12 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigTerugvordering door pensioenfonds wegens onverschuldigde betaling van invaliditeitspensioen, aanvullend…
Rechtbank Limburg|2 maart 2022|ECLI:NL:RBLIM:2022:1740
ontstaan per eind december 2015. [gedaagde] beroept zich op artikelen 3:307 juncto 3:308 BW: nu de laatste uitbetaling eind december 2015 heeft plaatsgevonden en de dagvaarding dateert van 9 november … Tijdens de mondelinge behandeling heeft BPF Bouwnijverheid aangevoerd dat niet artikelen 3:307 juncto 3:308 BW van toepassing zijn, maar artikel 3:309 BW, waarbij het moment van bekendheid eind 2015/begin
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigFondsen in de Metaal en Techniek vorderen om te verklaren voor recht dat een bedrijf als Werkgever valt onder…
Rechtbank Limburg|23 juli 2014|ECLI:NL:RBLIM:2014:6684
jaar (onverschuldigde betaling ex 3:309 BW en/of betaling van periodieke schulden ex artikel 3:308 BW), welke niet gestuit is door de Fondsen. Hiertegen hebben de Fondsen aangevoerd, mede onder verwijzing … nader vast te stellen bedragen is de kantonrechter met [gedaagden] van oordeel dat artikel 3:308 BW van toepassing is. In dit artikel is bepaald dat “rechtsvorderingen tot betaling van renten
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigRechtbank Limburg · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Limburg|3 februari 2021|ECLI:NL:RBLIM:2021:950
volgende op die waarop de vordering opeisbaar is geworden. Op grond van 3:308 BW geldt hetzelfde voor rechtsvorderingen tot betaling van de rente. Een verjaring kan worden gestuit door een schriftelijke
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigVerzekeringsrecht; dekking
Rechtbank Limburg|18 september 2024|ECLI:NL:RBLIM:2024:6441
reageren op het, meest verstrekkende, verweer van [gedaagde] dat de vordering is verjaard (artikel 3:308 BW). [gedaagde] doelt op de vijfjaarperiode van 2018 tot 2023. VGZ heeft hierop een zestal brieven
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigEindvonnis. Erfrechtelijke zaak tussen broers en zussen.
Rechtbank Limburg|5 juli 2023|ECLI:NL:RBLIM:2023:4196
Eindvonnis. Erfrechtelijke zaak tussen broers en zussen.
- Civiel recht overigKort gedingToewijzen woning door woningcorporatie, contractsvrijheid, Wmo-indicatie, huurachterstand van 16 jaar geleden…
Rechtbank Limburg|25 januari 2023|ECLI:NL:RBLIM:2023:611
inmiddels (gelet op art. 3:608 BW [de voorzieningenrechter leest en begrijpt: art. 3:308 BW]) is verjaard. [eiseres] vordert dan ook dat Stichting Weller Wonen de beweerdelijke huurschuld bij Wonen Zuid
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigCiviel recht. Bodemzaak. Partijen zijn in het verleden gehuwd geweest met elkaar. In het…
Rechtbank Limburg|9 juli 2025|ECLI:NL:RBLIM:2025:12656
pensioentermijnen die vallen onder de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding, op grond van artikel 3:308 BW niet eerder verjaren dan na verloop van vijf jaar na aanvang van de vordering
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigZakelijk geschil tussen vader en zoon. Verwijzing van een deel van de vorderingen naar de kamer voor andere…
Rechtbank Limburg|3 mei 2023|ECLI:NL:RBLIM:2023:2923
kantonrechter overweegt als volgt. De rechtsvordering tot betaling van huur verjaart ingevolge art. 3:308 BW door verloop van vijf jaren na het opeisbaar worden van de vordering. De kantonrechter stelt vast
- ArbeidsrechtEerste aanleg - enkelvoudigKlachtplicht ex art. 6:89 BW niet van toepassing op loonbetaling. Geen rechtsverwerking. Door werkgever…
Rechtbank Limburg|20 december 2017|ECLI:NL:RBLIM:2017:12402
artikel 7:611 BW. De verjaringstermijn van de onderhavige vorderingen bedraagt ingevolge artikel 3:308 BW vijf jaar na de aanvang van de dag volgende op die waarop de vordering opeisbaar
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigBijzondere overeenkomst; arbeidsrecht; loonvordering (met of zonder ontslag)
Rechtbank Limburg|12 maart 2025|ECLI:NL:RBLIM:2025:2456
Omdat [eiser] geen eerdere stuitingshandelingen verricht heeft, is de (gestelde) loonvordering op basis van 3:308 BW verjaard voor zover die betrekking heeft op de periode maart 2018 tot en met september
- Civiel recht overigKort gedingVordering opheffing conservatoir beslag. Beslag op grond van artikel 1:96 lid 1 BW, op aandeel van echtgenote…
Rechtbank Limburg|19 juni 2020|ECLI:NL:RBLIM:2020:4432
Vordering opheffing conservatoir beslag. Beslag op grond van artikel 1:96 lid 1 BW, op aandeel van echtgenote (niet-schuldenaar) in woning die tot huwelijksgemeenschap behoort (Hof Arnhem 22 februari 2008, ECLI:NL:GHARN:2008:BC5100).
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigTurboliquidatie; bestuurdersaansprakelijkheid
Rechtbank Limburg|7 april 2021|ECLI:NL:RBLIM:2021:3187
ineens in haar geheel terug te betalen. Op grond van het bepaalde in artikel 3:308 BW verjaren de afzonderlijke aflossingstermijnen vijf jaar nadat deze opeisbaar zijn geworden, in dit geval voor
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.