4 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigKort gedingpartijen strijden over de reikwijdte van artikel 7:629a BW. Dat geschil hoort thuis in de hoger…
Rechtbank Arnhem|9 juni 2009|ECLI:NL:RBARN:2009:BJ1040
partijen strijden over de reikwijdte van artikel 7:629a BW. Dat geschil hoort thuis in de hoger beroepsprocedure waarin Popa Van Ewijk heeft gedagvaard en niet in een executieprocedure als het onderhavige … zaak waarin het kantonvonnis is gewezen een deskundigenverklaring als bedoeld in artikel 7:629a BW had moeten overleggen. Dat de kantonrechter artikel 7:629a BW heeft toegepast, betekent in dit kort geding
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigIn eerdere procedure is eiser niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering wegens het ontbreken van…
Rechtbank Arnhem|25 april 2008|ECLI:NL:RBARN:2008:BD1103
verklaard in zijn vordering wegens het ontbreken van deskundigenverklaring in de zin van art. 7:629a BW. Eiser is van dat vonnis niet in hoger beroep gekomen en tegen dat vonnis staan … geen informatie ingewonnen. Daarnaast voldoet het rapport niet aan de vereisten van artikel 7:629a BW, omdat de mogelijkheden van passend werk niet zijn beoordeeld. Meer subsidiair verzoekt zij de vorderingen
- Civiel recht overigVoorlopige voorzieningLoonvordering. Artikel 7:629, 7:629a BW. De kantonrechter oordeelt dat voorshands onvoldoende aannemelijk is…
Rechtbank Arnhem|28 april 2011|ECLI:NL:RBARN:2011:BQ3930
Loonvordering. Artikel 7:629, 7:629a BW. De kantonrechter oordeelt dat voorshands onvoldoende aannemelijk is dat werknemer fysiek niet in staat is de bedongen werkzaamheden gedurende een aantal uren … gelegenheid van de mondelinge behandeling zich – naar de kantonrechter begrijpt primair – beroepen op artikel 7:629a BW. [werkgeefster] voert aan dat een loonvordering op grond van artikel 7:629 BW dient
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigEiser legt aan zijn primaire geldvorderingen ten grondslag dat het ontslagbesluit van 13 februari 2006 op…
Rechtbank Arnhem|21 augustus 2006|ECLI:NL:RBARN:2006:AY8816
Eiser legt aan zijn primaire geldvorderingen ten grondslag dat het ontslagbesluit van 13 februari 2006 op grond van artikel 2:14 BW dan wel 2:15 BW non-existent of nietig respectievelijk vernietigbaar is wegens strijd met de wet en de statuten van Novio. De subsidiaire geldvorderingen baseert eiser op de CAO Novio.
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.