12 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigToepassing art. 279 Sv. Direct na aanvang van het onderzoek ter terechtzitting is dat op verzoek van de…
Parket bij de Hoge Raad|23 december 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AN8255
onderzoek ter terechtzitting is dat op verzoek van de gemachtigde raadsman ex art. 278 lid 4 Sv geschorst. Het hof is gelet op art. 280 lid 1 Sv noch toegekomen
- Strafrecht overig1. Redelijke termijn in jeugdzaken. Art. 40 lid 2 sub b van het Verdrag inzake de rechten van het kind (Trb…
Parket bij de Hoge Raad|16 december 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AL9062
1. Redelijke termijn in jeugdzaken. Art. 40 lid 2 sub b van het Verdrag inzake de rechten van het kind (Trb. 1990, 107) stelt geen verdere eisen aan de redelijke termijn dan reeds uit art. 14 IVBPR en art. 6 EVRM voortvloeien. 2. Aanhoudingsverzoek – van in het buitenland verblijvende jeugdige verdachte - onvoldoende…
- Strafrecht overig17 juni 2003 Strafkamer nr. 02618/01 B EW/SM Hoge Raad der Nederlanden Beschikking op het beroep in cassatie…
Parket bij de Hoge Raad|17 juni 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF6596
overgedragen aan de buitenlandse autoriteiten voor zover de rechtbank daartoe verlof verleent (art. 552oa, lid 4, Sv en 552p, lid 2, Sv). Het bepaalde in art. 552p lid 4 Sv, voor zover
- Strafrecht overig11 maart 2003 Strafkamer nr. 00643/02 B EW/IK Hoge Raad der Nederlanden Beschikking op het beroep in cassatie…
Parket bij de Hoge Raad|11 maart 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AE9074
echter meent, derogeert de uitkomst van de beklagprocedure niet aan het in art. 552a lid 4 Sv neergelegde aanwezigheidsrecht van de belanghebbende (vgl. HR 15 januari 1994, NJ 1994, 476). De beschikking … anders dan dat zij een bekende belanghebbende is in de zin van art. 552a lid 4 Sv. Daarbij heb ik overwogen of zich hier de situatie voordoet dat ervan uit moet worden
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|11 februari 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF1926
heropening van het onderzoek, te weten om het bepaalde in art. 345, leden 3 en 4, Sv te ontgaan. Los van de omstandigheid dat hier een beroep wordt gedaan op feiten … niet kan worden gezien als het uitvoering geven aan het bepaalde in art. 345 lid 4 Sv. Zoals blijkt uit het van die terechtzitting opgemaakte proces-verbaal heeft op die zitting geen
- Strafrecht overig16 september 2003 Strafkamer nr. 00333/03 B LR/SM Hoge Raad der Nederlanden Beschikking op het beroep in…
Parket bij de Hoge Raad|16 september 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AG3596
binnengekomen omtrent een ontsnappingspoging. Daarom zijn er extra veiligheidsmaatregelen getroffen." 15. Art. 552p lid 4 Sv verklaart, voor zover thans van belang, art. 552a Sv van overeenkomstige toepassing. Ingevolge art. 552a … kunnen worden gezien dat de voorzitter op grond van art. 22 lid 4 Sv aan de ambtenaren van de parketpolitie bijzondere toegang heeft verleend. De beslissing van de voorzitter kan ook worden
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|13 mei 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF4255
omdat deze is genomen in strijd met wettelijke bepalingen, in het bijzonder art. 97 lid 4 Sv. Uit de toelichting op het middel volgt echter dat de klacht zich in wezen richt
- Strafrecht overig6 mei 2003 Strafkamer nr. 02737/02 U EW/ABG Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen…
Parket bij de Hoge Raad|6 mei 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF5835
verband wijs ik er nog op dat op basis van artikel 552oa lid 4 Sv processen-verbaal en andere voorwerpen, verkregen door toepassing van de in artikel 552oa lid 1 Sv
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|21 januari 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AE8815
druk, blz. 626 en 646 en de daar genoemde rechtspraak, alsmede (t.a.v. art. 341 lid 4 Sv) HR 1 nov. 1988, NJ 1989, 574, nt. ALM en (t.a.v
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|25 februari 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF3368
verband beeldend van "het allerlaatste woord". 23. In het bepaalde in art. 311 lid 4 Sv ligt voor de verdachte het recht opgesloten zich te verdedigen tegen hetgeen de officier van justitie
- Strafrecht overig1. Geen schending van art. 68 Sr bij gelijktijdige vervolging. 2. Geen eendaadse samenloop tussen art. 141 Sr…
Parket bij de Hoge Raad|2 december 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AM2520
heeft, zal dit kenbaar moeten maken. Deze gedachte ligt ook besloten in art. 301 lid 4 Sv ten aanzien van de integrale weergave van de inhoud van schriftelijke stukken. 20. Het onderhavige
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|28 februari 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AE9387
commissaris wel een verklaring onder ede af (art. 216 Sv). Thans geeft art. 216 lid 4 Sv de rechter-commissaris ook de bevoegdheid een getuige te beëdigen indien hij dit in verband
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.