3 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigArt. 81 RO. Arbeidsovereenkomstenrecht. Huur. Vordering tot vaststelling huurprijs oneigenlijke dienstwoning.
Parket bij de Hoge Raad|9 september 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BQ8111
betalen huurprijs, betekent dat niet is voldaan aan het vereiste, thans neergelegd in art. 7:201 BW, dat er voor het bestaan van een huurovereenkomst naast een verplichting tot het verstrekken
- Civiel recht overigHuurrecht. Antillenzaak. Timeshare-overeenkomst. Proceskosten. Of de overeenkomsten aangemerkt moeten worden…
Parket bij de Hoge Raad|11 februari 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BO9673
zijnde bepalingen van Antilliaans huurrecht zo moeten worden uitgelegd dat - evenals inmiddels ingevolge art. 7:201 BW voor Nederland geldt - ook overeenkomsten die voorzien in genotsrechten van (praktisch gesproken) eeuwige duur
- Civiel recht overigHuur bedrijfsruimte. Betekenis gezag van gewijsde van eerdere uitspraak bij uitleg inhoud huurovereenkomst…
Parket bij de Hoge Raad|25 maart 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BP1405
Huur bedrijfsruimte. Betekenis gezag van gewijsde van eerdere uitspraak bij uitleg inhoud huurovereenkomst. Reikwijdte rechtsmiddelenverbod art. 7:230a lid 8 BW. (81 RO)
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.