20 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigBodemzaakfaillissement, huwelijkse voorwaarden, gezamenlijk gebruik bankrekening, prijsgeld, loterij
Rechtbank Oost-Brabant|29 juni 2016|ECLI:NL:RBOBR:2016:3386
belegging van gelden die aan haar toebehoren onder de voorwaarden van artikel 61 lid 4 Fw. 4.3. Volgens Klerks-Valks q.q. moet het met de loterij gewonnen geld worden aangemerkt … Fw in het faillissement van [gefailleerde] valt. [gedaagde] heeft betwist dat artikel 61 lid 4 Fw van toepassing is. Volgens haar moet aan de hand van artikel 61 lid 1 Fw worden
- Civiel recht overigProces-verbaalRangregeling. Voorstel staat van verdeling. Pandgever verleent eerste pandrecht op vorderingen die zij op…
Rechtbank Oost-Brabant|22 augustus 2016|ECLI:NL:RBOBR:2016:5086
daardoor geen separatist meer en dus niet bevoegd om op grond van artikel 57 lid 4 Fw te verzoeken om een rangregeling, aldus Van Woensel q.q. Of [verzoekster] al dan niet separatist … midden blijven. Artikel 57 lid 4 Fw bepaalt immers niet dat alleen een separatist bevoegd is om een verzoek om een rangregeling in te dienen. Ook [verzoekster] kan het verzoek indienen
- Civiel recht overigKort gedingExecutiegeschil. Eiser zit vanaf juli in detentie vanwege lijfsdwang (uitgesproken bij vonnis van 23 maart…
Rechtbank Oost-Brabant|15 september 2015|ECLI:NL:RBOBR:2015:5554
hoeft te worden gewacht totdat het vonnis van faillietverklaring onherroepelijk is. 4.4. Art. 33 lid 4 Fw bepaalt dat art. 33 Fw niet van toepassing is met betrekking tot alimentatievorderingen … voorzieningenrechter betreft ziet de uitzondering van art. 33 lid 4 Fw op de situatie dat de schuldenaar vermogen en/of inkomen heeft, waar de curator geen greep op heeft, bijvoorbeeld omdat het Nederlandse
- InsolventierechtEerste aanleg - enkelvoudigverzoek artikel 287b Faillissementswet (moratorium); laatste kans overeenkomst niet nagekomen…
Rechtbank Oost-Brabant|23 januari 2026|ECLI:NL:RBOBR:2026:432
afgewezen. De rechtbank zoekt daarom aansluiting bij de voorziening zoals genoemd in artikel 287 lid 4 Fw. Bij de beoordeling van het verzoek dient een belangenafweging te worden gemaakt waarbij de belangen … voorziening (moratorium) strekt ertoe om artikel 305 Fw van toepassing te verklaren (artikel 287b lid 4 Fw). In artikel 305 lid 2 Fw is onder meer bepaald dat een vonnis tot ontruiming
- Civiel recht overigRekestprocedureafwijzing verzoek dwangakkoord
Rechtbank Oost-Brabant|1 augustus 2013|ECLI:NL:RBOBR:2013:4449
wettelijk schuldsaneringstraject zou de woning, gelet op het bepaalde in artikel 64, lid 4 Fw respectievelijk artikel 313 lid 1 juncto artikel 61 lid 4 Fw, immers in de boedel vallen indien
- InsolventierechtEerste aanleg - meervoudigWHOA beschikking; afwijzing verzoek afkoelingsperiode ex artikel 376 Fw: De in artikel 370 lid 1 Fw bedoelde…
Rechtbank Oost-Brabant|20 april 2021|ECLI:NL:RBOBR:2021:4316
werknemers in het geding zijn in de faillissementsaanvraagprocedure, terwijl in artikel 369 lid 4 Fw is bepaald dat het in deze afdeling (WHOA) bepaalde niet van toepassing is op rechten van werknemers … verzoek ziet op het afkondigen van een afkoelingsperiode (artikel 376 Fw). 4.6. Artikel 376 lid 4 Fw kent een aantal vereisten voor toewijzing van het verzoek. In de eerste plaats moet blijken
- InsolventierechtEerste en enige aanlegWHOA; art. 371 en 376 lid 11 Faillissementswet (Fw); besloten akkoordprocedure; intrekken aanwijzing…
Rechtbank Oost-Brabant|22 april 2024|ECLI:NL:RBOBR:2024:1681
afkoelingsperiode en wordt niet langer voldaan aan de vereisten van artikel 376 leden 1 en 4 Fw. De herstructureringsdeskundige verzoekt de rechtbank daarom de afkoelingsperiode op te heffen. 2.3. Daarnaast zijn
- InsolventierechtBeschikkingWHOA; artikel 376 lid 5 Faillissementswet; verlenging afkoelingsperiode
Rechtbank Oost-Brabant|15 maart 2024|ECLI:NL:RBOBR:2024:1144
rechtbank is verder van oordeel dat is voldaan aan de vereisten van artikel 376 lid 4 Fw. Daartoe overweegt de rechtbank het volgende. 4.5. Uit de hiervoor onder 2.4. opgenomen stellingen
- InsolventierechtRaadkamerWHOA; verzoekschrift ex artikel 376 lid 5 Faillissementswet (Fw); verlenging afkoelingsperiode; belangrijke…
Rechtbank Oost-Brabant|2 oktober 2025|ECLI:NL:RBOBR:2025:6190
rechtbank is verder van oordeel dat is voldaan aan de vereisten van artikel 376 lid 4 Fw. Daartoe overweegt de rechtbank het volgende. 3.4. Bij de behandeling van het verzoek is summierlijk
- Civiel recht overigKort gedingKort geding. Deurwaardersrenvooi. Uitvoerbaar bij voorraad verklaard ontruimingsvonnis. Geen opzegging van de…
Rechtbank Oost-Brabant|22 mei 2017|ECLI:NL:RBOBR:2017:2814
automatisch zijn gelding wanneer aan de gestelde voorwaarde niet wordt voldaan. Uit artikel 287b lid 4 Fw volgt dat het moratorium strekt tot het van toepassing verklaren van (onder andere) artikel
- InsolventierechtBeschikkingWHOA; verzoekschrift ex artikel 376 Faillissementswet (Fw) in besloten akkoordprocedure; afkondigen…
Rechtbank Oost-Brabant|10 juli 2025|ECLI:NL:RBOBR:2025:4489
haar verzoek tot afkondiging van een afkoelingsperiode. 3.3. Op grond van artikel 376 lid 4 Fw wordt het verzoek tot het afkondigen van een afkoelingsperiode toegewezen indien summierlijk blijkt dat aan drie
- InsolventierechtEerste en enige aanlegWHOA-procedure; homologatie akkoord; VOF en positie vennoten; klassenindeling.
Rechtbank Oost-Brabant|22 november 2022|ECLI:NL:RBOBR:2022:5331
aandeelhouder tegen homologatie bezwaar maakt, toetst de rechtbank ook aan artikel 384 lid 3 en 4 Fw. Aangezien in onderhavig geval geen van de stemgerechtigde schuldeisers bezwaar heeft gemaakt
- InsolventierechtEerste aanleg - meervoudigWHOA verzoek afkoelingsperiode (ex artikel 376 Fw) toegewezen.
Rechtbank Oost-Brabant|17 september 2021|ECLI:NL:RBOBR:2021:5058
zodat aan dit vereiste is voldaan. Noodzaak afkoelingsperiode en belangen schuldeisers 3.7. Artikel 376 lid 4 Fw bepaalt dat het verzoek wordt toegewezen indien summierlijk blijkt dat: dit noodzakelijk is voor
- InsolventierechtEerste aanleg - meervoudigToewijzing verzoek afkoelingsperiode ex artikel 376 Fw.
Rechtbank Oost-Brabant|21 juni 2022|ECLI:NL:RBOBR:2022:2624
haar verzoek om een afkoelingsperiode. Noodzaak afkoelingsperiode en belangen schuldeisers 3.5. Ingevolge artikel 376 lid 4 Fw wordt een verzoek tot het gelasten van een afkoelingsperiode toegewezen als summierlijk blijkt
- InsolventierechtBeschikkingWHOA; verzoek afkoelingsperiode ex art. 376 Fw; maatstaf en weging van feiten en omstandigheden…
Rechtbank Oost-Brabant|12 juni 2023|ECLI:NL:RBOBR:2023:2900
haar verzoek om een afkoelingsperiode. Noodzaak afkoelingsperiode en belangen schuldeisers 4.6. Ingevolge artikel 376 lid 4 Fw wordt een verzoek tot het gelasten van een afkoelingsperiode toegewezen als summierlijk blijkt
- InsolventierechtBeschikkingWHOA; verzoek afkoelingsperiode ex artikel 376 Fw; noodzaak
Rechtbank Oost-Brabant|22 juni 2023|ECLI:NL:RBOBR:2023:5746
oordeel van de rechtbank ook aan dit vereiste is voldaan. 4.3. Ingevolge artikel 376 lid 4 Fw wordt een verzoek tot het gelasten van een afkoelingsperiode toegewezen als summierlijk blijkt
- InsolventierechtEerste en enige aanlegWhoa-procedure; besloten akkoordprocedure buiten faillissement; art. 383 lid 1 Fw; homologatie aangeboden…
Rechtbank Oost-Brabant|7 februari 2024|ECLI:NL:RBOBR:2024:434
Whoa-procedure; besloten akkoordprocedure buiten faillissement; art. 383 lid 1 Fw; homologatie
- InsolventierechtEerste aanleg - meervoudigWHOA; toewijzing verzoek afkoelingsperiode (ook met betrekking tot aandeelhouders); toewijzing verzoek…
Rechtbank Oost-Brabant|25 februari 2022|ECLI:NL:RBOBR:2022:916
bestaande vooruitzichten op een akkoord, (nog) is voldaan aan de vereisten van artikel 376 lid 4 Fw. 5 De beslissing De rechtbank: - wijst mr. J.A. van der Meer, zaakdoende te Best
- Civiel recht overigKort gedingHet betreft een executiegeschil in de afwikkeling van een faillissement. De eisende partij maakt bezwaar…
Rechtbank Oost-Brabant|10 december 2024|ECLI:NL:RBOBR:2024:6256
weten in geval van bedrog (op vordering van de curator ex artikel 121 lid 4 Fw) of voor zover sprake is van een vergissing die aanleiding kan geven tot verbetering
- Civiel recht overigBodemzaakOnrechtmatige daad. Partijen zijn afkomstig uit Somalië. De vrouw wil dat de man zijn medewerking verleent…
Rechtbank Oost-Brabant|16 september 2026|ECLI:NL:RBOBR:2026:6660
artikel 2 Familiewet, hierna: FW), een religieus (artikel 3 FW) en een traditioneel huwelijk (artikel 4 FW). Een huwelijk wordt geacht religieus te zijn als het bruidspaar religieuze handelingen voor het huwelijk
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.