23 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtBelanghebbende is directeur en (middellijk) enig aandeelhouder van een BV. Hij is ook de enige werknemer van…
Parket bij de Hoge Raad|14 december 2018|ECLI:NL:PHR:2018:1381Aangehaald in 5 uitspraken
recht, in het bijzonder van artikel 3.146, lid 1, Wet IB 2001 en artikel 6:127 BW en in het algemeen van beginselen van een behoorlijke procesorde, althans verzuim van vormen waarvan … schuldenaar heeft beoordeeld of een mogelijkheid tot verrekening aanwezig is. Op voet van artikel 6:127 BW dient, aldus belanghebbende, vanuit de positie van de BV dit te worden beoordeeld
- BelastingrechtVerrekeningsbeleid; verrekenen onbetaald gebleven vorderingen; gelijkheidsbeginsel.
Parket bij de Hoge Raad|15 augustus 2025|ECLI:NL:PHR:2025:850
jegens dezelfde wederpartij een prestatie heeft te vorderen die beantwoordt aan zijn schuld. Art. 6:127 BW Aruba is gelijkluidend aan het Nederlandse art. 6:127 BW en bepaalt: “1. Wanneer … niet bij voorbaat vast dat belanghebbende tot verrekening op de voet van art. 6:127 BW Aruba kan overgaan als art. 11(1) LIDB civielrechtelijke verrekening toelaat. Nederland
- BelastingrechtBijlage: ECLI:NL:PHR:2024:355 Gebrekkige bezorging van aangetekend verzonden post; reden om het weerlegbare…
Parket bij de Hoge Raad|15 maart 2024|ECLI:NL:PHR:2024:297Aangehaald in 6 uitspraken
verschuldigd griffierecht geen bestuursrechtelijke geldschuld is, moet volgens de Staatssecretaris worden teruggevallen op art. 6:127 BW, dat voor verrekening eist dat het om dezelfde schuldenaar en schuldeiser gaat … geldschuld is verrekend alsmede de hoogte van het bedrag van de verrekening. (…).” 4.2 Art. 6:127 BW luidt, voor zover relevant: “1 Wanneer een schuldenaar die de bevoegdheid tot verrekening heeft
- BelastingrechtEerste aanleg - meervoudigIn het testament van zijn vader is eiser tot enig erfgenaam benoemd. Aan zijn echtgenote heeft eisers vader…
Rechtbank 's-Gravenhage|13 maart 2007|ECLI:NL:RBSGR:2007:BA0571
hoedanigheid van schuldeiser en die van schuldenaar zich in één persoon verenigen." 4.1.4. Artikel 6:127 BW: "1. Wanneer een schuldenaar die de bevoegdheid tot verrekening heeft, aan zijn schuldeiser verklaart … rechtbank stelt voorop dat, gelet op het bepaalde in artikel 6:161 BW en 6:127 BW, verrekening en vermenging naar burgerlijk recht te onderscheiden rechtsfiguren zijn. Uit de tekst van artikel
- BelastingrechtBelanghebbende was van 1 september 1993 tot en met 16 november 2001 bestuurder van de beursgenoteerde [A]…
Parket bij de Hoge Raad|19 december 2014|ECLI:NL:PHR:2014:2680
Belanghebbende was van 1 september 1993 tot en met 16 november 2001 bestuurder van de beursgenoteerde [A] N.V. Deze is op 17 december 2001 failliet verklaard. Naast zijn salaris ontving belanghebbende optierechten op aandelen [A]. In de periode van 1 september 1993 tot en met 31 december 1994 heeft [A] het…
- BelastingrechtEerste aanleg - meervoudigGerechtshof Arnhem · Eerste aanleg - meervoudig · Belastingrecht
Gerechtshof Arnhem|18 november 2002|ECLI:NL:GHARN:2002:AF2701
betaling van de vordering. 4.2 De Inspecteur betoogt in zijn pleitnota dat artikel 6:127 BW aan de bevoegdheid van een schuldeiser om tot verrekening van schulden met vorderingen over te gaan
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigAftrek scholingsuitgaven buitenlandse student
Rechtbank Den Haag|28 juni 2023|ECLI:NL:RBDHA:2023:12805
acht aannemelijk dat de voldoening van het collegegeld heeft plaatsgevonden door verrekening (artikel 6:127 BW) met het onverschuldigd betaalde bedrag op of omstreeks 27 september 2016, de datum waarop het onverschuldigd
- BelastingrechtHoger beroepArt. 2.1, lid 1, 6.1, 6.27, 6.40 Wet IB 2001; art. 6:203 BW. Aftrek studiekosten. Buitenlandse student aan…
Gerechtshof Den Haag|7 maart 2023|ECLI:NL:GHDHA:2023:1108
acht aannemelijk dat de voldoening van het collegegeld heeft plaatsgevonden door verrekening (artikel 6:127 BW) met het onverschuldigd betaalde bedrag op of omstreeks 27 september 2016, de datum waarop het onverschuldigd
- BelastingrechtHoger beroepIB/PVV. Pensioen. Vorderbaar en inbaar?
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|25 oktober 2022|ECLI:NL:GHARL:2022:9077
werknemer een schuld die hij aan de werkgever heeft op grond van artikel 6:127 BW verrekent met een loonvordering die hij op de werkgever heeft, nog afgezien van de vraag
- BelastingrechtHoger beroepVennootschapsbelasting; behoort het valutaresultaat van € 4.823.203 in verband met een dividendvordering op…
Gerechtshof Amsterdam|21 maart 2017|ECLI:NL:GHAMS:2017:1505
acht zij niet beslissend voor de vaststelling van het tijdstip van verrekening. Volgens artikel 6:127 BW komt de verrekening tot stand op het moment waarop de bevoegdheid tot verrekening is ontstaan
- BelastingrechtHoger beroepNiet-uitbetaald loon (en pensioen) is genoten. De bedragen waren vorderbaar en inbaar; konden (volledig)…
Gerechtshof Amsterdam|7 mei 2020|ECLI:NL:GHAMS:2020:1205
zijn schuld met de loonvordering dient beantwoord te worden aan de hand van artikel 6:127 BW. Belanghebbende zal hiertoe bevoegd zijn indien hij betaling van de loonvordering mag afdwingen
- BelastingrechtHoger beroepInkomstenbelasting. Door partijen gesloten vaststellingsovereenkomst is rechtsgeldig.
Gerechtshof Arnhem|24 mei 2011|ECLI:NL:GHARN:2011:BQ7768
naar burgerlijk recht waarop de bepalingen van aanbod en aanvaarding van toepassing zijn (art. 6:127 BW). Bij een vaststellingsovereenkomst met de fiscus (ook aangeduid als fiscaal compromis) leggen fiscus en belastingplichtige
- BelastingrechtHoger beroepHet hof is van oordeel dat de lijfrentetermijnen niet in aanmerking kunnen worden genomen als kosten van…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|19 maart 2025|ECLI:NL:GHSHE:2025:730
zijn. Partijen verrekenen over en weer de bestaande vorderingen in de zin van artikel 6:127 BW voor het volledige bedrag. b. Partijen stellen vast dat na de verrekening van de onderhavige
- BelastingrechtHoger beroepInvordering. Beschikking executiewaarde en betalingsverplichting.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|28 juni 2022|ECLI:NL:GHARL:2022:5411
onder punt a van deze overeenkomst. In afwijking van hetgeen is bepaald in artikel 6:127 BW is voor deze verrekening uitdrukkelijk niet vereist dat er sprake is van een prestatie
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigDe kwijtscheldingsvrijstelling van artikel 3.13 Wet IB 2001 mist toepassing nu eiser niet aannemelijk heeft…
Rechtbank 's-Gravenhage|1 februari 2012|ECLI:NL:RBSGR:2012:BV2968
schuld aan eiser verrekend. (...) De schuldeiser maar tevens schuldenaar is op grond van artikel 6:127 BW bevoegd om verrekening toe te passen voor beide verbintenissen en als gevolg hiervan gaan beide
- BelastingrechtEerste aanleg - meervoudigBelanghebbende was sedert 1983 in gemeenschap van goederen gehuwd met V. Op 22 januari 1997 hebben…
Gerechtshof Amsterdam|18 juli 2001|ECLI:NL:GHAMS:2001:AB2713
bedrag van de overbedeling ad f.38.124 door verrekening in de zin van artikel 6:127 BW zijn tenietgegaan. Die verrekening vormt een betaling door belanghebbende in de zin van artikel
- BelastingrechtHoger beroepIn geschil is of belanghebbende bij uittreding uit een maatschap (vrijgestelde) kwijtscheldingswinst of een…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|25 mei 2022|ECLI:NL:GHSHE:2022:1683
gemaakt dat [C c.s.] zijn vordering op belanghebbende heeft prijsgegeven. Een verrekening (vgl. artikel 6:127 BW) zoals opgenomen in artikel 4, lid 3 van de overeenkomst is niet hetzelfde
- BelastingrechtHoger beroepArt. 2.1, lid 1, 6.1, 6.27, 6.40 Wet IB 2001; art. 6:203 BW. Aftrek studiekosten. Buitenlandse student aan…
Gerechtshof Den Haag|7 maart 2023|ECLI:NL:GHDHA:2023:2933
acht aannemelijk dat de voldoening van het collegegeld heeft plaatsgevonden door verrekening (artikel 6:127 BW) met het onverschuldigd betaalde bedrag op of omstreeks 27 september 2016, de datum waarop het onverschuldigd
- BelastingrechtEerste aanleg - meervoudigInvorderingswet. Beschikking executiewaarde en betalingsverplichting. De rechtbank overweegt dat eiseres de…
Rechtbank Noord-Nederland|5 maart 2021|ECLI:NL:RBNNE:2021:791
onder punt a van deze overeenkomst. In afwijking van hetgeen is bepaald in artikel 6:127 BW is voor deze verrekening uitdrukkelijk niet vereist dat er sprake is van een prestatie
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigIB/PVV, box 2, aftrekbaarheid van kosten
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|20 maart 2023|ECLI:NL:RBZWB:2023:1781
zijn. Partijen verrekenen over en weer de bestaande vorderingen in de zin van artikel 6:127 BW voor het volledige bedrag. Partijen stellen vast dat na de verrekening van de onderhavige schuldvorderingen
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.