421 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigConclusie plv. AG. Feitelijke aanranding van de eerbaarheid (art. 246 Sr). M1: falend middel over de…
Parket bij de Hoge Raad|12 november 2024|ECLI:NL:PHR:2024:1166
Conclusie plv. AG. Feitelijke aanranding van de eerbaarheid (art. 246 Sr). M1: falend middel over de verwerping van op art. 359a Sv toegesneden verweer strekkende tot de niet-ontvankelijkheid OM. M2: klaagt
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigBetreft aanranding van twee patiënten door een therapeut. Verdachte is vrijgesproken van één feit omdat er…
Rechtbank Almelo|7 juni 2011|ECLI:NL:RBALM:2011:BQ7591
geweld of een andere feitelijkheid iemand dwingen tot het ondergaan van de in art. 246 Sr genoemde handelingen zal moeten komen vast te staan dat de verdachte opzettelijk door dat geweld … strijd met de sociaal-ethische norm zijn. In aanmerking moet worden genomen dat artikel 246 Sr strekt tot bescherming van de seksuele integriteit van personen. Tegen die achtergrond en gezien de aard
- Strafrecht overigMensenhandel door voordeel te trekken uit uitbuiting van uit buitenland afkomstige prostituee en haar te…
Parket bij de Hoge Raad|14 mei 2019|ECLI:NL:PHR:2019:677
Mensenhandel door voordeel te trekken uit uitbuiting van uit buitenland afkomstige prostituee en haar te bewegen tot afdracht van prostitutieopbrengsten (art. 273f.1.6 en 273f.1.9 Sr) en witwassen van contante geldbedragen en scooter (art. 420bis.1.b Sr). 1. Bewijsklacht mensenhandel. Is sprake van uitbuiting? 2.…
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|9 juni 2015|ECLI:NL:PHR:2015:1027
tenlastegelegde gedragingen van verzoeker en zijn medeverdachte geen “feitelijkheden” zijn als bedoeld in art. 246 Sr ten onrechte dan wel ontoereikend gemotiveerd heeft verworpen. 4. Ten laste van verzoeker is bewezenverklaard … echt door gedwongen wordt, dus geen weerstand kan bieden (T&C Sr, art. 246 Sr, aant. 8b en NLR, art. 242 Sr, aant. 2). 53. Geen sprake was van een psychische
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|10 september 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE3365Aangehaald in 8 uitspraken
begrip "feitelijkheden" kennelijk gebezigd in dezelfde betekenis als toekomt aan het in art. 246 Sr genoemde begrip "feitelijkheid". 3.4. Blijkens het bestreden arrest heeft het Hof onder meer het volgende vastgesteld … uitgaande van dat oordeel die gedragingen aan te merken als feitelijkheden als bedoeld in art. 246 Sr, heeft het Hof geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. De bewezenverklaring is derhalve toereikend
- Strafrecht overigDwang door feitelijkheid ex art. 242 Sr. De bewezenverklaring houdt in dat de feitelijkheid hierin bestond…
Parket bij de Hoge Raad|27 maart 2007|ECLI:NL:PHR:2007:AZ5707
oktober 1991, Stb. 519 zowel in art. 242 Sr (verkrachting) als in art. 246 Sr (feitelijke aanranding) opgenomen. De term kan in beide strafbaarstellingen gelijk worden geinterpreteerd.(2) Vragen die zich … voldoende is om een feitelijkheid op te leveren en hoe de misdrijven van 242 en 246 Sr zich tot andere zedenmisdrijven verhouden. Vooropgesteld moet worden dat van door een feitelijkheid dwingen
- Strafrecht overigCassatieTongzoen. Op het enkele geven van een tongzoen zijn de ernstigste strafbepalingen van titel XIV (Misdrijven…
Hoge Raad|26 november 2013|ECLI:NL:HR:2013:1431Aangehaald in 19 uitspraken
kader meer geëigend kan zijn, bijvoorbeeld feitelijke aanranding van de eerbaarheid als voorzien in art. 246 Sr. Voorts is als bezwaar verwoord dat een veroordeling ter zake van verkrachting als onjuist … aanzienlijk hoger is dan de straf die is bedreigd tegen bijvoorbeeld het misdrijf van art. 246 Sr. Ten slotte mag worden aangenomen dat de vermelding "verkrachting" op het strafblad van een veroordeelde
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|21 december 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BO3974
worden aangemerkt als een seksuele handeling. 3.8. Een ontuchtige handeling als bedoeld in art. 246 Sr is een handeling van seksuele aard die in strijd is met de sociaal-ethische norm … november 2004, LJN AR3040; HR 15 januari 2008, LJN BB7114; NLR, aantekening 4 bij art. 246 Sr. 3 Kamerstukken II, 20 930, nr. 5, p. 4. 4 NLR, aantekening
- Strafrecht overigConclusie AG. Feitelijke aanranding van de eerbaarheid, art. 246 (oud) Sr. Eerste middel klaagt dat…
Parket bij de Hoge Raad|13 januari 2026|ECLI:NL:PHR:2026:63
onverhoedse handelingen van de verdachte dwang in de zin van art. 246 Sr (oud) opleveren. Dat oordeel geeft volgens de steller van het middel blijk van een onjuiste rechtsopvatting en/of is onbegrijpelijk … bedreiging strafbaar onder de kwalificatie gekwalificeerde opzetaanranding. Dit is de rechtsopvolger van het huidige artikel 246 Sr (aanranding). (…) In het tweede lid is de toepassing van dwang als een zelfstandig bestanddeel gepositioneerd
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigVerdachte heeft het slachtoffer, terwijl zij als winkelbediende aan het werk was, naar de kassa gevolgd en…
Rechtbank Overijssel|11 september 2015|ECLI:NL:RBOVE:2015:4212
officier van justitie sprake is geweest van dwang in de zin van artikel 246 Sr. De raadsman verzoekt de rechtbank om verdachte van het tenlastegelegde vrij te spreken. Verdachte heeft … niet worden bewezen dat er sprake is geweest van dwang in de zin van artikel 246 Sr. Verdachte dient daarom te worden vrijgesproken. 5.2 De bewijsoverwegingen van de rechtbank De rechtbank acht
- Strafrecht overigVerkrachting. Art. 242 Sr. 1. Feitelijkheden die hebben plaatsgevonden voor de tlgd. periode mede redengevend…
Parket bij de Hoge Raad|16 april 2013|ECLI:NL:PHR:2013:415Aangehaald in 7 uitspraken
Verkrachting. Art. 242 Sr. 1. Feitelijkheden die hebben plaatsgevonden voor de tlgd
- Strafrecht overigConclusie AG. Dwang, art. 284 Sr. Verdachte heeft zich telefonisch tegenover diverse personen voorgedaan als…
Parket bij de Hoge Raad|19 november 2019|ECLI:NL:PHR:2019:1187
Conclusie AG. Dwang, art. 284 Sr. Verdachte heeft zich telefonisch tegenover diverse
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|9 mei 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5731
bepaling gebezigde terminologie van een militair die “feitelijk aanrandt” heeft - anders dan de in art. 246 Sr gebezigde terminologie van (“ontuchtige handelingen” en) “feitelijke aanranding” (van de eerbaarheid) - niet zozeer betrekking … betrekking heeft, dan met de feitelijke aanranding (van de eerbaarheid) in de zin van art. 246 Sr. Aldus drukken de woorden “feitelijk aanranden” in de context
- Strafrecht overigConclusie AG. Middel over 1. verandering van wetgeving ten aanzien van de maximumduur van de proeftijd, art…
Parket bij de Hoge Raad|25 augustus 2020|ECLI:NL:PHR:2020:729
eerbaarheid van [slachtoffer 1], een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige (art. 246 Sr); 2. in de periode van 2 oktober 1998 tot en met 31 december 2001 met [slachtoffer … zich jegens haar meermalen heeft schuldig gemaakt aan feitelijke aanranding van de eerbaarheid (art. 246 Sr); 7. in de periode van 23 april 1994 tot en met 22 april 1999 met [slachtoffer
- Strafrecht overigOp tegenspraakVerdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een drietal aanrandingen van drie jonge vrouwen. Hij heeft…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|10 juli 2023|ECLI:NL:RBZWB:2023:4782
rechtbank de feiten 1, 3 en 4 hierna gemeenschappelijk. De tenlastelegging is toegesneden op art. 246 Sr. Daarom moet de in de tenlastelegging en bewezenverklaring voorkomende uitdrukking ‘ontuchtige handeling’ geacht worden aldaar … bepaling. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat een ontuchtige handeling als bedoeld in artikel 246 Sr een handeling van seksuele aard is die in strijd is met een sociaal-ethische norm. De beoordeling
- Strafrecht overigCassatieMet de handen de binnenkant van de vagina betasten levert sexueel binnendringen van het lichaam cfm art. 244…
Hoge Raad|22 februari 1994|ECLI:NL:HR:1994:ZC9650Aangehaald in 10 uitspraken
term "seksueel binnendringen van het lichaam" alleen voor in het voorgestelde tweede lid van art. 246 Sr luidende: "2. Indien de ontuchtige handelingen bedoeld in het vorige lid hebben bestaan of mede … vibrator of met een of meer vingers niet onder de - in vergelijking met art. 246 Sr - zwaardere strafbepaling van art. 244 Sr valt. Integendeel: juist het beschermingsbeginsel (commissie Melai, p. 27) dwingt
- Strafrecht overigConclusie AG. Middelen over oordeel hof m.b.t. bewijsminimum ex art. 342 lid 2 Sv en betrouwbaarheid van…
Parket bij de Hoge Raad|10 mei 2022|ECLI:NL:PHR:2022:437
Conclusie AG. Middelen over oordeel hof m.b.t. bewijsminimum ex art. 342 lid 2 Sv en betrouwbaarheid van verklaringen van aangeefster. Middel over de bevestiging door hof van vonnis rb en de daarin gegeven redenen om voorbij te gaan aan uos, zonder dat hof deze redenen aanvult i.v.m. argumenten waarmee de uos voor het…
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigDe verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een viertal aanrandingen door van vier vrouwen ongevraagd…
Rechtbank Noord-Holland|30 november 2023|ECLI:NL:RBNHO:2023:14182
feiten 1, 2, 3 en 4 hierna gemeenschappelijk. De tenlastelegging is toegesneden op art. 246 Sr, dat gaat over het gedwongen plegen of dulden van ontuchtige handelingen.. Uit de wetsgeschiedenis blijkt … ontuchtige handeling als bedoeld in artikel 246 Sr een handeling van seksuele aard is die in strijd is met een sociaal-ethische norm. De beoordeling of een handeling als zodanig kan worden
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|13 januari 1998|ECLI:NL:PHR:1998:36
werd in art. 242 Sr van het voorstel nog niet gesproken. Wel was voorgesteld art. 246 Sr uit te breiden met een tweede lid: 2. Indien de ontuchtige handelingen bedoeld … 246 en art. 242 Sr het gevolg zijn van de voorgestelde aanvulling van art. 246 Sr. Het dwingen van een vrouw tot geslachtsgemeenschap zou immers, als verkrachting, een specialis worden
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigFeitelijke aanranding van de eerbaarheid. Ontuchtige handeling. Het kijken via een spiegeltje naar personen…
Rechtbank Amsterdam|7 april 2011|ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ3268
Dwang Van door een feitelijkheid dwingen tot het dulden van handelingen als in art. 246 Sr bedoeld kan slechts sprake zijn indien de verdachte door die feitelijkheid opzettelijk heeft veroorzaakt … ethische normen. Dit uitgangspunt wordt in Cleiren & Verpalen 2010, (T&C Sr), art 246 Sr, aant. 8, en zo ook in diverse vonnissen toegeschreven aan de wetgever, maar lijkt afkomstig
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.