134 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- VerbintenissenrechtKort gedingKort geding. Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming woonruimte? Huurprijsvermindering (tegeneis)?
Rechtbank Rotterdam|23 november 2023|ECLI:NL:RBROT:2023:11468
daar wel toe leiden. In een kort geding kunnen slechts ordemaatregelen worden getroffen (artikel 254 Rv). 2.3. De eis tot het ontruimen van de woning en het betalen van een bedrag … vereist dat de eisende partij een spoedeisend belang heeft bij de eis (artikel 254 Rv). Voor zover de spoedeisendheid zou moeten voortvloeien uit de aard van de eis – in dit geval
- VerbintenissenrechtKort gedingKort geding. Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming woonruimte? Huurprijsvermindering (tegeneis)?
Rechtbank Rotterdam|23 november 2023|ECLI:NL:RBROT:2023:11469
daar wel toe leiden. In een kort geding kunnen slechts ordemaatregelen worden getroffen (artikel 254 Rv). 2.3. De eis tot het ontruimen van de woning en het betalen van een bedrag … vereist dat de eisende partij een spoedeisend belang heeft bij de eis (artikel 254 Rv). Voor zover de spoedeisendheid zou moeten voortvloeien uit de aard van de eis – in dit geval
- Personen- en familierechtKort gedingKort geding. Geen sprake van een spoedeisend belang. De omgangsregeling loopt en niet is gebleken van…
Rechtbank Rotterdam|19 januari 2026|ECLI:NL:RBROT:2026:727
subjectieve zorgen en niet op objectieve veiligheidscriteria, aldus de man. 4.1.4. Op grond van artikel 254 Rv is de voorzieningenrechter bevoegd in alle spoedeisende zaken waarin gelet op de belangen van partijen … oordeel van de voorzieningenrechter geen sprake van een spoedeisend belang als bedoeld in artikel 254 Rv. 4.1.7. De voorzieningenrechter maakt zich op basis van de stukken en de mondelinge behandeling wel zorgen
- Civiel recht overigKort gedingVordering afgewezen. Het spoedeisend belang ontrbreekt.
Rechtbank Rotterdam|29 juni 2022|ECLI:NL:RBROT:2022:6328
nader ingegaan. 5. De beoordeling spoedeisend belang 5.1. De kantonrechter is op grond van artikel 254 Rv in alle spoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening … kort geding procedure. Dat verhoudt zich echter niet met de ratio van artikel 254 Rv. 5.4. Dit leidt ertoe dat de vordering wegens het ontbreken van een voldoende spoedeisend belang wordt afgewezen
- VerbintenissenrechtKort gedingKort geding. Vordering tot afgifte van stukken. Geen spoedeisend belang. Declaratoire vordering. Te…
Rechtbank Rotterdam|15 april 2022|ECLI:NL:RBROT:2022:3360
ingegaan. 4. De beoordeling Geen spoedeisend belang 4.1. De voorzieningenrechter is op grond van artikel 254 Rv in alle spoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening … kort geding-procedure. Dat verhoudt zich echter niet met de ratio van artikel 254 Rv. Declaratoire vordering 4.3. De door de man ingestelde vordering is declaratoir van aard. De man vordert immers
- Civiel recht overigKort gedingKort geding, opheffen beslag. Vordering afgewezen, op voorhand niet aannemelijk dat sprake is van schending…
Rechtbank Rotterdam|4 september 2020|ECLI:NL:RBROT:2020:13090
strikt genomen niet vereist. In zoverre is artikel 705 Rv een lex specialis van artikel 254 Rv. De bevoegdheid 4.3. Artikel 705 lid 1 Rv waarborgt dat, als eenmaal verlof tot beslag … geen uitsluitende bevoegdheid in kort geding, maar een aanvullende bevoegdheid naast die welke uit artikel 254 Rv, in combinatie met artikel 99 Rv, voortvloeit. De beslagene die een vordering tot opheffing
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigKort geding. Geschil tussen onderneming en de Belastingdienst over gestelde kwijtschelding van…
Rechtbank Rotterdam|15 april 2019|ECLI:NL:RBROT:2019:3334
hierna ingegaan. 4 De beoordeling Ten aanzien van de spoedeisendheid van de zaak 4.1. Artikel 254 Rv bepaalt dat de voorzieningenrechter in spoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen … beoordeling van een vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 254 Rv – bij wijze van uitgangspunt – dient te richten naar de waarschijnlijke uitkomst van een eventuele bodemprocedure
- Civiel recht overigKort gedingvordering opheffen conservatoir beslag / is vordering uitzendbureau een bevoorrechte vordering ex art. 8:821…
Rechtbank Rotterdam|20 augustus 2015|ECLI:NL:RBROT:2015:7100
voorzieningenrechter die het beslagverlof heeft verleend, naast de bevoegdheid die welke uit artikel 254 Rv voortvloeit. Onjuist is de (mogelijke) opvatting van Gyron dat de eisende partij een (bijzonder) belang moet hebben … procedure tot het opheffen van het beslag bij de rechter die uit hoofde van artikel 254 Rv bevoegd is en zodoende geen gebruik maakt van de in artikel 705 lid 1 Rv
- Civiel recht overigKort gedingKort geding, opheffing beslag, artikel 21 Rv geen grond voor opheffing, beroep op verrekening.
Rechtbank Rotterdam|3 april 2020|ECLI:NL:RBROT:2020:13095
geen uitsluitende bevoegdheid in kort geding, maar een aanvullende bevoegdheid naast die welke uit artikel 254 Rv, in combinatie met artikel 99 Rv, voortvloeit. De hoofdregel in dagvaardingsprocedures is, gelet op artikel … genoemde wetsbepaling niet. In zoverre is zij een lex specialis ten opzichte van artikel 254 Rv. Bovendien vloeit het spoedeisend belang bij het gevorderde voort uit de aard van de vordering
- Civiel recht overigKort gedingKort geding. Toewijzing vordering die strekt tot betaling van achterstallig loon aan zieke werknemer. Geschil…
Rechtbank Rotterdam|23 januari 2020|ECLI:NL:RBROT:2020:926
partijen wordt hierna ingegaan. 4 De beoordeling De spoedeisendheid van de zaak 4.1. Artikel 254 Rv bepaalt dat de voorzieningenrechter in spoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke … kunnen lopen op de verwachte uitkomst van die procedure moet bovendien – zo volgt uit artikel 254 Rv – het belang van eiser bij de gevorderde voorziening zwaarder wegen dan het belang van gedaagde
- Civiel recht overigKort gedingKort geding. Vordering tot wedertewerkstelling. Werkgever hoeft in de gegeven omstandigheden werknemer niet…
Rechtbank Rotterdam|5 februari 2019|ECLI:NL:RBROT:2019:807
gestelde (reputatie)schade is geen sprake, aldus het Havenbedrijf. 4.2. Overwogen wordt het volgende. Artikel 254 Rv bepaalt dat de voorzieningenrechter in spoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen … beantwoord. Dit betekent dat de vordering moet worden afgewezen. 4.9. De op grond van artikel 254 Rv door de voorzieningenrechter te maken belangenafweging leidt niet tot een ander oordeel. Het Havenbedrijf heeft
- Civiel recht overigKort gedingKort geding, opheffen beslag, ondeugdelijke vordering, verkapt eigen beslag.
Rechtbank Rotterdam|11 februari 2019|ECLI:NL:RBROT:2019:10901
genoemde wetsbepaling niet vereist. In zoverre is zij een lex specialis ten opzichte van artikel 254 Rv. Bovendien vloeit het spoedeisend belang bij het gevorderde voort uit de aard van de vordering … geen uitsluitende bevoegdheid in kort geding, maar een aanvullende bevoegdheid naast die welke uit artikel 254 Rv, in combinatie met artikel 99 Rv, voortvloeit. De beslagene die een vordering tot opheffing
- Civiel recht overigKort gedingKort geding, opheffen beslag. Vordering afgewezen.
Rechtbank Rotterdam|4 februari 2020|ECLI:NL:RBROT:2020:13081
genoemde wetsbepaling niet vereist. In zoverre is zij een lex specialis ten opzichte van artikel 254 Rv. Bovendien vloeit het spoedeisend belang bij het gevorderde voort uit de aard van de vordering … geen uitsluitende bevoegdheid in kort geding, maar een aanvullende bevoegdheid naast die welke uit artikel 254 Rv, in combinatie met artikel 99 Rv, voortvloeit. De beslagene, dan wel de beslagschuldenaar
- Civiel recht overigKort gedingOntruiming krakers Inhoudsindicatie: Krakers in Tweebosbuurt. Belang Vestia bij ontruiming. Geen verbod om…
Rechtbank Rotterdam|5 februari 2020|ECLI:NL:RBROT:2020:892
uitkomst van een bodemprocedure afwacht. Bovendien moet de op grond van artikel 254 Rv door de voorzieningenrechter te maken belangenafweging in het voordeel van de eiser uitvallen. 4.7. Vestia legt – onder meer … zijn, maar dat is op zichzelf onvoldoende voor het – op de voet van artikel 254 Rv – kunnen treffen van de gevraagde voorziening. Een juridische grondslag is daarvoor vereist. 4.14. De voorzieningenrechter gaat
- Civiel recht overigKort gedingRechtbank Rotterdam · Kort geding · Civiel recht overig
Rechtbank Rotterdam|7 september 2016|ECLI:NL:RBROT:2016:7185
genoemde wetsbepaling niet vereist. In zoverre is zij een lex specialis ten opzichte van artikel 254 Rv. Bevoegdheid 4.2. De bepaling van artikel 705 lid 1 Rv waarborgt bovendien dat, als eenmaal … geen uitsluitende bevoegdheid in kort geding, maar een aanvullende bevoegdheid naast die welke uit artikel 254 Rv voortvloeit. De beslagene die een vordering tot opheffing van het beslag wenst in te stellen
- Intellectueel-eigendomsrechtKort gedingMerkenrecht. Kornuit versus Kordaat. Geen inbreuk.
Rechtbank Rotterdam|28 februari 2019|ECLI:NL:RBROT:2019:1591
Indicatietarieven in IE-zaken’). In de hoofdzaak Ten aanzien van het spoedeisend belang 4.7. Artikel 254 Rv bepaalt dat de voorzieningenrechter in spoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen … beoordeling van vorderingen tot het treffen van een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 254 Rv – bij wijze van uitgangspunt – dient te richten naar de waarschijnlijke uitkomst van een eventuele bodemprocedure
- Civiel recht overigKort gedingKort geding. Verstek. Afwijzing vorderingen. Verklaring voor recht niet toewijsbaar in kort geding. Geen…
Rechtbank Rotterdam|11 januari 2023|ECLI:NL:RBROT:2023:142
voorlopige maatregel te treffen, als de eisende partij daarbij een spoedeisend belang heeft (art. 254 Rv). De rechter geeft in een kort geding dus alleen een voorlopig oordeel over de zaak. Verklaring
- VerbintenissenrechtKort gedingKort geding. Vordering tot ontruiming huurwoning wegens overlast afgewezen. Huurder is langdurig opgenomen in…
Rechtbank Rotterdam|8 september 2026|ECLI:NL:RBROT:2026:11914
spoed heeft dat die partij de uitkomst van een gewone procedure niet kan afwachten (artikel 254 Rv). 2.3. Volgens Woonstad heeft haar eis veel spoed, omdat de overlast zo snel mogelijk moet
- Civiel recht overigVoorlopige voorzieningIn deze zaak vraagt de gedaagde in een lopende procedure bij wege van voorlopige voorziening op de voet van…
Rechtbank Rotterdam|11 september 2006|ECLI:NL:RBROT:2006:AY9703
voorziening: dit is al zo indien de vordering wordt gedaan op de voet van artikel 254 Rv. (het zogenaamd ‘kort geding’), maar dat is zeker het geval voor een voorlopige voorziening gevraagd
- Civiel recht overigKort gedingKort geding - Opheffing maritaal beslag, ex art. 768 Rv. Maritaal beslag is bedoeld om de gemeenschap bijeen…
Rechtbank Rotterdam|10 december 2021|ECLI:NL:RBROT:2021:13390
strikt genomen niet vereist. In zoverre is artikel 705 Rv een lex specialis van artikel 254 Rv. De voorzieningenrechter acht de vrouw dan ook ontvankelijk in haar vorderingen. 4.2. De voorzieningenrechter
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.