Zoekresultaten

Voor “"476a Rv"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

1 uitspraak gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • Civiel recht overig
    Art. 81 lid 1 RO. Beslagrecht. Verklaringsprocedure op de voet van art. 477a Rv. Devolutieve werking hoger beroep.

    Parket bij de Hoge Raad5 april 2013ECLI:NL:PHR:2013:BZ2971

    datgene wat hij mogelijk blijkens een alsnog door hem af te leggen verklaring ex art. 476a Rv verschuldigd is aan [betrokkene 1], vermeerderd met een rente van 6%, althans de wettelijke rente … primaire vordering daarop afstuit dat namens [eiser] de verklaring als bedoeld in art. 476a Rv is gedaan, zij het te laat, welke verklaring aangeeft dat [betrokkene 1] in principe aanspraak jegens [eiser

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.