6 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overig11 juli 2003 Eerste Kamer Nr. C01/280HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende…
Parket bij de Hoge Raad|11 juli 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF7423
buitengerechtelijke kosten als de onderhavige, moet worden vooropgesteld dat een dergelijke vordering blijkens artikel 6:96 BW een vordering tot schadevergoeding is, zodat, wil deze vordering toewijsbaar zijn, een grondslag voor … 6:96 lid 2 sub b BW heeft gemaakt. Uit de wetsgeschiedenis van artikel 6:96 BW blijkt niet dat de vraag of een eiser in een zodanig geval recht heeft
- Civiel recht overig26 september 2003 Eerste Kamer Nr. C02/088HR RM/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: STERPOLIS…
Parket bij de Hoge Raad|26 september 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AI0894
schadevergoedingsvordering is en dat daarop derhalve afdeling 6.1.10 BW en dus ook art. 6:96 BW van toepassing zijn. De derde klacht, die is neergelegd in de aanhef en onder c bestrijdt … gedachte dat er tussen het ziekenfonds en de laedens een schadevergoedingsverbintenis bestaat waarop art. 6:96 BW van toepassing is, geoordeeld dat het ziekenfonds recht heeft op de door hem gemaakte 'interne
- Civiel recht overig11 juli 2003 Eerste Kamer Nr. C02/008HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. DE STICHTING…
Parket bij de Hoge Raad|11 juli 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF7004
toepassen aanwijzen: de overeenkomstig de wet te liquideren proceskosten, vermeerderd met de ingevolge art 6:96 BW verschuldigde kosten. Een onjuiste beoordeling van wat onder de titel van proceskosten resp. van kosten … bedoeld in art 6:96 BW voor vergoeding in aanmerking komt, leidt tot onjuiste vaststelling van de ondergrens uit de art. 242 Rv./ 57ab Rv. (oud); en als de rechter beoogt
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|10 januari 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF0690Aangehaald in 8 uitspraken
tuchtprocedure zijn - op nader aangegeven gronden - geen redelijke kosten in de zin van art. 6:96 BW (rov. 5.6.1). De vordering tot vergoeding van immateriële schade stuit hierop af dat van aantasting
- Civiel recht overig31 oktober 2003 Eerste Kamer Nr. C03/103HR RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: DE STAAT DER…
Parket bij de Hoge Raad|31 oktober 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AI0351
gebonden zijn aan het schadebegrip in het Nederlandse burgerlijk recht (art. 6:95 en 6:96 BW). In de internationaal-rechtelijke context krijgt de verplichting tot rechtsherstel na een geconstateerde schending
- BelastingrechtNr. 37.565 24 oktober 2003 EC gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het…
Parket bij de Hoge Raad|24 oktober 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF7557
Nr. 37.565 24 oktober 2003 EC gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 25 juli 2001, nr. P00/01255, en nr. P00/03383, betreffende de na te melden aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de na te melden beschikking als bedoeld in artikel…
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.