17 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Burgerlijk procesrechtCassatieProcesrecht. Ontvankelijkheid incidenteel cassatieberoep. Is het in art. 3.1.5.5 van het Procesreglement Hoge…
Hoge Raad|3 juli 2020|ECLI:NL:HR:2020:1224
fatale termijn voor het instellen van incidenteel cassatieberoep? Eisen van een goede procesorde. Art. 418a Rv, art. 142 Rv, art. 410 lid 1 Rv. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 19/03737 … vorderingsprocedure is uitgangspunt dat de verweerder tegen wie verstek is verleend, op grond van art. 418a Rv in verbinding met art. 142 Rv de bevoegdheid heeft om, zolang de einduitspraak nog niet
- Burgerlijk procesrechtCassatieProcesrecht. Incident. Vordering tot verdeling nalatenschap; processueel ondeelbare rechtsverhouding (HR 10…
Hoge Raad|25 september 2026|ECLI:NL:HR:2026:1558
gelegenheid om niet opgeroepen persoon alsnog op te roepen als partij (art. 118 jo. art. 418a Rv). HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 25/04501 Datum 25 september 2026 ARREST … wordt gelast om op de voet van art. 118 Rv (in verbinding met art. 418a Rv) [de nicht] , in haar hoedanigheid van executeur in de nalatenschap van [de zus] , in cassatie
- Burgerlijk procesrechtProcesrecht. Ontvankelijkheid incidenteel cassatieberoep. Is het in art. 3.1.5.5 van het Procesreglement Hoge…
Parket bij de Hoge Raad|14 februari 2020|ECLI:NL:PHR:2020:145
fatale termijn voor het instellen van incidenteel cassatieberoep? Eisen van een goede procesorde. Art. 418a Rv, art. 142 Rv, art. 410 lid 1 Rv. PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN … tweede titel van boek 1 van Rv en is op grond van art. 418a Rv van toepassing op de procedure in cassatie: “Voor zover uit deze titel niet anders voortvloeit, zijn
- Burgerlijk procesrechtCassatieProcesrecht. Incident tot het verbinden van de voorwaarde van zekerheidstelling aan de uitvoerbaarheid bij…
Hoge Raad|18 oktober 2019|ECLI:NL:HR:2019:1607Aangehaald in 15 uitspraken
verklaard. 3 Beoordeling van de incidentele vordering 3.1 Natwest vordert op de voet van art. 418a Rv in verbinding met art. 235 Rv dat de Hoge Raad aan de door
- Burgerlijk procesrechtProcesrecht. Incident tot het verbinden van de voorwaarde van zekerheidstelling aan de uitvoerbaarheid bij…
Parket bij de Hoge Raad|14 juni 2019|ECLI:NL:PHR:2019:637
Hoge Raad op de voet van art. 235 Rv in verbinding met art. 418a Rv aan de door het hof uitgesproken uitvoerbaarverklaring bij voorraad alsnog de voorwaarde verbindt dat ISG adequate zekerheid … rechter de gevorderde zekerheidstelling heeft afgewezen. Deze bepalingen zijn in cassatie op grond van art. 418a Rv van overeenkomstige toepassing. 2.3 De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 6 juli
- Burgerlijk procesrechtArtikel 81 RO-zakenArt. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Arbitrage; vordering tot vernietiging arbitraal vonnis (art. 1065 lid 1 Rv…
Hoge Raad|3 februari 2023|ECLI:NL:HR:2023:139Aangehaald in 6 uitspraken
arrest hebben gevraagd, en derhalve tijdig (art. 225 lid 4 Rv in verbinding met art. 418a Rv). In deze akte hebben Devas c.s. de schorsing van het geding in cassatie ingeroepen
- Burgerlijk procesrechtCassatieprocesrecht. Niet-ontvankelijkheid. Art. 407 lid 3 Rv. Geen advocaat bij de Hoge Raad aangewezen in…
Parket bij de Hoge Raad|24 maart 2023|ECLI:NL:PHR:2023:443
BI0773, NJ 2010/212, m.nt. H.J. Snijders, heeft de Hoge Raad overwogen dat art. 418a Rv, een schakelbepaling, zich niet verzet tegen toepassing in cassatie van art. 123 Rv waar dat nodig … termijn alsnog advocaat te stellen.’ Zie ook Snijders in zijn annotatie ( NJ 2010/212): “Schakelbepaling art. 418a Rv verwijst ten onrechte niet naar art. 123 Rv, maar de Hoge Raad maakt dat thans
- Burgerlijk procesrechtCassatieIncidentele vordering tot voeging in cassatie (art. 415 lid 1 Rv). Uiterste tijdstip waarop vordering tot…
Hoge Raad|12 december 2025|ECLI:NL:HR:2025:1888
roldatum waarop de laatste conclusie in het aanhangige geding wordt genomen, is in art. 418a Rv niet van overeenkomstige toepassing verklaard op de procedure in cassatie. Bij gebreke van een wettelijke bepaling
- Burgerlijk procesrechtProcesrecht. Nietigheid appeldagvaarding. Verhouding art. 66 en 122 Rv. Onredelijke benadeling in de zin van…
Parket bij de Hoge Raad|12 mei 2023|ECLI:NL:PHR:2023:484
bijzondere regeling ook in hoger beroep (art. 353 lid 1 Rv) en in cassatie (art. 418a Rv) van toepassing is. Het middel wijst in het bijzonder op de voor het onderhavige geval
- Burgerlijk procesrechtProcesrecht. Incident tot voeging in cassatie, art. 217 Rv. Stuit voeging in cassatie af op omstandigheid dat…
Parket bij de Hoge Raad|4 oktober 2019|ECLI:NL:PHR:2019:1008
Boek 1 Rv geen bepalingen. Hoewel art. 218 Rv niet uitdrukkelijk in art. 418a Rv van toepassing is verklaard in cassatie, kan deze bepaling (evenals art. 217 Rv) analogisch worden toegepast
- Burgerlijk procesrechtProcesrecht. Incident tot voeging in cassatie (art. 217 Rv); vereisten; voeging toegestaan indien partij die…
Parket bij de Hoge Raad|29 november 2019|ECLI:NL:PHR:2019:1242
Hoge Raad nog geen eindarrest heeft gewezen, kan AT Osborne op grond van art. 418a Rv in verbinding met art. 142 Rv het verstek zuiveren door alsnog in het geding te verschijnen
- Burgerlijk procesrechtOntvankelijkheidsincident. Overgangsrecht Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht. Geldt voor een na…
Parket bij de Hoge Raad|12 september 2025|ECLI:NL:PHR:2025:996Aangehaald in 8 uitspraken
Ontvankelijkheidsincident. Overgangsrecht Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht. Geldt voor een na 1 januari 2025 genomen rechterlijke beslissing op een inzageverzoek ex art. 843a Rv-oud de korte cassatietermijn van acht weken (art. 200 lid 2 Rv) die de nieuwe wet voorschrijft voor een inzageverzoek dat bij…
- Burgerlijk procesrechtProcesrecht. Appeldagvaarding na uitbrengen toegezonden aan verkeerd hof. Vervolgens geen tijdig herstel…
Parket bij de Hoge Raad|30 augustus 2024|ECLI:NL:PHR:2024:854
Procesrecht. Appeldagvaarding na uitbrengen toegezonden aan verkeerd hof. Vervolgens geen tijdig herstel overeenkomstig art. 125 lid 5 Rv. Doorzendplicht verkeerde hof en inschrijfplicht juiste hof? Analoge toepassing HR 23 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT2416?
- Burgerlijk procesrechtArbeidsrecht. Procesrecht. Stukken van het geding. Akte van depot. Ontoereikende motivering.
Parket bij de Hoge Raad|11 maart 2022|ECLI:NL:PHR:2022:335
deze vraag als feitenrechter fungeert , waarmee art. 149 lid 1, tweede zin Rv (via art. 418a Rv ) van toepassing is: gestelde feiten die niet of onvoldoende zijn betwist, moeten in beginsel
- Burgerlijk procesrechtProcesrecht. Vordering ex art. 235 Rv tot verbinden voorwaarde zekerheidsstelling aan uitvoerbaarheid bij…
Parket bij de Hoge Raad|18 november 2022|ECLI:NL:PHR:2022:1068
aanhef en onder c, en 227 lid 1, aanhef en onder b, jo 418a Rv. In reconventie is Zorg van de Zaak partij gebleven. 2.6 Op 30 september 2022 hebben [eiseressen
- Burgerlijk procesrechtVordering tot voeging in cassatie (art. 217 Rv). Vordering tijdig ingesteld nadat tegen verweerder in…
Parket bij de Hoge Raad|24 oktober 2025|ECLI:NL:PHR:2025:1149
Rv bepaalt dat incidentele vorderingen in cassatie dienen te worden ingesteld bij conclusie. Art. 418a Rv verklaart art. 218 Rv niet uitdrukkelijk van toepassing in cassatie. De Hoge Raad heeft
- Burgerlijk procesrechtCassatieprocesrecht. Herstel indiening procesinleiding zonder advocaat bij de Hoge Raad. Wijze van herstel…
Parket bij de Hoge Raad|16 september 2022|ECLI:NL:PHR:2022:816
Rv, dat specifiek gaat over het alsnog stellen van de verplichte advocaat, in art. 418a Rv niet van overeenkomstige toepassing is verklaard op de cassatieprocedure). Wat betreft de verzoekschriftprocedure
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.