5 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overig4 juni 2004 Eerste Kamer Nr. C02/314HR RM/JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres]…
Parket bij de Hoge Raad|4 juni 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO6210
beginsel - mede gelet op de eisen van redelijkheid en billijkheid die ingevolge art. 7:865 BW van overeenkomstige toepassing zijn op de rechtsbetrekkingen tussen de hoofdschuldenaar en de borg - moet worden gekwalificeerd … jaren niet van toepassing zijn op die rechtsverhouding, nu er - mede gelet op art. 7:865 BW - geen goede reden is te bedenken waarom de borg niet ten minste binnen vijf jaren
- BelastingrechtBelanghebbende heeft zich op 30 augustus 2007 borg gesteld ten behoeve van een…
Parket bij de Hoge Raad|16 augustus 2016|ECLI:NL:PHR:2016:864
Belanghebbende heeft zich op 30 augustus 2007 borg gesteld ten behoeve van een aanmerkelijk-belangvennootschap (hierna: de BV). De borgstelling heeft betrekking op een door de bank aan de BV verstrekte schuld van € 150.000. Bij vonnis van 11 mei 2010 is de BV failliet verklaard. Op 23 juni 2011 heeft de bank…
- InsolventierechtFaillissementsrecht. Overwaarde-arrangement. Regresvordering borg. Art. 42 en 54 Fw. Verplichte…
Parket bij de Hoge Raad|10 juli 2015|ECLI:NL:PHR:2015:2127
Faillissementsrecht. Overwaarde-arrangement. Regresvordering borg. Art. 42 en 54 Fw. Verplichte rechtshandeling? Wetenschap van benadeling?
- Personen- en familierechtVerbintenissenrecht; huwelijksvermogensrecht. Regresvordering op grond van subrogatie. Schuldenaarschap bij…
Parket bij de Hoge Raad|16 april 2021|ECLI:NL:PHR:2021:396
Verbintenissenrecht; huwelijksvermogensrecht. Regresvordering op grond van subrogatie. Schuldenaarschap bij hoofdelijke aansprakelijkheid op grond van zogeheten Dozy-clausule bij aangaan huwelijkse voorwaarden staande huwelijk. Art. 6:151 BW. Beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid. Ontstaansmoment van…
- Civiel recht overigPrejudiciële vraag (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Overwaarde-arrangement. HR 9 juli 2004…
Parket bij de Hoge Raad|10 juli 2015|ECLI:NL:PHR:2015:1691
regresvordering. Daarop wijst ook het bestaan van de art. 6:8 en 7:865 BW, die overbodig zouden zijn indien de hoofdelijk verbonden schuldenaar reeds voor de betaling een (voorwaardelijk) schuldeiser
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.