35 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- VerbintenissenrechtVerbintenissenrecht. Beroep op verrekening. Beoordelingsmoment bevoegdheid tot verrekening. Art. 6:127 en…
Parket bij de Hoge Raad|15 mei 2020|ECLI:NL:PHR:2020:480
6:127 en 6:129 BW. Verhouding tussen art. 6:127 BW en art. 6:136 BW. Taak rechter in hoger beroep. PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 19/03430 … Noort Gassler is door de rechtbank, kort gezegd, met toepassing van art. 6:136 BW voorbijgegaan (rov. 4.2.1). Het opschortingsverweer van Van Noort Gassler is afgewezen, kort gezegd omdat de samenhang tussen
- Civiel recht overigGeschil in het faillissement van een pandgever omtrent de mogelijkheid tot verrekening door een debiteur van…
Parket bij de Hoge Raad|18 november 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AT9061
vordering met zijn tegenvordering zonder dat de pandhouder (bank) een beroep toekomt op art. 6:136 BW, strekking van art. 53 lid 3 Fw., verweermiddelen van debiteur van de verpande vordering, bescherming … staat aan toepassing door de rechter van art. 6:136 BW. 2. Voor zover thans in cassatie van belang, liggen de feiten als volgt (zie r.o. 3 en 4.2 van het tussenarrest
- InsolventierechtFaillissementsrecht. Verrekening vordering opdrachtgever met verpande vorderingen van gefailleerde…
Parket bij de Hoge Raad|15 september 2017|ECLI:NL:PHR:2017:942
verpande vorderingen van gefailleerde opdrachtnemer. Art. 53 Fw. Komt pandhouder beroep op art. 6:136 BW toe? Onzekerheidsexceptie (art. 6:37 BW). Hoor en wederhoor. 16/05102 mr. E.B. Rank-Berenschot Zitting … verrekening moet worden gepasseerd nu haar tegenvordering niet eenvoudig is vast te stellen (6:136 BW) (rov. 3.12) en het beroep van Artis op de in art. 6:37 BW geregelde opschortingsbevoegdheid
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Is voldaan aan de voorwaarden voor toewijzing van een geldvordering in kort…
Parket bij de Hoge Raad|8 februari 2019|ECLI:NL:PHR:2019:261Aangehaald in 8 uitspraken
voorwaarden voor toewijzing van een geldvordering in kort geding? Beroep op verrekening; art. 6:136 BW. Zaaknr: 18/01521 mr. L. Timmerman Zitting: 8 februari 2019 Conclusie inzake: [eiseres] tegen [verweerster] niet verschenen … appelprocedure een eventuele tegenvordering van [verweerster] materieel noch processueel liquide was. Gelet op art. 6:136 BW had het hof het kort geding vonnis dan ook moeten bekrachtigen, omdat: (i) de vordering
- Civiel recht overig11 juli 2003 Eerste Kamer Nr. C02/070HR MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: FROG NAVIGATION…
Parket bij de Hoge Raad|11 juli 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF7535
debitor cessus van art. 6:130 lid 1, in samenhang met art. 6:136 BW. Artikel 6:136 geeft de rechter de bevoegdheid om een verrekeningsverweer te passeren, indien de gegrondheid … cassatiemiddel. 4. Bespreking van het cassatiemiddel 4.1. De artikelen 6:127, 6:130 en 6:136 BW, die in het cassatiemiddel centraal staan, maken deel uit van boek 6, titel
- Civiel recht overigVerbintenissenrecht, procesrecht. Aannemingsovereenkomst. Is aannemer aansprakelijk voor lekkende kelder?…
Parket bij de Hoge Raad|14 oktober 2016|ECLI:NL:PHR:2016:1018
verweer? Opschorting, art. 6:52 BW. Verrekening; tegenvordering niet eenvoudig vast te stellen (art. 6:136 BW)? Zaaknr: 15/04061 mr. E.M. Wesseling-van Gent Zitting: 14 oktober 2016 Conclusie inzake: [verzoekster] tegen
- Civiel recht overigFaillissement pandgever. Pandhouder verleent last tot incasso. Art. 1022 lid 1 Rv; moet beroep op…
Parket bij de Hoge Raad|12 april 2013|ECLI:NL:PHR:2013:BZ7391
toepassing van art. 53 lid 3 Fw zonder dat lasthebber beroep toekomt op art. 6:136 BW? HR 18 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT9061, NJ 2006/190. Aanhouding in afwachting arbitrale
- Civiel recht overigPrejudiciële vraag (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Pandrecht. Bank heeft openbaar pandrecht op al hetgeen…
Parket bij de Hoge Raad|5 oktober 2018|ECLI:NL:PHR:2018:1138
rechter het beroep van gedaagde op verrekening niet met toepassing van art. 6:136 BW passeren (art. 53 lid 3 Fw). Deze verruimingen ten opzichte van de regeling van verrekening buiten faillissement
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Procesrecht. Vervolg op HR 23 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:428. Vraag…
Parket bij de Hoge Raad|20 december 2019|ECLI:NL:PHR:2019:1413
voor al te passeren.’ 3.17 Dit nu is het stelsel van het huidige art. 6:136 BW. Dat stelsel gaat er dus vanuit dat als een rechter bij zijn vonnis een vordering
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|3 januari 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AE9382
wijze is vast te stellen, verworpen. Daarbij heeft de rechtbank erop gewezen dat art. 6:136 BW een discretionaire bevoegdheid van de rechter behelst en dat, nu [verweerder] de vordering gemotiveerd heeft … verworpen. Volgens haar heeft de rechtbank miskend dat voor de toepassing van de in 6:136 BW aan de rechter gegeven discretionaire bevoegdheid moet worden bepaald wat de omvang van die discretionaire
- Civiel recht overigGeschil tussen opdrachtgever en opdrachtnemer over onbetaald gelaten declaraties; devolutieve werking van het…
Parket bij de Hoge Raad|1 september 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AX5379
zulks omdat (kort gezegd) deze tegenvordering van [eiseres] niet eenvoudig vaststelbaar zou zijn (art. 6:136 BW). Het onderdeel klaagt niet over de verwerping van dit beroep op verrekening, maar het klaagt … vraag of een exceptief beroep op verrekening opgaat, gelden op grond van art. 6:136 BW de ('liquiditeits-')criteria of de gegrondheid van dit verweer al dan niet op eenvoudige wijze
- Civiel recht overig18 februari 2005 Eerste Kamer Nr. C03/292HR RM/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiser…
Parket bij de Hoge Raad|18 februari 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AS3640
18 februari 2005 Eerste Kamer Nr. C03/292HR RM/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiser 1], wonende te [woonplaats], 2. [Eiser 2], wonende te [woonplaats], 3. [Eiseres 3], gevestigd te [vestigingsplaats], 4. [Eiseres 4], gevestigd te [vestigingsplaats], 5. [Eiseres 5], gevestigd te…
- Personen- en familierechtFamilierecht. Beëindiging samenleving. Financiële afwikkeling. Kwalificatie verweer; uitleg stellingen. (81 RO)
Parket bij de Hoge Raad|8 april 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BP2332
derhalve." In rov. 4.29 geeft het hof klaarblijkelijk toepassing aan het bepaalde in art. 6:136 BW. 4. Het door de man tijdig ingestelde cassatieberoep omvat één middel en is (blijkens onderdeel … verweer is door de rechtbank verworpen met toepassing van art. 6:136 BW
- Civiel recht overigVermogensrecht. Verkrijging door advocaat van vordering waarover procedure aanhangig is; nietigheid ingevolge…
Parket bij de Hoge Raad|5 januari 2018|ECLI:NL:PHR:2018:21Aangehaald in 5 uitspraken
Vermogensrecht. Verkrijging door advocaat van vordering waarover procedure aanhangig is; nietigheid ingevolge art. 3:43 lid 1, onder a, BW? Uitleg ‘aanhangig’, art. 125 lid 1 Rv; uitleg ‘verkrijging’ in geval van stille cessie, art. 3:94 lid 3 BW. Verrekening, eis van wederkerig schuldenaarschap, art. 6:127 lid 2 BW;…
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|21 september 2001|ECLI:NL:PHR:2001:ZC3653
rechter, blijkens de parlementaire geschiedenis, een discretionaire bevoegdheid bij de beoordeling of aan art. 6:136 BW is voldaan.18 Hij kan zijn beslissing laten afhangen van wat voor redelijk moet worden gehouden … ingestelde vordering als van de gepretendeerde tegenvordering." De beslissing om op grond van art. 6:136 BW een beroep op verrekening te passeren heeft een sterk feitelijk karakter19 en behoort
- Strafrecht overigConclusie plv. AG. Veroordeling wegens 1. afpersing en diefstal d.m.v. valse sleutel; 2. mishandeling en 3…
Parket bij de Hoge Raad|9 april 2024|ECLI:NL:PHR:2024:394
Conclusie plv. AG. Veroordeling wegens 1. afpersing en diefstal d.m.v. valse sleutel; 2. mishandeling en 3. bedreiging (art. 311, 317, 300, 285 Sr). 1. Klacht dat het hof ten onrechte heeft nagelaten in hoger beroep te oordelen over de door de rechtbank opgelegde ontnemingsmaatregel. 2. Klacht over de toewijzing van…
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|22 december 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA9143Aangehaald in 5 uitspraken
vrij bij wijze van verweer een beroep op verrekening te doen, al verschaft art. 6:136 BW de rechter de discretionaire bevoegdheid een dergelijk beroep te passeren indien de gegrondheid
- Civiel recht overigGoederenrecht. Bankhypotheek; executoriale verkoop scheepswerf door hypotheekhouder; verbod uitoefening…
Parket bij de Hoge Raad|26 maart 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BL2217
vastgesteld dat [eiseres] een opeisbare vordering op [betrokkene 1] heeft, maar ook dat art. 6:136 BW het hof de vrijheid laat om een beroep op verrekening af te wijzen, indien
- Civiel recht overigOngerechtvaardigde verrijking. Onbegrijpelijk oordeel dat sprake is van verarming. Beroep op arbitraal vonnis…
Parket bij de Hoge Raad|10 oktober 2014|ECLI:NL:PHR:2014:2792
ingevolge art. 53 lid 3 F niet worden afgeweerd met toepassing van art. 6:136 BW. Bespreking van de klachten 12. Naar mijn oordeel kunnen de onderdelen 1 en 2 niet
- Personen- en familierechtFamilierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden bij de vaststelling van verdeling van hun…
Parket bij de Hoge Raad|26 oktober 2007|ECLI:NL:PHR:2007:BA8448
onjuiste rechtsopvatting omtrent, dan wel een onjuiste toepassing heeft gegeven aan art. 6:136 BW, aangezien van enige verrekeningsvordering geen sprake is, er geen beroep op verrekening is gedaan, de pretense verrekeningsvordering
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.