Zoekresultaten

Voor “"7 Wet OB 1968"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

21 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • Belastingrecht
    Fiscale eenheid; grensoverschrijdend; artikel 11 Btw-richtlijn; uitputtende harmonisatie?; artikel 7 Wet OB…

    Parket bij de Hoge Raad28 juli 2023ECLI:NL:PHR:2023:700

    Fiscale eenheid; grensoverschrijdend; artikel 11 Btw-richtlijn; uitputtende harmonisatie?; artikel 7 Wet OB 1968; artikel 49 VWEU; vrijheid van vestiging; artikel 267 VWEU; primair en secundair EU recht. Belanghebbende is een fiscale

  • Belastingrecht
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht

    Parket bij de Hoge Raad28 april 1999ECLI:NL:PHR:1999:AA2743

    niet diensten verricht jegens ondernemers, niet als een ondernemer in de zin van art. 7 Wet OB 1968 kan worden beschouwd. 3.9. In cassatie moet er van worden uitgegaan

  • Belastingrecht
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht

    Parket bij de Hoge Raad18 oktober 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD9787

    activiteiten is belanghebbende niet aan te merken als ondernemer in de zin van artikel 7 Wet OB 1968. 2.3. Ter uitvoering van zijn taak als waterschap heeft belanghebbende een rioolwaterzuiveringsinstallatie (hierna: RWZI … niet uitdrukkelijk in de Wet OB 1968 overgenomen. Maar bij de uitleg van artikel 7 Wet OB 1968 moet het uiteraard in acht worden genomen. HR 2 november

  • Belastingrecht
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht

    Parket bij de Hoge Raad1 juli 1998ECLI:NL:PHR:1998:AA2326

    ondernemers in het kader van hun onderneming worden verricht;". 2.2. Ondernemer is ingevolge art. 7 Wet OB 1968 ieder die een bedrijf, waaronder mede verstaan wordt een beroep, zelfstandig uitoefent … Rijk) gevestigde ondernemers moeten aantonen, dat zij ondernemer zijn in de zin van (art. 7 Wet OB 1968).' Vervolgens heeft de toenmalige bewindsman in de Uitv. besch. OB 1968

  • Belastingrecht
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht

    Parket bij de Hoge Raad26 april 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD3572

    omzetbelasting als ondernemer, en daarmee als belastingplichtige, heeft te gelden, is geregeld in artikel 7 Wet OB 1968. Lid 1 daarvan merkt als ondernemer aan ieder die zelfstandig een bedrijf uitoefent … exploitatie van een vermogensbestanddeel om er duurzaam opbrengst uit te krijgen. Artikel 7 Wet OB 1968 strekt ter uitvoering van artikel 4 van de zesde EG-richtlijn op het gebied

  • Belastingrecht
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht

    Parket bij de Hoge Raad9 oktober 1996ECLI:NL:PHR:1996:AA2057

    aanzien van beide vestigingen als de ondernemer in de zin van art. 7 Wet OB 1968 moest worden aangemerkt. Die opvatting lijkt mij gelet op de aanvankelijke vermelding in het handelsregister

  • Belastingrecht
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht

    Parket bij de Hoge Raad5 november 1997ECLI:NL:PHR:1997:AA3313

    omzetbelasting als zij is aan te merken als ondernemer in de zin van art. 7 Wet OB 1968. Daarbij wordt onder meer de eis gesteld dat er sprake moet zijn van deelname

  • Belastingrecht
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht

    Parket bij de Hoge Raad25 juni 1997ECLI:NL:PHR:1997:AA2106

    Voor de Wet OB 1968 kan men gelet op art. 3, lid 7 Wet OB 1968 hetzelfde aannemen, zij het dat de vestiging, overdracht etc. van zakelijke rechten uitdrukkelijk gelijk is gesteld

  • Belastingrecht
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht

    Parket bij de Hoge Raad4 maart 1998ECLI:NL:PHR:1998:AA2452

    publiekrechtelijke lichamen, c.q. de vraag of zij 'ondernemer' zijn in de zin van art. 7 Wet OB 1968, ligt besloten in art. 4, lid 5, Zesde richtlijn. Daarin is o.m. bepaald

  • Strafrecht overig
    Redengevendheid van een door het Hof gebruikt bewijsmiddel. De in het middel vervatte klacht dat de door het…

    Parket bij de Hoge Raad16 oktober 2007ECLI:NL:PHR:2007:BA8508

    voorts degene die een vermogensbestanddeel exploiteert teneinde daaruit duurzaam opbrengst te verkrijgen, vgl. art. 7 Wet OB 1968. Volgens de in het eerste lid van art. 13 Wet OB 1968 neergelegde hoofdregel

  • Belastingrecht
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht

    Parket bij de Hoge Raad26 maart 1997ECLI:NL:PHR:1997:AA2136

    desbetreffende bepaling (in 1991: art. 27, lid 5, thans art. 27, lid 7, Wet OB 1968) als een lex specialis van art. 25 kan worden beschouwd. Ook het derde argument acht

  • Europees bestuursrecht
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Europees bestuursrecht

    Parket bij de Hoge Raad14 februari 2003ECLI:NL:PHR:2003:AE9360

    Verweerder in cassatie, X (hierna: belanghebbende), is ondernemer in de zin van artikel 7 Wet OB 1968. Onder de naam A houdt hij zich bedrijfsmatig bezig met het aan- en verkopen

  • Belastingrecht
    A-G Ettema gaat in de bijgevoegde conclusie – en die in de zaken met rolnummers 20/00269 en 20/00271 – vooral…

    Parket bij de Hoge Raad20 augustus 2020ECLI:NL:PHR:2020:720

    volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad een ‘ieder’ is als bedoeld in artikel 7 Wet OB 1968. Daarom kan zij als zodanig ondernemer zijn. Dit heeft alleen betekenis

  • Belastingrecht
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht

    Parket bij de Hoge Raad8 november 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE7308

    geven van adviezen op automatiseringsgebied. Zij is ondernemer in de zin van artikel 7 Wet OB 1968. 1.2. Belanghebbende heeft deelgenomen aan een consortium als bedoeld in artikel 1, onderdeel

  • Belastingrecht
    A-G Ettema gaat in de bijgevoegde conclusie – en die in de zaken met rolnummers 19/05647 en 20/00269 – vooral…

    Parket bij de Hoge Raad20 augustus 2020ECLI:NL:PHR:2020:718

    volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad een ‘ieder’ is als bedoeld in artikel 7 Wet OB 1968. Daarom kan zij als zodanig ondernemer zijn. Dit heeft alleen betekenis

  • Belastingrecht
    A-G Ettema gaat in de bijgevoegde conclusie – en die in de zaken met rolnummers 19/05647 en 20/00271 – vooral…

    Parket bij de Hoge Raad20 augustus 2020ECLI:NL:PHR:2020:719

    volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad een ‘ieder’ is als bedoeld in artikel 7 Wet OB 1968. Daarom kan zij als zodanig ondernemer zijn. Dit heeft alleen betekenis

  • Belastingrecht
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht

    Parket bij de Hoge Raad14 april 1999ECLI:NL:PHR:1999:AA2727

    haar activiteiten voor de vennootschappen van de Begrafenisgroep, ondernemer als bedoeld in art. 7, Wet OB 1968. Dat ondernemerschap hield aanzienlijk meer in dan de enkele exploitatie van een vermogensbestanddeel als bedoeld

  • Belastingrecht
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht

    Parket bij de Hoge Raad14 maart 2001ECLI:NL:PHR:2001:AB0829

    komt ook elders in het belastingrecht aan de orde. Te denken valt aan art. 7 Wet OB 1968, maar ook aan de toepassing van art. 20, vijfde lid, Wet

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad14 februari 2003ECLI:NL:PHR:2003:AE9247

    voor bezwaar vatbare) beschikking van de inspecteur, zie art. 33, lid 1 en lid 7, Wet OB 1968. Welnu, het Hof heeft in zijn arrest niet vastgesteld op welk tijdvak de naheffingsaanslag

  • Belastingrecht
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht

    Parket bij de Hoge Raad3 januari 2001ECLI:NL:PHR:2001:AA9242

    productie van (Neder)wiet (marihuana). Hij is ondernemer in de zin van art. 7 Wet OB 1968. 1.2. De belanghebbende leverde zijn stekken en zaden van hennepplanten tegen het verlaagde omzetbelastingtarief

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.