7 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigIs het (voorgenomen) besluit tot schorsing en ontslag van de directeur van de onderneming een besluit dat…
Rechtbank Oost-Brabant|18 november 2015|ECLI:NL:RBOBR:2015:6594
kwestie is ongeschikt voor de behandeling in kort geding, waardoor de gevraagde voorzieningen ex art. 256 Rv moeten worden afgewezen. Ter onderbouwing hiervan geldt dat het gaat om declaratoire vorderingen, de feiten … gevraagde vorderingen al dan niet dienen te worden toegewezen. Het beroep op art. 256 Rv faalt dan ook. 4.6. Art. 25 lid 1 sub e WOR bepaalt dat de ondernemingsraad door
- Civiel recht overigOp tegenspraakartikel 6:194a BW. ongeoorloofde vergelijkende reclame tussen autozitjes met vijfpuntsgordelsysteem en…
Rechtbank Oost-Brabant|17 oktober 2014|ECLI:NL:RBOBR:2014:6281
deze niet geschikt is om in kort geding te worden beslist. Op grond van artikel 256 Rv dienen de gevraagde voorzieningen daarom te worden geweigerd. Het ontbreekt Cybex ten slotte aan voldoende … kort geding te worden beslist en dat de gevorderde voorziening daarom op grond van artikel 256 Rv zouden moeten worden geweigerd, faalt. De zaak is binnen het bestek van dit kort geding
- ArbeidsrechtKort gedingOntslag op staande voet. Werknemer heeft niet binnen de wettelijke vervaltermijn van twee maanden een verzoek…
Rechtbank Oost-Brabant|4 januari 2019|ECLI:NL:RBOBR:2019:88
ligt, kan hij daarin niet worden gevolgd. De voorzieningenrechter kan kortgedingzaken -zo volgt uit artikel 256 Rv- namelijk niet naar de bodemrechter doorverwijzen. 4.7. Gelet op de door partijen aangevoerde feiten bestaat
- Civiel recht overigKort gedingKort geding. Geldvordering in kort geding toegewezen.
Rechtbank Oost-Brabant|3 april 2018|ECLI:NL:RBOBR:2018:1523
geweigerd omdat de zaak niet geschikt is om te worden behandeld in kort geding (artikel 256 Rv) is niet aannemelijk geworden. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is de zaak feitelijk voldoende
- Civiel recht overigKort gedingKort geding, erkende geldvordering toegewezen , gebod om certificaten te verkopen (op basis van de…
Rechtbank Oost-Brabant|8 januari 2019|ECLI:NL:RBOBR:2019:84
vordering onder 1 in het geheel niet complex is en ook het beroep op art. 256 Rv faalt. 4.4. Omdat de vordering van [eiseres] uit hoofde van de geldlening niet wordt betwist
- Civiel recht overigKort gedingOvereenkomst mbt leerlingenvervoer tussen vervoerder en gemeente na aanbesteding. Gemeente ontbindt de…
Rechtbank Oost-Brabant|24 mei 2019|ECLI:NL:RBOBR:2019:2978
Overeenkomst mbt leerlingenvervoer tussen vervoerder en gemeente na aanbesteding. Gemeente ontbindt de overeenkomst. Contractueel kan de gemeente de overeenkomst ontbinden als de vervoerder toerekenbaar tekort is geschoten. De gemeente heeft niet aannemelijk gemaakt dat de vervoerder toerekenbaar tekort is geschoten.…
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigreële executie Recht op inzage stukken bewindvoerder inlichtingenplicht saniet art. 327 jo. 105 FW Recht op…
Rechtbank Oost-Brabant|6 juli 2017|ECLI:NL:RBOBR:2017:3712
buitengewoon ingewikkeld of omvangrijk, waardoor deze niet geschikt zou zijn voor een kort geding (artikel 256 Rv). 4.2. Voorop staat dat bij de oordeelsvorming in dit kort geding, waar mag worden beslist
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.