillissementswet of binnen één maand na het einde van de surseance. Art. 249 lid 4 Fw bepaalt dat de faillissementsboedel, evenals de surseanceboedel op grond van art. 228 lid 2 Fw, niet … ontstaan op grond van art. 228 lid 2 jo. art. 249 lid 1 sub 4 Fw in het faillissement geen boedelschuld opleveren en evenmin als concurrente vordering voor verificatie in het faillissement
- Civiel recht overigFaillissementsrecht. Verzet ex art. 184 Fw. Mogelijkheid terugkomen van beschikking RC ex art. 67 Fw omtrent…
Parket bij de Hoge Raad|1 september 2017|ECLI:NL:PHR:2017:892
verificatievergadering aanwezig was. 2.5 Ook anderszins treft het middel geen doel. Art. 121 lid 4 Fw bepaalt dat een in het proces-verbaal van de verificatievergadering opgetekende erkenning van een vordering
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.