10 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- VerbintenissenrechtKort gedingKort geding, vordering tot opheffing conservatoir beslag tot levering appartement afgewezen. Naar het oordeel…
Rechtbank Den Haag|9 juni 2022|ECLI:NL:RBDHA:2022:5734
zeer de vraag of aan eiseres een beroep toekomt op het schriftelijkheidsvereiste van artikel 7:2 BW. Rechtbank den haag Team handel - voorzieningenrechter zaak- / rolnummer: C/09/629462 / KG ZA 22-411 Vonnis
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigAfgebroken onderhandelingen over koop onroerende zaken.
Rechtbank Den Haag|1 mei 2013|ECLI:NL:RBDHA:2013:CA0217
anders dan [B] meent het dwingendrechtelijk vereiste van een schriftelijke koopovereenkomst van art. 7:2 BW volgens hen in dit geval niet geldt. 3.2 [B] voert in deze bodemprocedure gemotiveerd verweer tegen … daartoe - verkort weergegeven - dat sprake is van een nietige koopovereenkomst omdat de door art. 7:2 BW volgens hem ook in dit geval dwingendrechtelijk vereiste schriftelijke koopovereenkomst ontbreekt. Ook stelt
- VerbintenissenrechtBodemzaakCiviel recht, verbintenissenrecht. Koop onroerend goed. Overeenkomst aangegaan namens besloten vennootschap…
Rechtbank Den Haag|1 mei 2019|ECLI:NL:RBDHA:2019:4212
oordeel berust op de volgende overwegingen. [gedaagden 1 en 3] geen consument 4.8. Artikel 7:2 BW regelt de koop van woningen door consumenten. 4.9. De rechtbank is van oordeel dat artikel … 7:2 BW in deze zaak om twee redenen niet van toepassing is: [gedaagde 1] en [gedaagde 3] handelden niet als consumenten, en het pand is geen woning. [gedaagde 1] heeft
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigGeen beroepsfout advocaat
Rechtbank Den Haag|23 maart 2017|ECLI:NL:RBDHA:2017:7144
tussentijd notariskantoor Kooijman Lambert gevraagd om advies omtrent de toepasselijkheid van het in artikel 7:2 BW neergelegde schriftelijkheidsvereiste. Op 10 juli 2014 heeft Kooijman Lambert bericht dat dit vereiste naar haar … mail van 15 juli 2014 heeft [gedaagde] aan [MW] bericht dat artikel 7:2 BW niet geldt. [MW] is evenwel bij zijn standpunt gebleven. 2.17 [gedaagde] en [MW] zijn vervolgens een mediation
- VerbintenissenrechtEerste aanleg - enkelvoudigKort geding. Vordering tot nakoming koopovereenkomst met betrekking tot een parterre afgewezen. Onvoldoende…
Rechtbank Den Haag|30 juni 2026|ECLI:NL:RBDHA:2026:18685
gekomen met betrekking tot de parterre. [gedaagden] voeren aan dat het schriftelijkheidsvereiste van artikel 7:2 BW geldt, omdat [eiser] geen professionele partij is en hij de parterre als woning wilde gaan
- Civiel recht overigBodemzaakKoopovereenkomst woning gesloten onder invloed van gestoorde geestesvermogens (artikel 3:34 BW). Geen beroep…
Rechtbank Den Haag|25 april 2018|ECLI:NL:RBDHA:2018:5118
mondelinge overeenkomst niet relevant is, omdat een schriftelijkheidsvereiste geldt, ten eerste gelet op artikel 7:2 BW en ten tweede op grond van artikel 21 lid 1 van de koopovereenkomst tussen [gedaagde … koopovereenkomst hebben ondertekend. Dit betoog volgt de rechtbank niet. Het wettelijk schriftelijkheidsvereiste van artikel 7:2 BW geldt blijkens lid 1 van dat artikel slechts indien de koper een natuurlijk persoon
- Burgerlijk procesrechtEerste aanleg - enkelvoudigKort geding. Inzagevordering art. 194 lid 1 Rv. Aan de voorwaarden voor een vordering tot inzage is voldaan…
Rechtbank Den Haag|19 juni 2025|ECLI:NL:RBDHA:2025:16655
geschil dat bij de (ver)koop van het bedrijfspand het schriftelijkheidsvereiste van artikel 7:2 BW niet geldt. Het is daarom niet van belang dat er geen door beide partijen ondertekende koopovereenkomst
- Civiel recht overigBodemzaakZaak met betrekking tot koop woning. Er is geen perfecte overeenkomst tot stand gekomen. Onderhandelingen…
Rechtbank Den Haag|15 juli 2015|ECLI:NL:RBDHA:2015:9132
schriftelijk was aangegaan, want als professionele partij komt haar geen beroep toe op artikel 7:2 BW. Er is dus sprake van een overeenkomst tussen partijen en Vestia dient die overeenkomst
- VerbintenissenrechtEerste aanleg - enkelvoudigPartijen hebben gecommuniceerd over de koop door eiseres van een perceel grond van gedaagde met daarop een…
Rechtbank Den Haag|18 februari 2026|ECLI:NL:RBDHA:2026:4215
Partijen hebben gecommuniceerd over de koop door eiseres van een perceel grond van gedaagde met daarop een bedrijfspand. Nadat partijen overeenstemming hadden bereikt over een koopsom voor deze onroerende zaak, heeft de verkoopmakelaar van gedaagde een conceptkoopakte aan partijen gestuurd. Een week later – er was nog…
- VerbintenissenrechtBodemzaakVerdeling appartement broer en zus. Partijen zijn (voorwaarden) verdeling overeengekomen. Vordering tot…
Rechtbank Den Haag|1 maart 2023|ECLI:NL:RBDHA:2023:2275
Verdeling appartement broer en zus. Partijen zijn (voorwaarden) verdeling overeengekomen. Vordering tot rentebetaling over geldlening broer aan zus wordt afgewezen nu rente(percentage) niet schriftelijk overeengekomen is (zie art. 7a:1805 BW) en ook niet gebleken dat partijen anderszins een rente(verplichting) zijn…
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.