2 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigEerste aanleg - meervoudigPrejudiciële vraag voor HR: Komt een vordering ter zake van rente vervallen in de periode vanaf datum van…
Rechtbank Amsterdam|22 maart 2017|ECLI:NL:RBAMS:2017:2006
datum waarop (voorlopig) surseance van betaling wordt verleend. Volgens hem volgt uit artikel 249 Fw, dat ertoe strekt dat surseance van betaling en faillissement als een geheel worden behandeld … eventuele stemming, tijdens de (voorlopige) surseance van betaling, over een aangeboden akkoord. In artikel 249 Fw wordt niet verwezen naar artikel 128 Fw en ook voor het overige neemt die bepaling niet
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigVervolg op Rb. Amsterdam 28 december 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:9633. Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.
Rechtbank Amsterdam|22 maart 2017|ECLI:NL:RBAMS:2017:1971
prejudiciële beslissing de volgende rechtsvragen: ( I) dienen, mede gelet op het fixatiebeginsel en artikel 249 Fw, vorderingen die zijn ontstaan op of na de dag waarop aan de schuldenaar surseance van betaling
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.