11 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigBodemzaakArtikel 6:74 BW, juncto artikel 6:71 BW, artikel 6:89 BW (klachtplicht), rechtsverwerking/verjaring (artikel…
Rechtbank Oost-Brabant|3 september 2026|ECLI:NL:RBOBR:2026:6404
BW, juncto artikel 6:71 BW, artikel 6:89 BW (klachtplicht), rechtsverwerking/verjaring (artikel 3:307 BW), Artikelen 14 en 19 van Europese Verordening (EG) nr. 178/2002 Algemene Levensmiddelenverordening, GFL-melding. Vordering
- Civiel recht overigKort gedingKort geding. Vordering tot nakoming van de uit de koopovereenkomst van 1 mei 1999 voortvloeiende verplichting…
Rechtbank Oost-Brabant|14 april 2020|ECLI:NL:RBOBR:2020:2250
terstond kan worden nagekomen en terstond nakoming kan worden gevorderd. Op grond van artikel 3:307 BW verjaart een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis uit overeenkomst tot een geven of doen … waarop de vordering opeisbaar is geworden, lopen. Aangezien de bepaling van art. 3:307 BW onmiddellijke werking heeft is de verjaring op 2 mei 2004 voltooid. Niets is gesteld of gebleken waaruit
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigContradictoir. Verdeling/vergoedingsrechten na samenwoning
Rechtbank Oost-Brabant|25 maart 2020|ECLI:NL:RBOBR:2020:1762
Contradictoir. Verdeling/vergoedingsrechten na samenwoning
- Civiel recht overigBodemzaakTussenvonnis met bewijsopdacht. Ex-partners. Geen huwelijk, geen samenlevingscontract. Komt aan de man een…
Rechtbank Oost-Brabant|27 januari 2021|ECLI:NL:RBOBR:2021:292
zijn allemaal zaken van tien of meer jaren geleden, terwijl de toepasselijke verjaringstermijn (artikel 3:307 BW) vijf jaar is. Toen deze vorderingen bij het indienen van de conclusie van repliek werden
- Civiel recht overigBodemzaakincasso vorderingen uit hoofde van verschuldigde commissie en geldlening; verjaring; opeisbaarheid
Rechtbank Oost-Brabant|29 april 2020|ECLI:NL:RBOBR:2020:2381
overwogen verjaart een rechtsvordering tot betaling van een geldbedrag op grond van artikel 3:307 BW na verloop van 5 jaar na aanvang van de dag, volgende op die waarop de vordering
- Civiel recht overigOp tegenspraakPensioenschade. In de arbeidsovereenkomst staat dat er een verplichte deelname geldt in de collectieve…
Rechtbank Oost-Brabant|9 april 2020|ECLI:NL:RBOBR:2020:2256
nakoming op het moment van omzetten al was verjaard. Hiervoor geldt volgens artikel 3:307 BW een termijn van 5 jaar na de aanvang van de dag, volgende op die waarop
- Civiel recht overigBodemzaakTussen partijen is in geschil of de vordering inmiddels is verjaard. De brief van 17 februari 2011 van eiser…
Rechtbank Oost-Brabant|28 februari 2024|ECLI:NL:RBOBR:2024:1142
tussen ING en [gedaagde 1] niet in geschil dat er op grond van art. 3:307 BW een verjaringstermijn geldt van 5 jaar, welke is gaan lopen op 28 januari
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigKort geding. Vordering curator tot meewerken aan bindend advies. Door betaling van de…
Rechtbank Oost-Brabant|28 december 2020|ECLI:NL:RBOBR:2020:6661
vorige kort geding, namelijk artikel 3:316 BW in plaats van artikel 3:307 BW. De voorzieningenrechter zal daarom alsnog beoordelen of dat beroep op verjaring wel slaagt. 4.5. Qander stelt
- Civiel recht overigBodemzaakkwalificatie overeenkomst (aanneming van werk / consumentenkoop / gemengde overeenkomst), nakoming…
Rechtbank Oost-Brabant|7 september 2023|ECLI:NL:RBOBR:2023:4428
sprake van aanneming van werk, dan geldt op grond van de algemene regels van 3:307 BW een verjaringstermijn van 5 jaar en vangt de termijn aan op het moment
- Civiel recht overigBodemzaakBorgtocht afgegeven aan bank. Geen beroep op dwaling. Opzegging krediet niet in strijd met redelijkheid en…
Rechtbank Oost-Brabant|19 juni 2024|ECLI:NL:RBOBR:2024:2577
verjaringstermijn op 27 december 2017 aangevangen, zodat – uitgaande van de vijfjaarstermijn in artikel 3:307 BW – de vordering van ING is verjaard na 28 december 2022. Omdat de vordering
- Civiel recht overigBodemzaakEisers hebben gedurende meerdere jaren een vaste standplaats op een recreatieterrein gehuurd. In deze zaak is…
Rechtbank Oost-Brabant|1 oktober 2026|ECLI:NL:RBOBR:2026:6990
Eisers hebben gedurende meerdere jaren een vaste standplaats op een recreatieterrein gehuurd. In deze zaak is de vraag aan de orde of de 95 eisers op grond van de toepasselijke algemene voorwaarden bij de (voormalige) huurovereenkomsten aanspraak maken op een tegemoetkoming, waarbij de vordering van één eiser tijdens…
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.