3 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigOp tegenspraakIncident relatieve onbevoegdheid art. 110 Rv. Drie gedaagden vorderen in een eerste incidentele conclusie dat…
Rechtbank Oost-Brabant|13 maart 2019|ECLI:NL:RBOBR:2019:1362
instellen, omdat de wet geen sanctie verbindt aan de bepaling in artikel 208 lid 3 Rv dat incidenten zo veel mogelijk gelijktijdig moeten worden ingesteld. [gedaagde] meent dat een sanctie … indiening van de exceptie van relatieve onbevoegdheid is vervallen op grond van artikel 128 lid 3 Rv en dat op grond van die bepaling ook het recht van [gedaagde] op het nemen
- Civiel recht overigOp tegenspraakArtikel 611a, lid 3 Rv. Voor het verbeuren van dwangsommen is niet vereist dat een grosse van het vonnis…
Rechtbank Oost-Brabant|13 februari 2019|ECLI:NL:RBOBR:2019:766
Artikel 611a, lid 3 Rv. Voor het verbeuren van dwangsommen is niet vereist dat een grosse van het vonnis wordt betekend, een afschrift voldoet. Artikel 477 leden 3 en 4 Rv. Beslag … aanzien van het executoriale beslag op het deposito is het bepaalde in artikel 477, lid 3, Rv relevant. De Geschorste Leden en JW Gerechtsdeurwaarders konden pas aanspraak maken op het in deposito
- Civiel recht overigBeschikkingVerzoek ex artikel 474g Rv toegewezen. Geen verweer.
Rechtbank Oost-Brabant|9 januari 2019|ECLI:NL:RBOBR:2019:254
onder de voorwaarden als hierna is bepaald. 3.6. Op grond van artikel 474g lid 3 Rv dient de rechtbank in de beschikking te bepalen op welke wijze en onder welke voorwaarden
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.