2.952 uitspraken gevonden
Sorteer op: Datum uitspraak
- BelastingrechtHerzieningHR verklaart het verzoek tot herziening n-o met toepassing van art. 80a RO.
Hoge Raad|9 januari 2015|ECLI:NL:HR:2015:12
HR verklaart het verzoek tot herziening n-o met toepassing van art. 80a RO.
- BelastingrechtCassatieArt. 96 Wfsv en art. 5.4 Regeling Wfsv; in beginsel geen terugwerkende kracht bij toewijzing verzoek…
Hoge Raad|9 januari 2015|ECLI:NL:HR:2015:34Aangehaald in 11 uitspraken
Art. 96 Wfsv en art. 5.4 Regeling Wfsv; in beginsel geen terugwerkende kracht bij toewijzing verzoek concernaansluiting.
- BelastingrechtCassatieArt. 96 Wfsv en art. 5.4 Regeling Wfsv; kan uitzendbureau (sector 52) dat personeel hoofdzakelijk uitzendt…
Hoge Raad|9 januari 2015|ECLI:NL:HR:2015:33Aangehaald in 19 uitspraken
Art. 96 Wfsv en art. 5.4 Regeling Wfsv; kan uitzendbureau (sector 52) dat personeel hoofdzakelijk uitzendt naar bedrijven in de sector Gezondheid (sector 35) om die reden aanspraak maken op concernaansluiting en zodoende ook zelf in sector 35 terechtkomen?
- BelastingrechtCassatieArt. 56 en 58 EG / art. 63 en 65 VWEU. Art. 1 en 32 SW 1956, tekst 2008. Recht van overgang…
Hoge Raad|9 januari 2015|ECLI:NL:HR:2015:32
Art. 56 en 58 EG / art. 63 en 65 VWEU. Art. 1 en 32 SW 1956, tekst 2008. Recht van overgang. Partnervrijstelling van toepassing o.g.v. EU-recht.
- BelastingrechtCassatieArt. 13bis, lid 6, Wet LB 1964 (tekst 2006 en 2007). Voorwaardelijk verschuldigde vergoeding komt niet in…
Hoge Raad|9 januari 2015|ECLI:NL:HR:2015:31
Art. 13bis, lid 6, Wet LB 1964 (tekst 2006 en 2007). Voorwaardelijk verschuldigde vergoeding komt niet in mindering op bijtelling wegens privé-gebruik auto.
- BelastingrechtHoger beroepDe ressorteringsbepalingen van de Uitvoeringregeling Belastingdienst 2003 vormen geen beperking van de…
Gerechtshof Amsterdam|8 januari 2015|ECLI:NL:GHAMS:2015:787
De ressorteringsbepalingen van de Uitvoeringregeling Belastingdienst 2003 vormen geen beperking van de landelijke bevoegdheid van de inspecteur, zodat de UTB bevoegd aan belanghebbend is uitgereikt. Onder de op de zaak betrekking hebbende stukken moet in beginsel het complete missierapport worden begrepen, inclusief…
- BelastingrechtHoger beroepDe ressorteringsbepalingen van de Uitvoeringregeling Belastingdienst 2003 vormen geen beperking van de…
Gerechtshof Amsterdam|8 januari 2015|ECLI:NL:GHAMS:2015:665
De ressorteringsbepalingen van de Uitvoeringregeling Belastingdienst 2003 vormen geen beperking van de landelijke bevoegdheid van de inspecteur, zodat de UTB bevoegd aan belanghebbend is uitgereikt. Onder de op de zaak betrekking hebbende stukken moet in beginsel het complete missierapport worden begrepen, inclusief…
- BelastingrechtHoger beroepNa vernietiging van een eerste UTB door het Hof heeft de inspecteur voor dezelfde douaneschuld een nieuwe…
Gerechtshof Amsterdam|8 januari 2015|ECLI:NL:GHAMS:2015:627
Na vernietiging van een eerste UTB door het Hof heeft de inspecteur voor dezelfde douaneschuld een nieuwe (tweede) UTB uitgereikt aan belanghebbende. In hoger beroep oordeelt het Hof, anders dan de rechtbank, dat de tweede UTB tijdig is uitgereikt. De termijn van drie jaar die artikel 221, lid 3, CDW stelt voor het…
- BelastingrechtHoger beroepVennootschapsbelasting. Bezitting van in Ierland gevestigde dochtermaatschappij bestaat grotendeels uit vrije…
Gerechtshof Amsterdam|8 januari 2015|ECLI:NL:GHAMS:2015:164
Vennootschapsbelasting. Bezitting van in Ierland gevestigde dochtermaatschappij bestaat grotendeels uit vrije beleggingen. In geschil is of de deelnemingsvrijstelling van toepassing is, of dat de dochtermaatschappij een laagbelaste beleggingsdeelneming is. Wordt de naar Nederlandse maatstaven te bepalen winst voor ten…
- BelastingrechtHoger beroepVervolg op HR 23 mei 2014, nr. 12/05645, ECLI:NL:HR:2014:1186, BNB 2014/171. Met ‘belastingplichtige’ in art…
Gerechtshof Amsterdam|8 januari 2015|ECLI:NL:GHAMS:2015:184
Vervolg op HR 23 mei 2014, nr. 12/05645, ECLI:NL:HR:2014:1186, BNB 2014/171. Met ‘belastingplichtige’ in art. 15e, eerste lid, Wet Vpb wordt gedoeld op de vennootschap (BV X) die het vermogensbestanddeel ter zake waarvan de herinvesteringsreserve is gevormd, heeft vervreemd. Doel en strekking van artikel 15e Wet Vpb…
- Belastingrecht[X] (hierna: belanghebbende) heeft op 2 maart 2011 een arbeidsovereenkomst gesloten met zijn werkgever. Hij…
Parket bij de Hoge Raad|8 januari 2015|ECLI:NL:PHR:2015:19
[X] (hierna: belanghebbende) heeft op 2 maart 2011 een arbeidsovereenkomst gesloten met zijn werkgever. Hij is op 1 mei 2011 bij zijn werkgever in dienst getreden. Belanghebbende en zijn werkgever hebben op 16 juli 2013 een verzoek tot toepassing van de 30%-regeling voor ingekomen werknemers ingediend. De Inspecteur…
- BelastingrechtHoger beroepEen bezwaar, gemaakt meer dan vier weken na kennisname van een op correcte wijze bekend gemaakte…
Gerechtshof Amsterdam|8 januari 2015|ECLI:NL:GHAMS:2015:37
Een bezwaar, gemaakt meer dan vier weken na kennisname van een op correcte wijze bekend gemaakte naheffingsaanslag, is geen redelijkerwijs zo spoedig mogelijk gemaakt bezwaar.
- BelastingrechtHoger beroepIn geschil is of redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat belanghebbende niet in verzuim is geweest met…
Gerechtshof Den Haag|7 januari 2015|ECLI:NL:GHDHA:2015:75
In geschil is of redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat belanghebbende niet in verzuim is geweest met betrekking tot de overschrijding van de wettelijke termijn voor het maken van bezwaar.
- BelastingrechtBelanghebbende is een onderwijsinstelling in de zin van de Wet educatie en beroepsonderwijs. Samen met een…
Parket bij de Hoge Raad|7 januari 2015|ECLI:NL:PHR:2015:15
Belanghebbende is een onderwijsinstelling in de zin van de Wet educatie en beroepsonderwijs. Samen met een andere onderwijsinstelling (X1) verzorgt belanghebbende met ingang van het cursusjaar 2008/2009 het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (hierna: VAVO-onderwijs). De afspraken die ten grondslag liggen aan de…
- BelastingrechtBelanghebbende is een onderwijsinstelling in de zin van de Wet educatie en beroepsonderwijs. Samen met een…
Parket bij de Hoge Raad|7 januari 2015|ECLI:NL:PHR:2015:16
Belanghebbende is een onderwijsinstelling in de zin van de Wet educatie en beroepsonderwijs. Samen met een andere onderwijsinstelling (X3) verzorgt belanghebbende met ingang van het cursusjaar 2008/2009 het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (hierna: VAVO-onderwijs). De afspraken die ten grondslag liggen aan de…
- BelastingrechtHoger beroepVerzoekster dient met ingang van 1 januari 2014 als ERD ZW te worden aangemerkt. Verzoekster heeft tijdig de…
Gerechtshof Den Haag|7 januari 2015|ECLI:NL:GHDHA:2015:81Aangehaald in 5 uitspraken
Verzoekster dient met ingang van 1 januari 2014 als ERD ZW te worden aangemerkt. Verzoekster heeft tijdig de vereiste aanvraag ERD ZW gedaan.
- BelastingrechtHoger beroepTussen partijen is in geschil of belanghebbende terecht is geïdentificeerd als houder van de onder 3.2…
Gerechtshof Den Haag|7 januari 2015|ECLI:NL:GHDHA:2015:77
Tussen partijen is in geschil of belanghebbende terecht is geïdentificeerd als houder van de onder 3.2 genoemde KB-Lux-rekeningen. Belanghebbende beantwoordt de vraag ontkennend en de Inspecteur bevestigend. Vermindering boete vanwege proportionaliseren redelijke termijn.
- BelastingrechtBodemzaakPremieheffing volksverzekeringen van Rijnvarenden. Eiser is op grond van de “Overeenkomst krachtens artikel…
Rechtbank Den Haag|6 januari 2015|ECLI:NL:RBDHA:2015:554Aangehaald in 5 uitspraken
Premieheffing volksverzekeringen van Rijnvarenden. Eiser is op grond van de “Overeenkomst krachtens artikel 16, eerste lid, van de verordening (EG) 883/2004 betreffende de vaststelling van de op rijnvarenden toepasselijke wetgeving 883/2004” als Rijnvarende aan te merken. Het schip waarop eiser zijn beroepsarbeid…
- BelastingrechtBodemzaakPremieheffing volksverzekeringen van Rijnvarenden. Eiser is zowel op grond van art. 1, aanhef en letter m…
Rechtbank Den Haag|6 januari 2015|ECLI:NL:RBDHA:2015:553
Premieheffing volksverzekeringen van Rijnvarenden. Eiser is zowel op grond van art. 1, aanhef en letter m, van het Verdrag betreffende de Sociale Zekerheid van Rijnvarenden als volgens de “Overeenkomst krachtens artikel 16, eerste lid, van de verordening (EG) 883/2004 betreffende de vaststelling van de op rijnvarenden…
- BelastingrechtBodemzaakArtikel 10 Successiewet 1956. Is verweerder bij het opleggen van de aanslag terecht uitgegaan van een…
Rechtbank Den Haag|6 januari 2015|ECLI:NL:RBDHA:2015:759
Artikel 10 Successiewet 1956. Is verweerder bij het opleggen van de aanslag terecht uitgegaan van een fictieve verkrijging van 375.000 euro op grond van artikel 10 van de Successieweg 1956? Beroep ongegrond.
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.