218 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigArt. 81 RO. Arbitrage. Vordering tot vernietiging arbitraal vonnis op de voet van art. 1065 lid 1, onder e, Rv.
Parket bij de Hoge Raad|20 mei 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BQ0594
ingesteld, is vernietiging van een arbitraal vonnis gevorderd op de grond dat arbiters art. 6:119 BW en het daarin besloten liggende rentefixum buiten toepassing hebben gelaten. Centraal staat de vraag … 6:119 BW kan worden aangemerkt als een bepaling van openbare orde in de zin van art. 1065 lid 1 onder e Rv. 1. Feiten(1) en procesverloop 1.1 Eiseres tot cassatie
- Civiel recht overigVerbintenissenrecht. Ten onrechte gelegd conservatoir beslag op aandelen die dientengevolge niet (conform een…
Parket bij de Hoge Raad|8 juli 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BQ1823
koper. Onrechtmatige daad beslaglegger. Schade te berekenen op voet wettelijke rente? Art. 6:119 BW wijkt in meer dan één opzicht af van uitgangspunt dat schuldeiser zijn werkelijk geleden schade vergoed krijgt … toelichting op dit wetsartikel. Geen reden voor analoge toepassing van art. 6:119 BW op deze situatie waarin onrechtmatig beslag is gelegd en gehandhaafd. Zaaknr. 09/04150 Mr. Huydecoper Zitting van 8 april
- BelastingrechtGevolgen van HR BNB 2012/69. Wettelijke rente ex art. 4:97 Awb over tardieve heffingsrente? Welke rechter?…
Parket bij de Hoge Raad|20 maart 2014|ECLI:NL:PHR:2014:228
2012/69 ontstond. Incidenteel beroep belanghebbende: de Rechtbank heeft ten onrechte (i) art. 6:119 BW (niet-handelsschulden; circa 4%) toegepast (het zou art. 6:119a BW over handelsschulden – circa 8% – moeten zijn … tweede verzuimjaar ook loopt over de wettelijke rente over het eerste verzuimjaar (zie art. 6:119 BW). Het oordeel van de rechtbank sluit dat echter, anders dan de belanghebbende stelt, niet
- Strafrecht overigBeklagzaak. Omvang art. 552 Sv. Begrip “zaak” in artt. 591 en 591a Sv. Rb heeft klager deels n-o verklaard…
Parket bij de Hoge Raad|3 februari 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BG2191
plicht rust om de “wettelijke rente” te vergoeden geen steun vindt in art. 6:119 BW noch in enig andere wetsbepaling. O.g.v. art. 6:119 BW is voor vergoeding van (gefixeerde) wettelijke
- Civiel recht overig14 januari 2005 Eerste Kamer Nr. C03/217HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres]…
Parket bij de Hoge Raad|14 januari 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AR2760
uitkeren van de verzekeringspenningen door Fortis. De vergoeding van dergelijke vertragingsschade is krachtens artikel 6:119 BW gefixeerd op de wettelijke rente. Noch het feit dat de werkelijke schade van [betrokkene … behalen, brengt naar het oordeel van het hof mee dat toepassing van artikel 6:119 BW in de gegeven omstandigheden in strijd met de redelijkheid en billijkheid moet worden geacht
- Civiel recht overigVerbintenissenrecht. Ontbinding overeenkomst. Vordering tot ongedaanmaking ontvangen prestaties, art. 6:271…
Parket bij de Hoge Raad|3 april 2015|ECLI:NL:PHR:2015:409
reconventie voor verweer in conventie.. Samenloop gevorderde renteschade en wettelijke rente, art. 6:119 BW. Berekening renteschade. Zaaknr. 14/02402 mr. E.M. Wesseling-van Gent Zitting: 3 april 2015 Conclusie inzake
- Civiel recht overigBerusting in buitengerechtelijke vernietigingsverklaring. Tegenover derden wordt vermoed dat aan de eisen…
Parket bij de Hoge Raad|13 april 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BV2629
betaling van geldsom; ofschoon de betreffende procedure voor 1992 was aangevangen, is art. 6:119 BW van toepassing nu de proceskostenveroordeling daarna is uitgesproken. Art. 173 lid 2 en art. 182 Overgangswet … veroordeeld. Partijen zijn ook verdeeld over de vraag of nieuw recht (en daarmee art. 6:119 BW met zijn bepaling over samengestelde interessen) van toepassing is op de vordering tot betaling
- Civiel recht overigVerbintenissenrecht. Schade in verband met stellen garantie te berekenen aan de hand van de wettelijke rente…
Parket bij de Hoge Raad|25 juni 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BM2409
garantie te berekenen aan de hand van de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW dan wel het percentage van de rendementsheffing in de inkomstenbelasting? Verrassingsbeslissing? (Art. 81 RO). Zaaknummer … bedrag is [eiser] gekomen door eerst de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het bedrag van NLG 400.000,- gedurende de periode van 24 september 1999 tot 25 februari
- Civiel recht overigVerbintenissenrecht. Overgangsrecht. Wettelijke rente. Op de na 1 januari 1992 voortgezette schadelijke…
Parket bij de Hoge Raad|10 juni 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BP9867
buitengerechtelijke kosten van € 11.595,08 te vermeerderen met de wettelijke rente "ex artikel 6:119 BW" vanaf 2 februari 1992. Daartegen richt zich het cassatiemiddel dat betoogt dat het belang van [eiser … vermeerderen met de wettelijke rente ex art. 6:119 BW vanaf 2 februari 1992. Het hof overwoog daartoe als volgt: "8.20. Grief 3b heeft betrekking op de afwijzing van de gevorderde buitengerechtelijke
- Civiel recht overigVerdeling algehele huwelijksgoederengemeenschap. Overeenstemming over verdeling in de zin van art. 3:182 BW?…
Parket bij de Hoge Raad|8 februari 2013|ECLI:NL:PHR:2013:BY4279
BW. Vaststelling peildatum voor waardebepaling goederengemeenschap. Wettelijke rente over wegens overbedeling verschuldigd bedrag; art. 6:119 BW, verzuim, maatstaven van redelijkheid en billijkheid. 10/01300 Mr. E.B. Rank-Berenschot Parket, 2 november … niet, zoals het onderdeel ook nog oppert, de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW op het oog gehad. Naar 's hofs vaststelling (rov. 4.15, eerste alinea) heeft de vrouw
- VerbintenissenrechtPrejudiciële vragen over de verschuldigdheid, kwalificatie en rang van wettelijke rente (art. 6:119 BW) en…
Parket bij de Hoge Raad|4 juli 2025|ECLI:NL:PHR:2025:752
Prejudiciële vragen over de verschuldigdheid, kwalificatie en rang van wettelijke rente (art. 6:119 BW) en wettelijke verhoging (art. 7:625 BW) over loon dat boedelschuld is. Betekenis van de loongarantieregeling
- VerbintenissenrechtProcesrecht. Rechtspersonenrecht. Verbintenissenrecht. Coöperatie. Art. 23 Rv. Art. 2:27 lid 4, aanhef en sub…
Parket bij de Hoge Raad|13 oktober 2023|ECLI:NL:PHR:2023:911
betalen een bedrag van € 12.283,12, vermeerderd met de ‘reguliere’ wettelijke rente van art. 6:119 BW vanaf 15 november 2016; (ii) binnen 14 dagen na het vonnis gecorrigeerde facturen over … bedrag van € 67.475,56, vermeerderd met “de wettelijke rente” (kennelijk: van art. 6:119 BW) vanaf iedere afzonderlijke betaling; (ii) in de buitengerechtelijke (incasso)kosten van € 1.042,56. In conventie is hetgeen
- Civiel recht overigVerjaring van aanspraak uit hoofde van lening (art. 3:307 lid 2 BW) tussen erfgenamen. Beperkende werking van…
Parket bij de Hoge Raad|1 april 2022|ECLI:NL:PHR:2022:339
BW) en onrechtmatige daad (art. 6:162 BW). Wettelijke rente (art. 6:119 BW) als gefixeerde schadevergoeding. Stuiting door erkenning (art. 3:318 BW). Uitleg van vordering (art. 23 Rv). Pro-memoriepost
- Civiel recht overigOnteigening. Complexwaarde (art. 40d Ow). Terugbetaling na te hoog voorschot (art. 54t lid 3 Ow). Voordeel…
Parket bij de Hoge Raad|7 oktober 2016|ECLI:NL:PHR:2016:986
eerdere rechtspraak. Wettelijke rente over terug te betalen bedrag? Art. 6:81-83 en 6:119 BW. 15/02617 mr. J.C. van Oven 7 oktober 2016 Conclusie inzake: [eiser], eiser tot cassatie
- Civiel recht overigOverheidsprivaatrecht. Onrechtmatig handelen door onjuiste standpunten bij voorbereiding besluit. Verjaring…
Parket bij de Hoge Raad|21 april 2023|ECLI:NL:PHR:2023:446
perceel als bouwperceel. Abstract? Onnodig gemaakte kosten. Toepassingsbereik fixering vergoeding van vertragingsschade in art. 6:119 BW. PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 22/01649 Zitting 21 april 2023 CONCLUSIE
- Civiel recht overigContractenrecht. Beroep op opschortingsrecht in verband met een achteraf ongegronde vordering van een derde…
Parket bij de Hoge Raad|12 augustus 2016|ECLI:NL:PHR:2016:860
Contractenrecht. Beroep op opschortingsrecht in verband met een achteraf ongegronde vordering van een derde, gebaseerd op de tussen partijen gesloten overeenkomst. Uitwerking van HR 21 september 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA9610, NJ 2009/50 (Ammerlaan/Enthoven). Als gevolg van opschorting genoten rentevoordeel;…
- BelastingrechtStaatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het gerechtshof te Amsterdam van 31 mei 2012, nr…
Parket bij de Hoge Raad|4 oktober 2013|ECLI:NL:PHR:2013:1114
Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het gerechtshof te Amsterdam van 31 mei 2012, nr. 11/00820, ECLI:NL:GHAMS:2012:BW8035, NTFR 2012/1749. De zaak is een uiteindelijk gevolg van de verwijzingsarresten van de Hoge Raad van 3 april 2009, nrs. 43 634 en 43 635. Het oorspronkelijke geschil betrof de…
- Civiel recht overigContractenrecht; opschortingsrecht. Uitleg van gedingstukken. Staat contractueel verrekeningsverbod aan…
Parket bij de Hoge Raad|11 juli 2014|ECLI:NL:PHR:2014:1708
schade met inbegrip van buitengerechtelijke incassokosten, telkens vermeerderd met “de wettelijke rente ex art. 6:119 BW”. 1.3. Eurostrip heeft tot verweer primair aangevoerd dat de gevorderde bedragen niet opeisbaar zijn omdat … haar inleidende dagvaarding heeft Newa immers verwezen naar de (gewone) wettelijke rente van art. 6:119 BW, niet naar de handelsrente als bedoeld in art. 6:119a BW. Voor zover
- Civiel recht overigContractenrecht. Koopovereenkomst met betrekking tot aandelen. Koopprijs deels omgezet in lening. Bevoegdheid…
Parket bij de Hoge Raad|18 mei 2018|ECLI:NL:PHR:2018:513Aangehaald in 11 uitspraken
onrechtmatige daad van [verweersters] , een en ander te vermeerderen met wettelijke rente ex art. 6:119 BW; - In verband met de vrijwaring: v. hoofdelijke veroordeling van [verweerster 1] , [verweerster 4] en [verweerster
- Personen- en familierechtHuwelijksvermogensrecht. Inhoud petitum, onbegrijpelijke uitleg gedingstukken. Miskenning door rechtbank…
Parket bij de Hoge Raad|24 oktober 2014|ECLI:NL:PHR:2014:1907
uitleg gedingstukken. Miskenning door rechtbank gestelde voorwaarde voor toedeling. Verschuldigdheid wettelijke rente, ingangsdatum, art. 6:119 BW (HR 15 februari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC0387, NJ 2008/108). 13/06400 Mr. E.B. Rank
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.