12 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigKort gedingKort geding - Opheffing maritaal beslag, ex art. 768 Rv. Maritaal beslag is bedoeld om de gemeenschap bijeen…
Rechtbank Rotterdam|10 december 2021|ECLI:NL:RBROT:2021:13390
strikt genomen niet vereist. In zoverre is artikel 705 Rv een lex specialis van artikel 254 Rv. De voorzieningenrechter acht de vrouw dan ook ontvankelijk in haar vorderingen. 4.2. De voorzieningenrechter
- Civiel recht overigKort gedingLoonvordering. Door werkgever toegepaste loonstop. Op basis van de overgelegde gegevens is het in deze…
Rechtbank Rotterdam|22 februari 2021|ECLI:NL:RBROT:2021:1401
vanwege het stoppen van die uitkering nu geen inkomsten heeft. 4.2 Artikel 254 Rv bepaalt dat de voorzieningenrechter in spoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening
- Civiel recht overigKort gedingKort geding – vordering tot nakoming van ADL-assistentie afgewezen. Niet aannemelijk is geworden dat in een…
Rechtbank Rotterdam|27 september 2021|ECLI:NL:RBROT:2021:9365
partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4. De beoordeling 4.1. Artikel 254 Rv bepaalt dat de voorzieningenrechter in spoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke
- Civiel recht overigKort gedingKort geding wedertewerkstelling. Spoedeisend belang, ondanks recent ingediend ontbindingsverzoek. Werkgever…
Rechtbank Rotterdam|28 juli 2021|ECLI:NL:RBROT:2021:7549
wachten groter dan het belang van [eiseres] om haar werk te hervatten. 3.2. Artikel 254 Rv bepaalt dat de voorzieningenrechter in spoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke
- Civiel recht overigKort gedingKort geding – verdeling huwelijksgoederengemeenschap. Vrouw niet gehouden tot nakoming van concept-convenant…
Rechtbank Rotterdam|10 mei 2021|ECLI:NL:RBROT:2021:7874
partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4. De beoordeling 4.1. Artikel 254 Rv bepaalt dat de voorzieningenrechter in spoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke
- Civiel recht overigKort gedingKort geding - beroep op recht van eerste koop. Vordering tot het overleggen van stukken toegewezen.
Rechtbank Rotterdam|14 september 2021|ECLI:NL:RBROT:2021:9366
nader ingegaan. 4. De beoordeling Ten aanzien van de spoedeisendheid van de zaak 4.1. Artikel 254 Rv bepaalt dat de voorzieningenrechter in spoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen
- Civiel recht overigKort gedingKort geding, vordering in conventie tot gebruik voormalig echtelijke voorlopig woning toegewezen, vordering…
Rechtbank Rotterdam|2 juli 2021|ECLI:NL:RBROT:2021:7897
wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 5. De beoordeling in conventie 5.1. Artikel 254 Rv bepaalt dat de voorzieningenrechter in spoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen
- Civiel recht overigKort gedingKort geding – Rectificatie uitlatingen op internet
Rechtbank Rotterdam|9 december 2021|ECLI:NL:RBROT:2021:13408
belang, nader ingegaan. 4. De beoordeling 4.1. De voorzieningenrechter is op grond van artikel 254 Rv in alle spoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening bij voorraad
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigBeroepsfout advocaat. Cliënten geïnformeerd over ontbreken uitvoerbaar-bij-voorraad-verklaring in…
Rechtbank Rotterdam|1 september 2021|ECLI:NL:RBROT:2021:8685
aard van een kortgedingprocedure ligt immers besloten dat de getroffen voorziening spoedeisend is (artikel 254 Rv). Waar een dergelijke “onmiddellijke voorziening bij voorraad” vereist is, ligt niet voor de hand
- Civiel recht overigKort gedingKort geding – rectificatie kredietrapportages en geldvordering. Vorderingen worden afgewezen niet aannemelijk…
Rechtbank Rotterdam|22 juni 2021|ECLI:NL:RBROT:2021:7866
beoordeling Ten aanzien van het spoedeisend belang 4.1. De voorzieningenrechter is op grond van artikel 254 Rv in alle spoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening
- Civiel recht overigKort gedingKort geding – Vordering tot nakoming overeenkomst. Geen sprake van overmacht. Wel sprake van onvoorziene…
Rechtbank Rotterdam|30 november 2021|ECLI:NL:RBROT:2021:13392
Kort geding – Vordering tot nakoming overeenkomst. Geen sprake van overmacht. Wel sprake van onvoorziene omstandigheden gelet op de geëxplodeerde energiemarkt. Niet kan worden uitgesloten dat in een bodemprocedure wordt geoordeeld dat het hanteren van de vaste prijs, onder genoemde omstandigheden en voor de duur…
- Civiel recht overigBeschikkingKort geding, nakomen overeenkomst. De mantelovereenkomst wordt gekenmerkt als een duurovereenkomst van…
Rechtbank Rotterdam|1 april 2021|ECLI:NL:RBROT:2021:3588
Kort geding, nakomen overeenkomst. De mantelovereenkomst wordt gekenmerkt als een duurovereenkomst van onbepaalde tijd. Gedaagde mocht de mantelovereenkomst opzeggen wegens zwaarwegende belangen, maar had gelet op de redelijkheid en billijkheid een langere opzegtermijn in acht moeten nemen.
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.