10 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- VerbintenissenrechtVerbintenissenrecht. Procesrecht. Toepassing imputatieregel art. 6:43 BW. Gerechtelijke erkentenis door een…
Parket bij de Hoge Raad|13 mei 2022|ECLI:NL:PHR:2022:439
Verbintenissenrecht. Procesrecht. Toepassing imputatieregel art. 6:43 BW. Gerechtelijke erkentenis door een dwaling afgelegd (art. 154 lid 2 Rv)? Essentiële stellingen gepasseerd? PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 21/03812 … schuldenaar dient deze betaling te worden toegerekend aan de meest bezwarende verbintenis (art. 6:43 BW). Dit was hier de verbintenis uit de overeenkomst van geldlening. (4) Dat [verweerder] op 1 januari
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Betaling van alimentatieverplichtingen; toerekening van betalingen (art. 6:43 BW); passeren…
Parket bij de Hoge Raad|14 december 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BX9799
Betaling van alimentatieverplichtingen; toerekening van betalingen (art. 6:43 BW); passeren aanbod van tegenbewijs. Zaaknr. 11/04819 mr. E.M. Wesseling-van Gent Zitting: 5 oktober 2012 Conclusie inzake: [De vrouw] tegen … betalingen die kunnen worden toegerekend op twee of meer verbintenissen, zoals bedoeld in artikel 6:43 BW. De man rekent de cashopnames toe aan zijn alimentatieverplichting, terwijl deze volgens de vrouw voortvloeien
- Civiel recht overigPrejudiciële vragen (art. 392 Rv). Buitengerechtelijke incassokosten. Vallen buitengerechtelijke…
Parket bij de Hoge Raad|29 mei 2015|ECLI:NL:PHR:2015:806
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Buitengerechtelijke incassokosten. Vallen buitengerechtelijke incassokosten (art. 6
- Civiel recht overigArt. 81 RO. Restitutie geldleningen; rente; verjaring; toerekening betalingen (art.6:43 BW).
Parket bij de Hoge Raad|14 september 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BW9878
niet tot een ander oordeel leiden. In het licht van de regeling van art. 6:43 BW kan uit de desbetreffende afboekingen niet worden afgeleid dat [verweerster] heeft begrepen of heeft moeten … betoog faalt. Het hof heeft niet blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting omtrent art. 6:43 BW. Deze bepaling ziet op het geval dat een schuldenaar meer dan één schuld heeft
- Civiel recht overigInvorderingszaak, bestuurdersaansprakelijkheid op grond van art. 36 Iw 1990 voor onbetaald gebleven…
Parket bij de Hoge Raad|16 maart 2007|ECLI:NL:PHR:2007:AZ6635
Invorderingszaak, bestuurdersaansprakelijkheid op grond van art. 36 Iw 1990 voor onbetaald gebleven belastingaanslagen wegens niet tijdig gemelde betalingsonmacht; geldigheidsduur van melding bij voortdurende toestand van betalingsonmacht, doel en strekking van meldingsplicht als bedoeld in art. 36 lid 2 Iw 1990 en…
- Civiel recht overigGriffierecht. Te late betaling; beroep op ‘hardheidsclausule’; art. 282a lid 4 in verbinding met art. 427b Rv.
Parket bij de Hoge Raad|14 april 2017|ECLI:NL:PHR:2017:341
teruggestort met omschrijving, voor zover thans van belang, “[...] nota reeds betaald” . 2.6 Art. 6:43 BW schrijft voor op welke wijze een betaling die zou kunnen worden toegerekend op twee of meer … zelfde schuldeiser dient te worden toegerekend. Op grond van het eerste lid van art. 6:43 BW geschiedt toerekening in dat geval op de verbintenis die de schuldenaar bij de betaling aanwijst
- Civiel recht overigMededingingsrecht. Verboden staatssteun; art. 87 en 88 EG (art. 107 en 108 VWEU). Vervolg op HR 28 mei 2010…
Parket bij de Hoge Raad|18 oktober 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BY0539
Mededingingsrecht. Verboden staatssteun; art. 87 en 88 EG (art. 107 en 108 VWEU). Vervolg op HR 28 mei 2010, LJN BL4082 en HvJEU 8 december 2011, LJN BU8588. Vraag of nietigverklaring van door overheid verstrekte kredietgarantie kan leiden of bijdragen aan herstel mededingingssituatie van vóór verstrekking garantie…
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|1 oktober 1997|ECLI:NL:PHR:1997:AA3283
aanslag, uit hoofde waarvan kosten, rente en hoofdsom verschuldigd waren, de aan art. 6:43 BW derogerende regeling van art. 6:44 BW en art. 7, lid 1, Inv.W. 1990 van toepassing
- Civiel recht overigInvorderingszaak. Geschil tussen directeur-aandeelhouder van vennootschap en Ontvanger over toerekening van…
Parket bij de Hoge Raad|30 november 2007|ECLI:NL:PHR:2007:BB4761
eerstgenoemde bedrag heeft [eiser] aangevoerd dat de Ontvanger op grond van art. 6:43 BW verplicht was de betalingen, die [eiser] ten behoeve van [B] deed, af te boeken op de twee
- Civiel recht overigVerbintenissenrecht. Borgstelling. Daadwerkelijk bekend met schade. Verjaringstermijn van 5 jaar als bedoeld…
Parket bij de Hoge Raad|9 oktober 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BJ4850
Verbintenissenrecht. Borgstelling. Daadwerkelijk bekend met schade. Verjaringstermijn van 5 jaar als bedoeld in art. 3:310 lid 1 BW. Stuiting. Maatstaf (vgl. HR 24 januari 2003, NJ 2003, 300 en HR 20 februari 2004, NJ 2006, 113). Bekendheid met kans op schade niet voldoende.
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.