6 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- InsolventierechtFaillissementsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid. Samenloop pauliana en onrechtmatige daad? Vaststelling…
Parket bij de Hoge Raad|20 juni 2014|ECLI:NL:PHR:2014:675
Faillissementsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid. Samenloop pauliana en onrechtmatige daad? Vaststelling schade hoewel schadestaat is gevorderd (HR 16 april 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2229, NJ 2010/229 en HR 3 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU4914, NJ 2012/95). Begroting schade bij wege van schatting. Handelde de…
- InsolventierechtWSNP. Procesrecht; verzoek ex art. 358a F.; proceskostenveroordeling mogelijk ondanks uitsluiting…
Parket bij de Hoge Raad|11 april 2008|ECLI:NL:PHR:2008:BC2721
daarvoor ingevolge de Faillissementswet met betrekking tot de mogelijkheid van een proceskostenveroordeling een van art. 237 Rv (welke bepaling van de tweede titel van het eerste boek deel uitmaakt) afwijkende voorziening … zaak voor een proceskostenveroordeling met betrekking tot de eerste aanleg op de voet van art. 237 Rv geen beletsel bestaat. Voorts geldt dat, waar de rechtbank bij wege van vonnis heeft beslist
- InsolventierechtHoger beroepVernietiging faillissement nu niet (langer) aan alle vereisten voor een faillissement is voldaan.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|22 oktober 2020|ECLI:NL:GHSHE:2020:3287
regel) niet zijn oorsprong in ‘onrechtmatig handelen’ maar in de wettelijke regels dienaangaande (artikel 237 Rv en art 289 Rv). In dit verband is het beroep van [appellant] op de werking
- InsolventierechtInsolventierecht. Verzet curator tegen faillietverklaring; art. 10 Fw. Is curator belanghebbende q.q. of pro…
Parket bij de Hoge Raad|17 november 2017|ECLI:NL:PHR:2017:1417
Insolventierecht. Verzet curator tegen faillietverklaring; art. 10 Fw. Is curator belanghebbende q.q. of pro se? Maatstaf; misbruik van bevoegdheid. HR 18 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3636, NJ 2016/172.
- InsolventierechtWSNP; tussentijdse beëindiging van toepassing van schuldsaneringsregeling op de voet van art. 350 F…
Parket bij de Hoge Raad|17 april 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BH2958
cassatieberoep. 2.10. De term`in het ongelijk gesteld' doet denken aan het voorschrift in art. 237 Rv over de proceskostenveroordeling. Bij de uitleg van die bepaling pleegt als maatstaf te worden aangehouden
- InsolventierechtHoger beroepArt. 53 en 29 Fw; art. 3:184 lid 2 BW. Verrekening vordering franchisenemers met gecedeerde vorderingen van…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|12 mei 2026|ECLI:NL:GHSHE:2026:1215
Art. 53 en 29 Fw; art. 3:184 lid 2 BW. Verrekening vordering franchisenemers met gecedeerde vorderingen van gefailleerde franchisegever. Beoordeling gegrondheid te verrekenen tegenvordering in procedure tussen franchisenemer en cessionaris, ondanks toewijzend vonnis en schorsing procedure ex artikel 29 Fw? Zijn…
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.