134 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigKort gedingOpheffen beslag. Beslagen gelegd louter op basis van contractuele verhouding. Vereenzelviging? Artikel 2:24b BW.
Rechtbank Rotterdam|11 februari 2013|ECLI:NL:RBROT:2013:BZ2307
genoemde wetsbepaling niet vereist. In zoverre is zij een lex specialis ten opzichte van artikel 254 Rv. 4.2. Met de stelling van Kliniek Rijnmond c.s. dat zij als gevolg van de beslagen
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigKort geding. Geschil tussen advocatenkantoor en netbeheerder. Vordering strekkende tot verbod op…
Rechtbank Rotterdam|1 maart 2019|ECLI:NL:RBROT:2019:2595
procedure en de vordering niets concreets gesteld is. Ten aanzien van de vordering 4.10. Artikel 254 Rv bepaalt dat de voorzieningenrechter in spoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen
- Civiel recht overigKort gedingKort geding. Vrijheid van meningsuiting.
Rechtbank Rotterdam|18 april 2018|ECLI:NL:RBROT:2018:3855
reconventie kan alleen worden gedaan door een partij die bij advocaat is verschenen (artikel 254 Rv jo. artikel 136 Rv en artikel 7.1 Procesreglement kort gedingen rechtbanken handel/familie
- Civiel recht overigKort gedingOpheffen beslag. Onrechtmatige wijze van doorstarten van onderneming gefailleerde.
Rechtbank Rotterdam|3 maart 2016|ECLI:NL:RBROT:2016:1886
voorwaarde gesteld. In zoverre is dit artikel een lex specialis ten opzichte van artikel 254 Rv. Materiële toetsingskader 4.2. Volgens artikel 705 lid 2 Rv dient het beslag te worden opgeheven indien
- Civiel recht overigKort gedingKort geding, opheffen beslag op bouwrecht, wilsovereenstemming bereikt over verkoop?
Rechtbank Rotterdam|9 juni 2020|ECLI:NL:RBROT:2020:13096
genoemde wetsbepaling niet vereist. In zoverre is zij een lex specialis ten opzichte van artikel 254 Rv. Bovendien vloeit het spoedeisend belang bij het gevorderde voort uit de aard van de vordering
- Civiel recht overigKort gedingKort geding. Executiegeschil m.b.t. aan beslagverlof verbonden voorwaarde dat zekerheid moet worden gesteld…
Rechtbank Rotterdam|8 september 2017|ECLI:NL:RBROT:2017:8373
rente. 3.2. SE betoogt dat het treffen van een onmiddellijke voorziening bij voorraad ex artikel 254 Rv is vereist, nu bij uitblijven van ingrijpen door de voorzieningenrechter de enige zekerheid
- Civiel recht overigKort gedingRechtbank Rotterdam · Kort geding · Civiel recht overig
Rechtbank Rotterdam|28 juni 2016|ECLI:NL:RBROT:2016:5141
genoemde wetsbepaling niet vereist. In zoverre is zij een lex specialis ten opzichte van artikel 254 Rv. Materiële toetsingskader 4.2. Volgens art. 705 lid 2 Rv dient het beslag te worden opgeheven
- Civiel recht overigKort gedingKort geding – Geldvordering. Betekent ontslag bestuurder ook automatisch beëindiging van de…
Rechtbank Rotterdam|3 januari 2022|ECLI:NL:RBROT:2022:1004
partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4. De beoordeling 4.1. Artikel 254 Rv bepaalt dat de voorzieningenrechter in spoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke
- Civiel recht overigKort gedingPartijen hebben een relatie gehad. Tijdens die relatie hebben zij een huis gekocht en is een hond…
Rechtbank Rotterdam|25 november 2025|ECLI:NL:RBROT:2025:14397
partij zich wendt tot de voorzieningenrechter van de rechtbank zoals bedoeld in artikel 254 Rv. Wel geldt dat de voorzieningenrechter zich op grond van artikel 1022c Rv uitsluitend bevoegd verklaart indien
- Civiel recht overigKort gedingKort geding. Primaire vordering tot teruglevering appartementsrecht en subsidiaire vordering tot afbouwen…
Rechtbank Rotterdam|5 augustus 2026|ECLI:NL:RBROT:2026:10171
oordeel over een juridisch geschil te verkrijgen geen spoedeisend belang in de zin van art. 254 Rv op. De kort geding procedure is daarvoor niet bedoeld. Ook de omstandigheid dat de bestuurder
- Civiel recht overigKort gedingKort geding – vordering levering afvalhout toegewezen, ondanks gestegen markprijzen en enorme schaarste…
Rechtbank Rotterdam|11 maart 2022|ECLI:NL:RBROT:2022:7175
hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4. De beoordeling Het spoedeisend belang 4.1. Artikel 254 Rv bepaalt dat de voorzieningenrechter in spoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudig“Gevorderde ontruiming in kort geding afgewezen. Geen buitengerechtelijke ontbinding op grond van artikel…
Rechtbank Rotterdam|11 oktober 2019|ECLI:NL:RBROT:2019:8000
EXPL 19-377 uitspraak: 11 oktober 2019 vonnis in kort geding ex artikel 254 Rv van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
- Civiel recht overigKort gedingKort geding. Geschil tussen bestuursleden van een hondendressuurclub. Vraag is wie bestuurders zijn: eisers…
Rechtbank Rotterdam|17 december 2018|ECLI:NL:RBROT:2018:10780
beoordeling van een vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 254 Rv – bij wijze van uitgangspunt – dient te richten naar de waarschijnlijke uitkomst van een eventuele bodemprocedure
- Civiel recht overigKort gedingKG. Opheffing beslagen aannemingsovereenkomst.
Rechtbank Rotterdam|18 mei 2018|ECLI:NL:RBROT:2018:7785
genoemde wetsbepaling niet vereist. In zoverre is zij een lex specialis ten opzichte van artikel 254 Rv. 5.2. Volgens art. 705 lid 2 Rv dient het beslag te worden opgeheven indien summierlijk
- Civiel recht overigKort gedingKort geding. Inzagevordering. Toewijzing. Inzage in het niet-openbare deel van een faillissementsdossier kan…
Rechtbank Rotterdam|2 juni 2026|ECLI:NL:RBROT:2026:7011
niet-openbare deel van een faillissementsdossier moeten worden verschaft, geldt, naast de toets van artikel 254 Rv, het toetsingskader dat de Hoge Raad heeft gegeven in zijn beschikking van 22 september
- Civiel recht overigKort gedingKort geding. Bevoegdheid voorzieningenrechter in verband met arbitraal beding. Vordering tot vrijgave van…
Rechtbank Rotterdam|27 augustus 2018|ECLI:NL:RBROT:2018:7129
voorzieningenrechter van de rechtbank om een onmiddellijke voorziening bij voorraad als bedoeld in artikel 254 Rv te verkrijgen. De voorzieningenrechter verklaart zich op grond van artikel 1022c Rv evenwel uitsluitend bevoegd
- Civiel recht overigKort gedingKort geding. Geschil tussen maten in een maatschap voor ergotherapie. Afwijzing van o.a. de vordering die…
Rechtbank Rotterdam|18 januari 2018|ECLI:NL:RBROT:2018:3676
uitkomst van de bodemprocedure) haar werkzaamheden moet staken. De voorzieningenrechter is op grond van artikel 254 Rv in alle spoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening
- Civiel recht overigKort gedingExecutiegeschil over dwangsomveroordeling. Onvoldoende aannemelijk geworden dat volledig aan de veroordeling…
Rechtbank Rotterdam|14 november 2017|ECLI:NL:RBROT:2017:10854
vonnis van 20 oktober 2017. 4.4. Vooropgesteld wordt het volgende. Ingevolge het bepaalde in artikel 254 Rv is de voorzieningenrechter in alle spoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen
- Civiel recht overigKort gedingOverleggen van een deskundigenoordeel als bedoeld in art. 7:629a BW niet vereist in kort geding, zeker niet…
Rechtbank Rotterdam|19 augustus 2011|ECLI:NL:RBROT:2011:BU4649
parlementaire geschiedenis geldt deze verplichting niet in een kort geding, zoals bedoeld in artikel 254 Rv. Daarnaast is het zo dat ingevolge het tweede lid van artikel 7:629a BW een dergelijke
- Burgerlijk procesrechtKort gedingVerklaringsprocedure ex art. 477a Rv in kort geding Voorzieningenrechter bevoegd maar vordering afgewezen…
Rechtbank Rotterdam|10 december 2018|ECLI:NL:RBROT:2018:10098
artikel 477a Rv gebaseerde vordering kennis te nemen. Immers, op grond van artikel 254 Rv is de voorzieningenrechter van de rechtbank bevoegd om in alle spoedeisende zaken een onmiddellijke voorziening te geven
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.