15 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|9 mei 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5732
Aldus past het hof art. 359a, eerste lid onder a, Sv toe dat ingevolge art. 415 Sv ook op de appèlprocedure van toepassing is. De geconstateerde onregelmatigheden leiden derhalve niet … voorlopige hechtenis verblijft, voor welke situatie art. 365a, derde lid, Sv in samenhang met art. 415 Sv voorschrijft dat de aanvulling van het arrest binnen drie maanden na het aanwenden
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|11 april 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5442
straffe van nietigheid in acht te nemen vormen (art. 261, 349, 358 lid 3 jo 415 Sv) hebben verzuimd (het is van geen belang, maar ik zou menen dat de klacht eerder … stadium van de behandeling gedaan verzoek geldt de maatstaf van art. 315 (jo art. 415) Sv, namelijk dat de noodzaak ervan moet zijn gebleken. In het in de toelichting op het middel
- Strafrecht overig1. Verstek en afwezigheid raadsman. De schriftelijke kennisgeving cfm art. 39.1 Sv is een ordemaatregel en…
Parket bij de Hoge Raad|19 december 2000|ECLI:NL:PHR:2000:ZD2182
worden beslist overeenkomstig de art. 280 en 282 Sv (oud) in verband met art. 415 Sv. Naar luid van die bepalingen dienen alle op de lijst voorkomende getuigen te worden gehoord, tenzij
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|27 juni 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA6307
uitgewerkte bewijsconstructie is opgenomen. Blijkens art. 138b Sv dient onder een verkort vonnis (ingevolge art. 415 Sv valt hieronder mede te begrijpen: een verkort arrest) te worden verstaan: een vonnis waarin noch
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|25 januari 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA4575
woord `noodzaak=, waarin het kennelijk aansluiting zoekt bij art. 315 Sv in verbinding met art. 415 Sv, maar de onderbouwing van het ontbreken van de noodzaak is gelegen in het onvoldoende aannemelijk
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|24 oktober 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA7788
tenlastelegging te vorderen art. 313 Sv (in verband met de art. 425 Sv en 415 Sv) toepasselijk zoals die bepaling sinds die datum luidt. De officier van justitie was derhalve bevoegd
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|3 oktober 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA7308
zonder die beslissing uitdrukkelijk te motiveren zoals vereist door artikel 359, zevende lid juncto artikel 415 Sv. 5.2. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting van het hof heeft de Procureur-Generaal
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|4 april 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5344
Tenslotte heeft het hof nog verzuimd overeenkomstig het in hoger beroep op grond van art. 415 Sv van overeenkomstige toepassing zijnde art. 361, vijfde lid, Sv een beslissing te geven over
- Strafrecht overigMedeplegen afpersing (art. 317.3 jo. 312.2.2 Sr), oplichting, meermalen gepleegd (art. 326.1 Sr) en valsheid…
Parket bij de Hoge Raad|26 september 2000|ECLI:NL:PHR:2000:ZD1970
juli 1998 gelijk was. 11. Art. 350 Sv (jo. art. 415 Sv) bepaalt dat het hof beraadslaagt en beslist naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting. Deze bepaling heeft tot gevolg
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|15 februari 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA4795
gemeld. 25. Ingevolge het bepaalde in art. 353, tweede lid, onder c, Sv jo. art. 415 Sv kan het Hof de bewaring van een voorwerp gelasten, indien geen persoon redelijkerwijs als rechthebbende
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|4 april 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5346
middel faalt. 9. Het tweede middel klaagt over schending van art. 359 en 415 Sv. Omdat de toelichting niet uitmunt in puntigheid vat ik de klacht als volgt op: aan de verwerping
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|28 november 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA8976
bepaalde in art. 359, leden 1 en 10, in verband met de art. 425 en 415 Sv, aan nietigheid leiden, vgl. HR NJ 1959, 66 en HR NJ 1979, 31. Het komt
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|18 april 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5531
moeten afvragen of zij (naast het huidige art. 313 Sv, ook in verband met art. 415 Sv) nog wel een plaats in het Wetboek verdient.3 Dat klemt temeer omdat zij naar huidige
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|11 april 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5440
identiteit niet blijkt in zijn uitspraak in het bijzonder reden geeft. Dat voorschrift - ingevolge art. 415 Sv is het ook van toepassing op de berechting in hoger beroep - heeft Uw Raad
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|9 mei 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5734
strafrechter die - zoals in casu - art. 423 lid 4 Sv toepast, gelet op art. 415 Sv, ook dient te voldoen aan de strafmotiveringsvoorschriften van art. 359 lid 5 en 6 Sv
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.