Zoekresultaten

Voor “"7:627 BW"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

2 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • Civiel recht overig
    19 december 2003 Eerste Kamer Nr. C02/101HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: HEMA…

    Parket bij de Hoge Raad19 december 2003ECLI:NL:PHR:2003:AL7037

    overeenkomst rechtsgeldig zal zijn beëindigd. Hema beroept zich ten verwere op art. 7:627 BW betogend dat, aangezien [verweerder] in die periode geen arbeid voor haar heeft verricht, zij aan hem geen … zijde van Hema, werkgever, doorslaggevend, zodat het beroep van Hema op art. 7:627 BW niet slaagt. [Verweerder] komt daarom loon toe over eerder bedoelde periode. De incidentele grief II faalt

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad21 maart 2003ECLI:NL:PHR:2003:AF3057

    juni 1997 geen werkzaamheden voor [verweerder] heeft verricht. De in artikel 7:627 BW neergelegde hoofdregel, dat de werkgever geen loon verschuldigd is indien de werknemer de bedongen arbeid niet heeft verricht

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.