10 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Internationaal privaatrechtHoger beroep kort gedingRechtsmacht Nederlandse rechter; gewone verblijfplaats artikel 8 Verordening Brussel II-bis;artikelen 5, 2 en 13 Rv
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|1 oktober 2013|ECLI:NL:GHSHE:2013:4444
vallen onder de Verordening Brussel II-bis. Een beroep op deze verordening faalt aldus. Artikel 5 Rv 4.13.1. Artikel 5 Rv regelt uitputtend de commune rechtsmacht van de Nederlandse rechter in zelfstandige … uitstek in staat is omtrent de belangen van het kind te oordelen. Ingevolge artikel 5 Rv heeft de Nederlandse rechter in zaken betreffende ouderlijke verantwoordelijkheid dan ook geen rechtsmacht indien het kind
- Internationaal privaatrechtCassatieIPR. Kinderontvoering. Bevoegdheid Nederlandse rechter om kennis te nemen van verzoek tot gedwongen afgifte…
Hoge Raad|5 juli 2019|ECLI:NL:HR:2019:1085Aangehaald in 69 uitspraken
Nederlandse rechter zijn rechtsmacht aan de hand van art. 3 Rv te bepalen. Art. 5 Rv ziet uitsluitend op zaken betreffende ouderlijke verantwoordelijkheid en is niet van toepassing
- Internationaal privaatrechtProcesrecht. Arbitrage. Internationaal Privaatrecht. Vordering tot vernietiging arbitraal vonnis (art. 1065…
Parket bij de Hoge Raad|17 mei 2024|ECLI:NL:PHR:2024:538
feitelijke instantie (art. 1064a lid 1 Rv), met de mogelijkheid van cassatieberoep (art. 1064a lid 5 Rv). Dat de vordering tot vernietiging van een arbitraal vonnis niet in twee feitelijke instanties wordt … Hoge Raad in 2009 heeft geoordeeld dat deze bepaling (destijds art. 1064 lid 5 Rv (oud)) zich er op zichzelf niet tegen verzet dat een nadere uitwerking wordt gegeven
- Internationaal privaatrechtCassatieInternationaal privaatrecht, bevoegdheid. Art. 8 sub 1 Verordening Brussel I-bis, art. 6 sub 1 EVEX…
Hoge Raad|17 juli 2026|ECLI:NL:HR:2026:1197
eisende belangenorganisatie niet-ontvankelijk heeft verklaard op grond van het bepaalde in art. 1018c lid 5 Rv, een uitzondering moet worden aanvaard op het hiervoor in 3.4.2 vermelde uitgangspunt en de rechter
- Internationaal privaatrechtHoger beroepGerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Hoger beroep · Internationaal privaatrecht
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|16 oktober 2018|ECLI:NL:GHARL:2018:9103
Verenigd Koninkrijk geldt immers ook als betekening in persoon naar Nederlands procesrecht (art. 56 lid 5 Rv). In beginsel is daarmee het bewijs van betekening in persoon geleverd, maar het staat [geïntimeerde
- Internationaal privaatrechtHuwelijksvermogensrecht. IPR. Recht dat van toepassing is op grond van Huwelijksvermogensverdrag. Verhouding…
Parket bij de Hoge Raad|27 september 2019|ECLI:NL:PHR:2019:957
Rv is een discretionaire bevoegdheid, waartegen geen hogere voorziening openstaat (art. 282a lid 5 Rv). Van een doorbrekingsgrond is in dit geval geen sprake. De vrouw heeft daartoe slechts in het onderdeel
- Internationaal privaatrechtEerste aanleg - enkelvoudigGrensoverschrijdend geschil met twee gedaagden, waarvan een gevestigd is binnen de EU en een buiten de EU…
Rechtbank Overijssel|22 juli 2020|ECLI:NL:RBOVE:2020:2624
lidstaat kan worden aangemerkt als betekening in persoon (overeenkomstig het bepaalde in artikel 56 lid 5 Rv), of dat betekening op een andere wijze heeft plaatsgevonden. Voorts is het certificaat niet voorzien
- Internationaal privaatrechtPersonen- en familierecht. Internationaal Privaatrecht. Procesrecht. Ouderlijke verantwoordelijkheid…
Parket bij de Hoge Raad|10 januari 2025|ECLI:NL:PHR:2025:3
gebreke van een verdrag of verordening, het commune internationaal bevoegdheidsrecht van art. 5 Rv. 3.3 De toepasselijkheid van het HKV 1996 en van de Verordening Brussel II-ter hangt
- Internationaal privaatrechtEerste aanleg - enkelvoudigBevoegdheidsincident in WAMCA-procedure over gestelde inbreuk op het mededingingsrecht. De rechtbank oordeelt…
Rechtbank Amsterdam|12 augustus 2026|ECLI:NL:RBAMS:2026:8197
Bevoegdheidsincident in WAMCA-procedure over gestelde inbreuk op het mededingingsrecht. De rechtbank oordeelt dat zij ten aanzien van de buitenlandse gedaagden rechtsmacht heeft op grond van de in artikel 7 lid 1 Rv neergelegde ankergedaagderegel. Het bevoegdheidsincident wordt afgewezen.
- Internationaal privaatrechtEerste aanleg - enkelvoudigBevoegdheidsincidenten in WAMCA-procedure over gestelde inbreuk op mededingingsrecht. De rechtbank oordeelt…
Rechtbank Amsterdam|12 augustus 2026|ECLI:NL:RBAMS:2026:8198
Bevoegdheidsincidenten in WAMCA-procedure over gestelde inbreuk op mededingingsrecht. De rechtbank oordeelt dat zij ten aanzien van een Belgische gedaagde rechtsmacht heeft op grond van artikel 7 punt 2 Brussel I-bis (Erfolgsort) en ten aanzien van Amerikaanse gedaagden op grond van de in artikel 7 lid 1 Rv…
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.