5 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- InsolventierechtEerste aanleg - enkelvoudigNa surseance van betaling/faillissement ontstane vorderingen uit hoofde van reeds bestaande rechtsverhouding…
Rechtbank Amsterdam|28 december 2016|ECLI:NL:RBAMS:2016:9633
surseance van betaling/faillissement ontstane vorderingen uit hoofde van reeds bestaande rechtsverhouding. Fixatiebeginsel. Art. 249 Fw. Betekenis van r.o. 3.7.2 van HR 19 april 2013 (Koot Beheer/Tideman q.q.). vonnis RECHTBANK AMSTERDAM afdeling privaatrecht … geldende, volgens hem onder meer in artikel 228 Faillissementswet (Fw) neergelegde – fixatiebeginsel en op artikel 249 Fw. CS betoogt het tegenovergestelde. Zij meent dat het fixatiebeginsel in de door de curator bedoelde
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigEen afkoelingsperiode in surseance van betaling komt in mindering op de termijn van de afkoelingsperiode in…
Rechtbank Amsterdam|4 december 2013|ECLI:NL:RBAMS:2013:8883
241a Fw, een afkoelingsperiode afgekondigd van twee maanden, vanaf de dagtekening van de beschikking. Artikel 249 Fw bepaalt voor zover hier van belang dat indien een faillissement wordt uitgesproken bij de intrekking … Hoge Raad (HR 10 januari 1975, NJ 1976,249) blijkt, is de in artikel 249 Fw opgenomen opsomming niet limitatief bedoeld. De afkoelingsperiode behoort naar zijn aard van beperkte duur te zijn
- Civiel recht overigEerste aanleg - meervoudigPrejudiciële vraag voor HR: Komt een vordering ter zake van rente vervallen in de periode vanaf datum van…
Rechtbank Amsterdam|22 maart 2017|ECLI:NL:RBAMS:2017:2006
datum waarop (voorlopig) surseance van betaling wordt verleend. Volgens hem volgt uit artikel 249 Fw, dat ertoe strekt dat surseance van betaling en faillissement als een geheel worden behandeld … eventuele stemming, tijdens de (voorlopige) surseance van betaling, over een aangeboden akkoord. In artikel 249 Fw wordt niet verwezen naar artikel 128 Fw en ook voor het overige neemt die bepaling niet
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigVervolg op Rb. Amsterdam 28 december 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:9633. Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.
Rechtbank Amsterdam|22 maart 2017|ECLI:NL:RBAMS:2017:1971
prejudiciële beslissing de volgende rechtsvragen: ( I) dienen, mede gelet op het fixatiebeginsel en artikel 249 Fw, vorderingen die zijn ontstaan op of na de dag waarop aan de schuldenaar surseance van betaling
- InsolventierechtEerste aanleg - enkelvoudigOmzetting van surseance in faillissement. Vraag of het centrum van de voornaamste belangen (COMI) in de zin…
Rechtbank Amsterdam|31 januari 2007|ECLI:NL:RBAMS:2007:AZ9985
tijdstip waarop de beslissing tot opening van de procedure rechts-gevol-gen heeft,[..]” Krachtens artikel 249 Fw geldt dat een aantal gevolgen van het faillissement dat wordt uitgesproken in opvolging
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.