Zoekresultaten

Voor “"7:129c BW"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

4 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • VerbintenissenrechtEerste aanleg - enkelvoudig
    Eiseres heeft aan gedaagde een bedrag van € 9.300,00 verstrekt. Geldlening of schenking? Na getuigenverhoor…

    Rechtbank Limburg15 november 2017ECLI:NL:RBLIM:2017:11070

    geldlening. Gevorderde rente over de lening wordt op grond van artikel 7:129c BW afgewezen. RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: 4937804 \ CV EXPL 16-3436 Vonnis van de kantonrechter … schriftelijk is bedongen, zodat de vordering ook op grond van het bepaalde in artikel 7:129c BW dient te worden afgewezen. 2.16. [eisende partij] maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten

  • Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudig
    Overeenkomst van geldlening. - Contractspartijen? - Mededeling van opeising? - Bedongen rente?

    Rechtbank Limburg17 februari 2021ECLI:NL:RBLIM:2021:1507

    bedongen, waardoor een dergelijke afspraak nietig is. 4.20. De rechtbank overweegt dat in artikel 7:129c BW bepaald is dat de particulier die geld uitleent aan een andere particulier geen recht … oordeel van de rechtbank sprake van een schriftelijk beding als bedoeld in artikel 7:129c BW. De gevorderde contractuele rente van vier procent over het toe te wijzen bedrag

  • Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudig
    Bijzondere overeenkomst; verbruikleen (geldlening); overige verbruikleen (geldlening)

    Rechtbank Limburg20 december 2023ECLI:NL:RBLIM:2023:7483

    particulier met elkaar deze geldleningsovereenkomst gesloten hebben, volgt uit het bepaalde in art. 7:129c BW dat alleen dan rente is verschuldigd indien dit schriftelijk werd overeengekomen. Dit hoeft overigens niet

  • VerbintenissenrechtBodemzaak
    Eindvonnis. Eisers hebben niet voldaan aan de opdracht, zoals geformuleerd in het tussenvonnis. Om die reden…

    Rechtbank Limburg4 februari 2026ECLI:NL:RBLIM:2026:978

    geleende gelden moet terugbetalen en daarover rente moet betalen, omdat dit voortvloeit uit artikel 7:129c BW. Omdat partijen geen rentepercentage hebben afgesproken, is de wettelijke rente verschuldigd. Dit volgt

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.